Het is niet de lengte van de beoefening dat er toe doet. Het is de diepte ervan. Het is de penetratie van de dhammanuvatti in Dhamma die tot stroombetreding leidt.
Niet door het angstvallig opvoeren van een ritueel boeddhisme (P. buddharupa) of door noeste intellectuele scholastieke en doctrinaire arbeid. Maar door gestaag volgehouden intensieve praktijk. Door het harmonieus ontwikkelen van doctrine en praktijk.
Door inzichtmeditatie. Door de onveranderlijke natuurwet te onderkennen. Door de ultieme werkelijkheid te zien. Door de ware aard van de dingen te zien. Yatha-bhuta.
Door de realisatie van de tilakkhana te begrijpen als de sleutel tot zelfrealisatie. Door aandachtig te observeren hoe alles ontstaat en vergaat met een verbijsterende snelheid.
In de eerste plaats het hoogsteigen geest/lichaam-complex. Het zien van dit proces van ontstaan en vergaan—deze ongrijpbare werkelijkheid die van moment-tot-mo-ment vibreert, pulseert en op geen enkel ogenblik gelijk blijft.
Inzicht in de tilakkhana is de sleutel die de poort van de ultieme werkelijkheid ontsluit.
Wanneer de beoefenaar erin slaagt om de illusie van bestendigheid (P. nicca), van bevrediging (P. sukha) en van het zelf (P. atta) te doorbreken proeft hij de smaak van zelfrealisatie.
Zelfrealisatie is niets anders (niets meer maar ook niets minder) dan de fundamentele aard van alle fenomenen opmerkzaam zien én aanvaarden.
Dit is bevrijdend inzicht. Dit is ’ontwaken’.


Geef een reactie