Uit gehechtheid in onthechting, uit onthechting in het Tja, en ten slotte uit het Tja.
Meester Tja 83 – Waarom de wijze zich nergens aan houdt
De wijze kent de hemel niet van de aarde, de goden niet van de mensen.
Meester Tja 82 – De vraag is de schepper, de schepper de vraag
Wat is de schepper van samsara en nirwana? Van leegte en vorm? Van het relatieve en het absolute? Van het ego en het zelf?
Meester Tja 81 – Wie zoekt zal vragen vinden
Zijn antwoorden zullen opgaan in verbijstering.
Meester Tja 80 – Grote geestkracht berust nergens op
Wie over grote geestkracht beschikt, baseert zich op niets. Wie zich op niets baseert heeft geen reden tot forceren.
Voorwoord: de zenmeester met het zwaard
‘Nietzsche mag dan de filosoof met de hamer zijn, Linji is de zenmeester met het zwaard.’ Woord vooraf van Niet te geloven! De Linji Lu.
Meester Tja 79 – De wijze ledigt onophoudelijk zijn geest
Dit verzwakt zijn verlangens en verdiept zijn rust. Het ondermijnt zijn kennis sneller dan hij bij kan leren.
Meester Tja 78 – Soms ben ik spontaan gemaakt
Soms ben ik echt echt. Soms ben ik echt nep. Ik ben altijd echt.
Meester Tja 77 – In een onzeker heden komt de geest tot rust
Is een geest in staat het Grote Tja te bewaren, dan verliezen gedachten hun magie.
Meester Tja 76 – Soms is je ondergang je redding
Soms is je ondergang je redding, soms is je redding je ondergang. Wie kan zeggen waarom?
Meester Tja 75 – Soms moet je dalen om te stijgen
Soms moet je moet je stijgen om te dalen, soms moet je dalen om te stijgen. Wie kan zeggen wanneer?
Meester Tja 74 – De wereld door de vingers zien
De wijze kent geen liefde, al loopt hij ervan over. Hij kent geen woede, al komt de rook uit zijn oren.


