Waarom reciteren we in ons toevluchtritueel de oorspronkelijke Pancasila niet? Dat is de vraag die mij gesteld werd. Wel, er is niets mis met de Pancasila. Het enige probleem is de vertaling ervan. Meestal wordt het vertaald als de vijf ‘voorschriften’: niet doden, niet stelen, geen seksueel misbruik, niet liegen en geen alcohol drinken. Zo geformuleerd zijn het zelfs geen voorschriften maar verboden.
Pali-Canon
Guy – Dhamma en de Boeddha’s
Ontwaken is niet het exclusieve handelsmerk van één persoon. Ieder van ons draagt dit vermogen van ontwaken in zich. Zaak is ervoor te zorgen dat deze lotusbloem ontluikt.
Guy – De Perfectie van wijsheid — (Skr. Prajnaparamita)
Alle dhammas, alle verschijnselen, alle bestaansvormen worden gekenmerkt door leegte: zij ontstaan noch vergaan, ze worden niet geboren en ze sterven niet; ze zijn niet zuiver en niet bezoedeld; ze nemen niet toe en niet af. Ze zijn zonder verleden, zonder toekomst, zonder aanwezigheid.
Guy – De drievoudige training (P. tisikkha)
De acht stappen van het Pad versterken en ondersteunen elkaar voortdurend.
Guy – Verlangen (P. tanha, lobha)
De Boeddha wéét als geen ander wat voor een geraffineerd gif ‘verlangen’ is. Sluipend. Verraderlijk. Geniepig. Niet verwonderlijk dus dat Mara–ons alter ego—er zich uitgebreid van bedient om ons op het verkeerde been te zetten. Elk verlangen—zelfs met de meest hoogstaande intentie—blokkeert onze spirituele progressie (cfr. infra).
Voorbij boeddhisme: wat blijft er over wanneer de vormen wegvallen?
Wat heeft de Boeddha werkelijk onderwezen? En hoe verhoudt wat wij vandaag ‘boeddhisme’ noemen zich tot wat in de vroegste leerredes als Dhamma naar voren komt?
Het zijn vragen die gemakkelijk kunnen uitlopen op een zoektocht naar een vermeend zuiver boeddhisme, ontdaan van alles wat er in de loop van vijfentwintig eeuwen aan zou zijn toegevoegd. Voorbij Boeddhisme — Naar het hart van Dhamma kiest een voorzichtigere en interessantere weg. Het boek erkent dat de leer van de Boeddha ons uitsluitend via historische overlevering heeft bereikt. Een onaangetaste Dhamma, los van die geschiedenis, is voor ons niet toegankelijk. De vraag is daarom niet eenvoudig wat ‘oorspronkelijk’ en wat ‘later’ is, maar welke functie de verschillende elementen van het onderricht vervullen. Guy Dubois begint bij de vroegste leerredes en probeert daarin het proces bloot te leggen die volgens hem aan de Dhamma ten grondslag ligt.
Guy – Meditatie op het ‘ik’
De Boeddha leert dus dat al deze componenten zonder ‘zelf’ zijn. Anders gezegd: ze zijn veranderlijk, onbevredigend en zelfloos. Alles wat veranderlijk, onbevredigend en zelfloos is moet beschouwd worden als ‘dit is niet van mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf’.
Guy – dhammazaadjes-Meditatie op het afschuwelijke
In de Mahasatipatthana-Sutta wijst de Boeddha ons op het vestigen van aandacht op ons lichaam. Op alle aspecten ervan. En dat schildert niet altijd een mooi beeld.
Guy – dhammazaadjes – Aandacht op de dood
Toen de Boeddha zijn spirituele zoektocht begon, was de trigger het zien van een zieke man, een oude man en een lijk. Het bracht hem tot het inzicht dat ook hij hieraan niet kon ontsnappen.
Guy – dhammazaadjes – Ontwaken
‘Alles wat onderhevig is aan ontstaan, is onderhevig aan vergaan.’
Guy – dhammazaadjes – Illusie
Alle verschijnselen ontstaan, bestaan en vergaan. Wanneer de ervoor vereiste oorzaken (P. hetus) en voorwaarden (P. paccayas) zich manifesteren.
Guy – dhammazaadjes – Stop de opiniëring. Het is slechts waan.
Door aandachtig te mediteren ervaren we wat er gebeurt met ons lichaam; met onze gewaarwordingen/gevoelens; met onze geest en met de objecten van onze geest. Uiteindelijk zien we dat ‘wij’ dat niet zijn. Dat het slechts uitsluitend fysieke en mentale processen zijn.



