Het afwijzen omarmen en het omarmen afwijzen, is dat nou zo moeilijk?
‘Het universum is er helemaal voor mij, Hans.’
‘Ook de onderdelen die je niet wilt.’
‘Overal word je door de aarde gedragen.’
‘Behalve als je valt.’
‘Maar verder overal.’
‘Je moest eens weten hoeveel mensen en dieren er iedere dag vallen.’
‘Is je gedragen weten op zich al niet genoeg reden tot dankbaarheid?’
‘Zwaartekracht is dodelijk.’
‘En overal is lucht, zodat je vrij kunt ademen.’
‘Behalve onder water en in de ruimte.’
‘Zuurstof is toch zeker voldoende reden tot dankbaarheid?’
‘Je moest eens weten hoeveel mensen en dieren er iedere dag stikken.’
‘En overal is eten, het groeit zomaar in de natuur.’
‘Een miljard mensen en nog veel meer dieren lijden dagelijks honger.’
‘Liefde overwint alles.’
‘Haat ook.’
‘Ik heb het hier over totale openheid.’
‘Waarom probeer je dan uit alle macht de helft buiten te sluiten?’
‘De helft van wat?’
‘De helft van het universum.’
‘Wat sluit ik dan buiten?’
‘Het afwijzen. Het vallen. Het stikken. De honger. De geslotenheid. Het lijden. De haat.’
‘Op die manier.’
‘Misschien is het universum er inderdaad voor jou…’
‘Maar?’
‘Dan wel helemaal.’
‘Wil je mij helpen de andere helft te omarmen, Hans?’
‘Daar ga je alweer.’

