Binnen dzogchen betekent bevrijding zowel bevrijding van samsara als van nirvana. Het doel van dzogchen is om bevrijd te worden in dit huidige leven dan wel onmiddellijk na de dood. Er valt niets te verkrijgen in een soort van toekomstige hemelwereld.
Golden letters (2) – Het oprijzen van gedachten wordt de meditatie
Wanneer we uit gewoonte langere tijd op deze manier oefenen, wordt het louter oprijzen van gedachten de meditatie zelf. Het maakt geen verschil of gedachten al dan niet oprijzen. De grenzen tussen de kalme staat en de beweging van gedachten storten volledig in. De beweging van gedachten wordt nu direct gezien als onbeschrijfelijk licht, de manifestatie van de transparante helderheid van de basis, de oorspronkelijke staat.
Golden Letters – Herken de aard van gedachten en ervaringen (I)
Wanneer we geen vertrouwen hebben in dit pad naar bevrijding [dzogchen] , vertrouwen in de zelfbevrijding van onsamenhangende en discursieve gedachten op het moment dat ze in de geest oprijzen en dit niet tot het meest belangrijke onderdeel van de beoefening maken, dan worden we steeds weer bepaald door de uiteenlopende potentialiteit van de geest. Dan leven we opnieuw binnen de reflecties en de altijd veranderende fantasmagorieën [geestverschijningen/waanvoorstellingen] van de droom van samsara.
Hojoki – aantekeningen uit mijn kluizenaarshut (3 en slot)
Een lichte droefgeestigheid en melancholie zou de lezer hier kunnen overvallen, zoals die mogelijk ook Kamo no Chomei zelf overviel. Wat hij schrijft is, zo lees ik het, geen valse bescheidenheid. Dit, zijn hechten aan bijna niets, is eerder een (lichte?) vorm van wroeging – maar ja, begeerte is begeerte, naar wat dan ook.
Hojoki – aantekeningen uit mijn kluizenaarshut (2)
Hoewel deze beschrijvingen van zijn hutjes, leefomgeving en manier van leven geen algemene leefregels bevatten, kun je wel een rode draad ontdekken: eenvoud. Kamo no Chomei volgt zijn neus. Is het weer goed en heeft hij zin, dan maakt hij lange wandelingen.
Hojoki – aantekeningen uit mijn kluizenaarshut (I)
Kamo no Chomei leefde van omstreeks 1155-1216. Over zijn leven is weinig bekend en wat we weten is deels oncontroleerbaar. Hij zou de tweede zoon zijn van een belangrijk Shinto-priester in de toenmalige hoofdstad van Japan, Kyoto. Hij leek zijn vader te gaan opvolgen, maar door politieke verwikkelingen kwam het hier niet van en Kamo no Chomei weidde zich geheel – en niet zonder succes – aan muziek en dichtkunst.
Woordkunst
Met Muso Soseki was het liefde op het eerste gezicht. Zijn heldere en simpele (natuur)beschrijvingen, zijn verwijzingen naar de oorspronkelijke leegheid – die wat mij betreft voelbaar aanwezig is in veel van zijn gedichten – van ons bestaan, doen me oplichten en herinneren aan een andere geliefde dichter–zenmonnik–kluizenaar: Ryokan.
Levenskunst
Vergankelijkheid is een veelvoorkomend onderwerp in de gedichten van Ryokan. Alles in deze vormenwereld komt tot stand, is voortdurend aan verandering onderhevig en vindt zijn einde.
Een vrede die het verstand te boven gaat
…
Kalm gemoed – een dzogchen-perspectief
Wanneer we beseffen dat geen enkele beweging van gedachten, hoe heftig ook, deze serene ruimtelijke staat zo stralend als de hemel, aantast, dan hoeven we niet langer overweldigd te worden door ongunstige of vijandige omstandigheden – en met name door onze interpretatie (= denken en voelen) ervan.
Ronald – Worden wat we zijn
Zijn monniken, hippies en dichters mensen van betekenis? Nee, we zijn bewust onbelangrijk. We zijn vergroeid met een onbeduidendheid die ieder mens zou passen. De marginale mens aanvaardt de basale onbeduidendheid van de menselijke conditie, een irrelevantie die boven alles gestalte krijgt in de dood. De marginale mens, de monnik, de ontheemde, de gevangene, al deze mensen leven in het aangezicht van de dood, wat vervolgens weer de vraag naar de zin van het leven oproept. Hij worstelt met het gegeven van de dood zelf en zoekt naar iets diepers dan de dood omdat er iets diepers is. De roeping van de monnik, van de marginale, de meditatieve mens of de dichter, is om nog in dit leven voorbij de dood te geraken, voorbij de tweedeling van leven en dood om voor altijd getuige van het leven te zijn.
Ronald – Versleten vreugde
…












