Bovenkamer behandelkamer.
‘We zijn niet bang voor de dood zelf, maar voor onze voorstelling ervan, Hans. We verlangen niet naar de dood zelf maar naar onze voorstelling ervan.’
‘Dat is gewoon de volgende voorstelling.’
‘Wat?’
‘Dat we niet bang zijn voor de dood zelf maar voor onze voorstelling ervan. Dat we niet verlangen naar de dood zelf maar naar onze voorstelling ervan.’
‘Je snapt het niet.’
‘Wat niet?’
‘Het betekent dat je er iets aan kunt doen.’
‘Waaraan kunt doen?’
‘Aan je doodsangst en je doodsverlangen.’
‘Hoe dan?’
‘Door je voorstelling van de dood te onderzoeken en te veranderen of op te geven.’
‘Dat is gewoon de volgende voorstelling.’
‘Wat?’
‘Dat je ervoor kunt kiezen om je voorstellingen te onderzoeken en te veranderen of op te geven.’
‘Ik bepaal toch zeker zelf wat ik me voorstel?’
‘Of is dat ook maar een voorstelling?’
‘Ja, als we zo gaan beginnen.’
‘En dan nog.’
‘Wat?’
‘Bepaal je ook zelf welke voorstelling je gelooft?’
‘Zeker weten.’
‘Geloof dan maar eens dat je niet zelf bepaalt welke voorstelling je gelooft.’
‘Ik… eh… dat… nee, ik weiger dat te geloven.’
‘Als ik het niet dacht.’
Lezer, is verbeelden volgens jou een keuze? Heb jij een rijke verbeelding of zijn er veel ideeën waar je zelf nooit op zou komen? Denk jij dat je ervoor kunt kiezen je voorstelling van de dood te onderzoeken? Denk je dat je ervoor kunt kiezen je voorstelling van de dood te veranderen? Denk je dat je ervoor kunt kiezen je voorstelling van de dood op te geven? Denk je dat je zelf kiest wat je gelooft?

