Toen ik jong was stierf mijn vader en mijn grootmoeder, die zo lief voor me was, stierf ook. Ik werd heel hard met de dood geconfronteerd. Ik zag dat er geen ontsnappen aan geboorte en dood is.
Bodai – Varsika (de regentijd)
Bodai begon zo langzamerhand aan het kloosterleven te wennen. ’s Morgens meditatie en gym, na het eten werken en tempeldienst. Na de lunchpauze, werk en tempeldienst en na Yakusaki (dinner) meditatie en daarna naar bed.
Bodai – ademhaling
Onverwacht beginnen de monniken te zingen, tegelijkertijd wordt buiten de grote bel geluid. Dan loopt met veel gestommel de meditatiehal leeg en blijft Bodai vertwijfeld achter.
Bodai – een zware last
Het klooster van de Diepe Vrede lag net buiten de stad tegen een berghelling aan. Om half vier liep Bodai de poort binnen. In de tuin voor de tempel was een monnik aan het vegen. Bodai vroeg: ‘Is de lama thuis?’ ‘Kom maar mee’, zei de monnik. Samen liepen ze naar de zijkant van de tempel waar een houten plank aan een touw hing. Onder aan de plank hing een houten hamer. ‘Sla maar drie keer op de plank en dan zal de lama wel komen’, zei de monnik.
Bodai – Een verdwenen hoofd
Bodai richtte zich op het bos en zijn reis en zette flink de pas er in en grinnikte; Ja, ja, vleugelvoeten. Het smalle bospad begon breder te worden en het bos werd minder dicht, in de verte stond een boerderij.
Bodai – De ontdekking
‘Ja, dat kan wel wezen zei Padma, maar ik wil geen leerlingen. Ga maar naar Lama Arala die speelt graag meestertje.’ ‘Ja, maar ik wil niet naar die Lama Arala, ik wil hier blijven.’ ‘Ja, en ik wil dat niet, en het is mijn huis, hier is je eten en nu inpakken en wegwezen.’
Bodai – De grote slagerij
Je kunt niet leven zonder iets dood te maken of iets pijn te doen. Bodai begon te huilen, er kwam zo’n overweldigend verdriet in hem op, het leven was een grote cirkel van pijn en verdriet. Het hele leven zag er uit als een grote slagerij.
Bodai – in training
En zo gebeurt het. Bodai rent samen met de monniken naar het dorp. ‘Waar kom je vandaan’, vraagt een monnik tijdens het hollen. ‘Ik kom van de Boeddhaland-tempel,’ zegt Bodai. ‘Ah, de tempel van meester Bibashi. Hoe oud is hij eigenlijk?’
Bodai – Bodai is jarig
Schaterend van de lach zei de meester: ‘Een klap met de stok en je slaat een levensgroot gat in de fantasie en door dat gat sijpelt de werkelijkheid binnen.’
Bodai – zwerver tussen lichaam en geest
Ik woon nu alweer vijf jaar hier. Ik heb lang nagedacht over waarom mijn stiefvader mij altijd sloeg. Ik denk dat het was omdat hij anderen altijd de baas over hem liet spelen en eigenlijk bang voor ze was. En dan sloeg hij mij omdat ik niet van hem kon winnen. Ik heb geleerd om daarvan weg te lopen en me niet te laten slaan.
Salomo spaart de kat
Er kwamen twee monniken met een kat bij de Hebreeuwse koning en profeet Salomo. Een monnik van de westelijke hal en een van de oostelijke hal. Die van de oostelijke hal sprak: ‘Eerwaarde Salomo, wij hebben een probleem, deze kat hoort thuis in de oostelijke hal maar zij van de westelijke hal beweren dat zij van hen is.’ Waarop de monnik van de westelijke hal sprak: ‘Die van de oostelijke hal hebben deze kat vannacht gestolen, ze voeren hem lekkere hapjes om haar bij zich te houden.’
Onleesbaar spiegelschrift
Pas als je vergeten bent
Wat je onthouden moet
Vult het zichzelf in
Dan is je thuis
Geen herinnering


