En is het jouw schuld dat je het oordelen veroordeelt?
‘Hoe kom ik van het oordelen af, Hans?’
‘Je veronderstelt dat je er zelf voor verantwoordelijk bent.’
‘Wie anders.’
‘Is het jouw schuld dat je bruine ogen hebt?’
‘Natuurlijk niet.’
‘Is het jouw schuld dat je iedere dag moet eten?’
‘Natuurlijk niet.’
‘Is het jouw schuld dat je je moerstaal spreekt?’
‘Nee, maar…’
‘Is het jouw schuld dat je de ideeën en idealen van je cultuur meedraagt?’
‘Ik neem aan van niet, maar…’
‘Is het dan jouw schuld dat er oordelen in je opkomen?’
‘Bedoel je dat ik er niets aan kan doen?’
‘Wie niet?’
‘Ik niet.’
‘Is het jouw schuld dat je denkt dat je iemand bent?’
‘Wou jij beweren dat de persoon een illusie is?’
‘Dat is gewoon het volgende idee.’
‘Ik kies ervoor…’
‘Is het jouw schuld dat je in keuzevrijheid gelooft?’
‘Wou jij beweren dat de vrije wil een illusie is?’
‘Dat is gewoon het volgende idee.’
‘Hoe kom ik van mijn ideeën en idealen af?’
‘Dat is gewoon het volgende ideaal.’
‘Dus er is helemaal niets aan het oordelen te doen?’
‘Dat is gewoon het volgende idee.’

