De explosieve groei van de aquacultuur leidt tot nieuwe zorgen over de mondiale populatie Atlantische blauwvintonijnen. In de aquacultuur worden jonge, in het wild gevangen tonijnen vetgemest voor consumptie. Wereldwijd is het aantal bedrijven in deze sector de laatste twintig jaar bijna vertienvoudigd. Dat blijkt uit een nieuw rapport van Compassion in World Farming (CIWF). Deze vorm van aquacultuur leidt tot ernstig dierenleed en voedselverspilling.
Nu er enthousiasme klinkt omdat de blauwvintonijn weer in de Noordzee wordt gesignaleerd[1], en Nederlandse vissers alweer klaarstaan om het dier te bevissen, is nog steeds grote voorzichtigheid geboden, benadrukt CIWF. Uit het onderzoek blijkt namelijk dat de visserij met ringnetten op Atlantische blauwvintonijnen op een historisch hoog niveau is aanbeland.
Daarnaast is het toezicht op de vangst van de vissoort inmiddels weer bijna volledig in het slop beland. Dit heeft tot een groei van de mondiale markt in Atlantische blauwvintonijn geleid. Dat geldt ook voor de Nederlandse markt.
Volgens handelscijfers van de Verenigde Naties importeerde Nederland in 2024 netto ongeveer 243.000 kilo blauwvintonijn. In een jaar tijd groeide dit met 18 procent naar meer dan 288.000 kilo in 2025. Het gaat om duizenden dieren die voornamelijk verwerkt worden in luxeproducten als sushi en sashimi.
De Atlantische blauwvintonijn is een toppredator die de hele Atlantische oceaan overzwemt. Met snelheden van 70 km per uur is hij een van de snelste vissen in de oceaan, en een van de grootste: hij kan wel drie meter lang worden.
Door decennia van overbevissing en gebrekkige controle op de vangst ging het in 2009 zo slecht met deze tonijnen dat de vis in de Middellandse Zee als bedreigd werd geclassificeerd. In 2011 werd de soort zelfs wereldwijd als bedreigd erkend. Tijdelijk verbeterd toezicht zorgde ervoor dat de populatie zich begon te herstellen en in 2021 werd de soort wereldwijd niet langer als bedreigd beschouwd.
Dierenleed en voedselverspilling
Sindsdien wordt aquacultuur vaak gepresenteerd als de manier om de druk op wilde vispopulaties te verminderen. Tonijnkweek staat daar echter haaks op. De ‘kweek’ is afhankelijk van in het wild gevangen, jonge tonijnen die in de kwekerijen worden vetgemest. Het gaat dan ook eigenlijk niet om ‘kwekerijen’, maar om mesterijen. Wereldwijd is het aantal mesterijen van Atlantische blauwvintonijnen vertienvoudigd van 13 in 2006 naar 123 op dit moment.
De mesterijen hebben enorme aantallen kleinere wilde vissen nodig als voer voor de tonijnen. Voor de slacht eet een kweektonijn tot 3000 kilo vissen; dat zijn duizenden tot wel tienduizenden wilde vissen als sardines en ansjovissen. Daarnaast is er sprake van ernstig dierenleed in de mesterijen.
De wilde, gevangen dieren, die van nature duizenden kilometers zwemmen, zitten opgesloten in krappe zeekooien, hebben geen enkele ruimte voor hun natuurlijke gedrag. Uit het rapport blijkt dat zij aan stress lijden, vaak huidaandoeningen en schade aan vinnen en ogen hebben, en een hoog risico op sterfte.
Oproep: moratorium op tonijnkwekerijen
De stand van de Atlantische blauwvintonijn is het meest alarmerend in de Middellandse Zee, waar de tonijnvisserij en -kweek zich de afgelopen jaren snel hebben uitgebreid. En dat terwijl de populatie in deze zee al 17 jaar niet opnieuw is beoordeeld.
Compassion in World Farming roept op tot een onmiddellijk internationaal moratorium op nieuwe mesterijen voor Atlantische blauwvintonijn en op uitbreiding van bestaande mesterijen. Ook moet er snel een nieuwe beoordeling komen onder het Verdrag over de internationale handel in bedreigde diersoorten (CITES) en een herbeoordeling van de Rode Lijst voor bedreigde diersoorten.
[1] https://www.ad.nl/binnenland/blauwvintonijn-zwemt-weer-door-de-noordzee-en-levert-kustvissers-een-lucratieve-kans-op~a21faa39/

