‘Kan ik mijn innerlijke verdeeldheid overwinnen door me niet langer met mijn wil te identificeren, Hans?’
‘Afstand willen doen van je wil is verdeeld raken.’
‘Kan ik mijn innerlijke verdeeldheid overwinnen door mezelf niet langer als een persoon op te vatten?’
‘Afstand willen doen van jezelf is verdeeld raken.’
‘Kan ik mijn innerlijke verdeeldheid overwinnen door niet langer te investeren in concepten als ‘innerlijk’, ‘wil’, ‘verdeeldheid’ en ‘eenheid’?’
‘Afstand willen doen van concepten is verdeeld raken.’
‘Ik weiger me nog langer door mijn wil te laten verdelen.’
‘Je identificeert je met je wil.’
‘Maar ik kan toch niet…’
‘Je vat jezelf op als een persoon.’
‘Maar eenheid is toch…’
‘Je investeert in concepten.’
‘Ik geef het op.’
‘Dat mocht je willen.’

