Oorspronkelijke Geest of weetnietfeest?

Beste Hans,
Ken jij de Woorden van de Oude Cheng? Deze tekst, vertaald uit het Frans door wijlen Alexander Smit, leerling van Nisargadatta Maharaj, ademt dezelfde sfeer als de Linji lu. De Oude Cheng noemt het Uiteindelijke – dat wat overal aan voorbij gaat, dat wat alles overstijgt, het ene dat alles in zich draagt – de Oorspronkelijke Geest. Hoe noem jij het Uiteindelijke?

Beste X,
Na jaren van navelstaren en kennis vergaren teneinde het Uiteindelijke te ontwaren steek ik uiteindelijk nergens mijn hand meer voor in het vuur.
Zodoende kan ik bevestigen noch ontkennen dat er een of ander dit of dat of niet-dit en niet-dat bestaat dat weliswaar voorbij de woorden is, maar niettemin bereikt of herkend of gerealiseerd of belichaamd of ingezien of aangevoeld of geleefd of doorleefd of gedaan of gelaten kan worden – zoals de gewone geest, de grote geest, de oorspronkelijke geest, de algeest, geen-geest, het zelf, geen-zelf, de ziel, het hart, de weg, de waarheid, het leven, het hoogste, het overstijgende, het absolute, het numineuze, het onnoemelijke, de bron, het zijn, essentie, het heden, de eeuwigheid, gewaarzijn, stilte, leegte, openheid, liefde, het ene, god, de menigvuldigheid, brahman, atman, anatman, dao, non-dualiteit, je ware aard, je oorspronkelijke gezicht, sunyata, nirwana en noem maar op.

Zulke termen gebruik ik daarom nooit, behalve om ze in vraag te stellen – maar dat doe ik dan ook graag.
Dat geldt eigenlijk voor alle termen.
Ook voor de wegwerpterm ‘niet weten’, al geniet die toevallig wel mijn voorkeur.
Niet weten verwijst bij mij echter niet naar een principieel onkenbaar bewustzijn, zoals in sommige non-dualistische tradities, niet naar een principieel onkenbare interdependentie of een principieel onkenbare boeddhanatuur, zoals in sommige boeddhistische tradities, niet naar een principieel onkenbare immanentie, zoals in sommige mystieke tradities, niet naar een principieel onkenbaar mysterium tremendum et fascinosum, zoals het in nuministische kringen heet, of naar welke hypo-, hyper- of metastase ook.

Als ik het over niet weten heb, bedoel ik alleen maar dat ik het, als het erop aankomt, allemaal niet meer weet.
Dit ook niet.
“Dat wat overal aan voorbij gaat” is ook aan mij voorbij gegaan.
Het moest wel.
“Dat wat alles overstijgt” gaat ook mij boven de pet.
Per definitie.
‘Dat wat mij boven de pet gaat’ is mijn definitie van transcendentie.

Uiteindelijk is er niets wat mij niet boven de pet gaat.
Alles is mij een raadsel.
Het zogenaamd eindelijke net zozeer als het zogenaamd uiteindelijke.
Het zogenaamde vele net zozeer als het zogenaamde ene.
Het zogenaamde weten net zozeer als het zogenaamde niet weten.
Zogenaamde ik net zozeer als zogenaamde niet-ik en jij en niet-jij.

Kijk eens, ik ben een dummy.
Mijn boek is zo leeg als mijn leer.
Mijn leer is zo leeg als mijn geest.
Zo vol ben ik van mijn leegte dat ik barst.
Leegte is mijn lied, ik zing als een parkiet en ik hoop maar dat je hoort of ziet wat ik niet zeggen kan omdat spreken nooit niet weten is.

Beste Hans,
Parkieten kunnen niet zingen.

Beste X,
Niet weten is dodecafonisch.
In het twaalftoonsysteem kan niemand niet zingen.

Beste Hans,
Ik was ervan overtuigd dat jij het Uiteindelijke gewoon de Weetnietgeest zou noemen.

Beste X,
De weetnietgeest heeft niets te melden over het uiteindelijke.

Beste Hans,
Bedoel je dat het Uiteindelijke niet bestaat?

Beste X,
Nee, ik bedoel niet dat het Uiteindelijke niet bestaat of dat het Uiteindelijke toch bestaat of dat het Uiteindelijke bestaat én niet bestaat of dat het Uiteindelijke bestaat noch niet bestaat of dat het Uiteindelijke vooraf- en/of voorbijgaat aan bestaan en/of niet bestaan of dat we ons oordeel daarover voor onbepaalde tijd moeten opschorten of dat inzake het Uiteindelijke niets te bewijzen valt of wat dan ook.
Ik bedoel alleen maar dat ik het uiteindelijk allemaal niet weet.
En dat ik daar vrede mee heb natuurlijk, Grote Vrede, want dat is het echte mirakel.
Grote Vrede vinden in hetzelfde niet weten dat mij een halve eeuw Grote Vrees aanjoeg.
Begeisterung vinden in mijn verbijstering.
Thuiskomen in den vreemde.
Mij is dat Uiteindelijk genoeg.
Mij is dat uiteindelijk Genoeg.

Beste Hans,
Mij lijkt dat niet de Oorspronkelijke Geest.

Beste X,
Ik noem het mijn weetnietfeest.

Grote Vrede met knipoog

dummy: 1. iemand wiens boek leeg is (dan ben je nog wat); 2. het lege boek

het lege boek: symbool voor de lege leer (dan heb je nog wat)

de lege leer: niet weten, opgevat als een leer zonder leerstellingen (dan lijkt het nog wat)

niet weten: geen onderscheid weten te maken, geen oordeel weten te vellen, geen conclusie weten te trekken

weetnietgeest, lege geest: metafoor voor (het denken van) iemand die wel denkbeelden heeft maar geen denk-beelden (die wel denkbeelden leeft maar geen denkbeelden heeft)

Deze tekst maakt deel uit van Zondagskindjes, een serie teksten over niet-weten die geen deel uitmaken van een serie.

 

Categorieën: Hans van Dam
Tags: , , , , , , ,

Lees ook:

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

3 reacties op Van Grote Vrees naar Grote Vrede

  1. Marja Timmer schreef:

    Prachtig!! ?

  2. G.J. Smeets schreef:

    Grote Vrede. Arghh

  3. Sjoerd schreef:

    ‘Er bestaat geen geheim van de Oorspronkelijke Geest!’ (de oude Cheng).

    “En dat ik daar vrede mee heb natuurlijk, Grote Vrede, want dat is het echte mirakel.”(Hans)

    Prachtig, dat vind ik de teksten van de oude Cheng en Hans.
    Zo voor de hand liggend dat je er jaren overheen kijkt, tot je er over struikelt.