Van beeldspraak naar DenkBeeld, of hoe hersenen op hol slaan.
Tweeëntwintig twijfelachtige vragen
Kan je een universiteit schilderen?
Kan je in de zon zitten?
Kan je naar de maan lopen?
Waar zitten je lurven?
Waar zit je ego?
Hoeveel werkelijkheden zijn er?
Hoe realiseer je het Zelf?
Zit er verstand in je verstandskiezen?
Heeft maart een staart?
Heeft april een wil?
Hoeveel licht geeft een Verlichte?
Hoe hoog is de Verhevene?
Kunnen twee engelen op dezelfde plaats zijn?
Wat is de vorm van leegte?
Hoeveel armen heeft Avalokiteshvara?
Hoeveel weegt een kilo karma?
Is het vele een verschijningsvorm van het ene?
Is alles Zijn?
Zijn wij het Kennen?
Wat is het Ding-an-sich?
Speelt Bewustzijn verstoppertje met zichzelf?
Maakt de kosmos kosmische grappen?
Wijzen van spreken en dwazen van denken
Omdat je kan zeggen dat je zielenpijn hebt, denken we dat we een ziel hebben.
Omdat je kan zeggen dat iemand bij bewustzijn is, denken we dat er zoiets is als een bewustzijn.
Omdat er dingen zijn, denken we dat er zoiets is als het zijn.
Omdat we allemaal mensen zijn, denken we dat andere mensen net zo zijn als wij, en van mensen die niet zijn zoals wij, denken we dat ze geen mensen zijn.
We denken dat iets bestaat omdat je het kan denken of omdat er een woord voor is.
We denken dat de politie, de politiek, het rijk of de NS iets heeft misdaan of nagelaten, terwijl alleen politieagenten, politici, spoorwegbeambten en ambtenaren daartoe in staat zijn.
Een categoriefout is een denkfout waarbij je woorden letterlijk neemt die figuurlijk zijn bedoeld of andersom, of waarbij je twee categorisch verschillende betekenissen van een woord door elkaar haalt.
Zo kan je je aan de universiteit (als gebouw) niet inschrijven en kan je de universiteit (als instelling) niet schilderen.
(Lees verder onder de afbeelding.)

Je kan best in de zonneschijn gaan zitten maar niet in de zon, die is te ver weg.
Je kan naar de maan wijzen maar niet naar de maan lopen, er is geen weg.
Je kan iemand bij zijn lurven grijpen maar niet aan zijn lurven opereren, dan zijn ze weg.
Categoriefouten kom je overal tegen, in de praktijk van alledag, in de geesteswetenschappen, in de esoterie en in theïstische en non-theïstische religies zoals het christendom, het jodendom, het boeddhisme en de advaita vedanta.
Zeven soorten categoriefouten
Categoriefouten kun je op verschillende manieren in categorieën opdelen. Geen daarvan is goed of fout. Hieronder een indeling in zessen.
Verdinging (reïficatie): een idee aanzien voor een ding.
Vergoddelijking (deïficatie): een idee, mens, dier of ding aanzien voor (een) god.
Verpersoonlijking (personificatie): menselijke gevoelens, gedachten of eigenschappen toeschrijven aan een idee, dier, ding of god.
Vereeuwiging (eternalisme): iets tijdelijks aanzien voor iets eeuwigs.
Verabsolutering: iets afhankelijks aanzien voor iets onafhankelijks.
Essentialisme: de verschijningsvorm aanzien voor het wezen, of contingente eigenschappen voor noodzakelijke.
Steeds ontstaat er uit een beeldspraak een DenkBeeld.
De geest als categoriefout; Gilbert Ryle en de analytische wijsbegeerte
Volgens de Britse taalfilosoof Gilbert Ryle berust het idee van de geest, en daarmee het hele cartesiaanse dualisme, op een simpele categoriefout; de geest is een wijze van spreken, geen substantie.
Ryle staat (samen met Wittgenstein) aan de basis van de analytische wijsbegeerte uit de vorige eeuw, die zich tot taak stelde alle filosofische vraagstukken te herleiden tot categoriefouten.
De analytische wijsbegeerte is de (post)moderne reïncarnatie van het middeleeuwse nominalisme, dat woorden beschouwde als abstracties zonder tegenhanger in de werkelijkheid.
In mijn tienerjaren heb ik me zowel in het nominalisme als in de analytische wijsbegeerte verdiept en ik sta er persoonlijk voor in dat ze elk op hun eigen manier een beetje geest-dodend zijn en bijzonder geestdodend.
Net zo geest-dodend en geestdodend als de boeddhistische Diamantsoetra, die analytisch-wijsgerig avant la lettre was.
Net zo geest-dodend en geestdodend als zenkoans. Je zes jaar lang in lotushouding zitten afvragen of een hond de boeddhanatuur heeft, stel je dat eens voor.
Gedachten als brandhout, verlichting als burn-out, niet-weten als vlugzout.
Een donkere ster
Onvermijdelijk wordt ook het niet-weten regelmatig gereïfieerd, gedeïfieerd en gepersonifieerd.
Blijkt het ineens eeuwige wijsheid te wezen, het ware zelf, waarheid, eenheid, liefde, kracht, kunst.
Krijg je boektitels als De kracht van niet-weten, De kunst van het niet-weten, De wijsheid van het niet-weten. Waarmee iets levends, wilds en sprankelends ceremonieel wordt gedood, afgelegd en bijgezet. De achtste soort categoriefout: mummificatie.
Of er wel zoiets is als eeuwige wijsheid, het ware zelf, waarheid, eenheid enzovoort – ik weet het niet, anders was ik geen weetniet.
Wat de taak van de wijsbegeerte is – ik weet het niet, anders was ik geen weetniet.
Of woorden abstracties zijn zonder tegenhanger in de werkelijkheid – ik weet het niet, anders was ik geen weetniet.
Wat niet-weten is en of ik een weetniet ben – ik weet het niet, anders was ik geen weetniet.
Je ziet, ik ben niet zo’n ster in categorisch denken, of het moet een donkere zijn. Vandaar wellicht dat ik zo weinig categoriefouten maak.

