We zingen veel op de redactie van het Boeddhistisch Dagblad. Als je zingt is je hoofd leeg, gedachten drijven weg op het wijsje van het lied dat je zingt. Of het nu mantra’s zijn, In een groen, groen knollenland of een stichtelijke psalm, het maakt niet uit. En als we effe stil zijn, pakt een van ons de gebedsmolen van de vensterbank en geeft die een slinger.
Een gebedsmolen is een devotie-instrument. Op een opgerold papier bevindt zich binnenin de mantra Om Mani Padme Hum, vele malen geschreven. Bij elke draai van de molen wordt de bijzondere mantra even zovele keren actief. We hechten niet aan onze boeddhistische spullen. Maar het geeft een fijn gevoel om af en toe eens te slingeren of een Boeddhabeeld te begroeten. In voor-en tegenspoed.
Moge iedereen een lang, gezond en gelukkig leven hebben, niemand uitgezonderd.
Vrede en alle goeds, zeggen de Franciscanen.
Laten we een eind maken aan oorlog en geweld, stop de wapenhandel.
Moedig voorwaarts!
BIJSLUITER: het lezen van deze columns kan leiden tot groot geestelijk ongemak, woedeaanvallen, depressies, onbeheerst gedrag, angstaanvallen, maagzuur, zweten, ongeloof, twijfel aan eenieder, straatvrees, lange tenen en het geloof in het eigen gelijk. Bij de lezers. Scheldpartijen en een onbedwingbare drang om te reageren zijn waargenomen. Sommigen willen mij corrigeren. Of bedanken. Of prijzen. De drang om in verzet te komen is waargenomen, het abonnement op te zeggen. Sommigen besluiten de krant niet meer te lezen, of te boycotten. Er kwaad over te spreken. Te janken of te vloeken. De straat op te gaan om te demonstreren maar niet weten waartegen. Het boeddhisme de rug toe te keren. Of aan de drugs te gaan. En zo gaat het maar door.

Geef een reactie