Daar vraagt Sunakkhatta, een krijger van de Licchavi-stam die later tot de orde zou toetreden en de persoonlijke verzorger van de Boeddha zou worden, aan de Verhevene of alle monniken die beweren bevrijdend inzicht verkregen te hebben dit ook terecht beweren.
Pali-Canon
Guy – Pali-canon
Zonder twijfel mag gesteld worden dat de Pali-canon de verwoording vormt van de leerstellingen van de Boeddha, maar apert verklaren dat de canon volkomen (als copie conforme) met de Dhamma geïdentificeerd kan worden is een paar bruggen te ver. Een experiëntiele ervaring valt immers onmogelijk exact in woorden en concepten te vangen.
‘Ik ben dit lichaam niet’ – astraal reizen of uittreding
Het was een heldere maanverlichte nacht. Me volledig bewust van wat er gebeurde bevond ik me plots, los van mij fysieke lichaam, zwevend in de voortuin. Ik wist perfect waar mijn fysiek lichaam was en ik was ook niet verbaasd over wat me overkwam. Door er enkel aan te denken verplaatste ik me zwevend voor- en achteruit. Tot een angstgevoel me plots overviel en ik als het ware terug naar mijn lichaam werd gezogen.
‘Ik walg van dit etter-lichaam, ziek en vergankelijk’
Het is dus tanha (begeerte, letterlijk: dorst) die de wezens voortstuwt in de keten van wedergeboortes: ‘Bij wie de dorst naar bestaan afgesneden is, wiens geest vredig geworden is, hij zal de keten der geboorten ontstijgen; voor hem is er geen wedergeboorte meer.
Salla-Sutta, ‘de doorn’ een meditatie over de dood
Toen de Boeddha het uiteindelijke nibbana was binnengegaan, weenden sommige monniken (bij wie de hartstochten nog niet waren verdwenen) met opgeheven armen. Zij vielen als geveld neer en rolden heen en weer, weeklagend: “Al te snel is de Verhevene heengegaan, al te snel is het Licht uit de wereld verdwenen!”
Guy – Samatha
‘Leer dit van de wateren: In bergspleten en bergkloven stromen de beekjes luidruchtig. Grote rivieren echter stromen stil.’
Guy – Stroombetreder (P. sotapanna)
Welke zijn die drie mentale schakels die de dhammanuvatti moet doorsnijden?
Dhamma-Zaadjes — Deel XI
Met Dhamma-Zaadjes — Deel XI zet Guy Eugène Dubois zijn contemplatieve verkenning van de oorspronkelijke leer van de Boeddha voort. Geen dogmatische uiteenzetting. Geen verzameling overtuigingen. Wel korte beschouwingen die uitnodigen tot kritisch onderzoek, persoonlijke reflectie en rechtstreeks inzicht. Centraal staat een eenvoudige maar fundamentele vraag: zien we de werkelijkheid zoals ze werkelijk is (yathābhūta), of zoals we denken dat ze is?
Guy – Het ‘ik’
Het ‘ik’ is slechts een proces van bewustzijn en van energie. Bewustzijn ontstaat uitsluitend door de zintuigen.
Guy – Kijk met de ogen van een kind…
Observeer rustig, ongedwongen, ontvankelijk en alert. Met open blik. Beleef je wereld met de ogen van een kind. Met de ogen van een beginner. Een debutant. Als je op deze manier kijkt ligt stroombetreding binnen handbereik.
Guy – De Boeddha is een leraar, geen profeet
Het enige wat de Boeddha voor ogen had was ons bevrijden van ons lijden (P. dukkha). Van die permanente onvrede die we, als mensen, heel ons leven meezeulen.
Guy – Harmonie in de Sangha
Harmonie in de Sangha is het belangrijkste. De nadruk van onze beoefening hoeft niet te liggen op de slimst uitgekiende individuele gedachte. Evenmin op de meest klinisch beschreven doctrine. Noch op de mooist versierde tempel.






