Open brief aan wethouders en gemeenteraadsleden
Een meisje wordt uit huis geplaatst. Haar ouders zien hoe zij steeds verder in gevaar raakt. Ze kunnen haar niet meer voldoende beschermen. Elders zal zij behandeling krijgen, is de verwachting. Daar kan zij herstellen.
Dat vooruitzicht biedt houvast. Aan ouders die ten einde raad zijn, maar ook aan professionals die een ingrijpend besluit nemen. Er is een plek gevonden. Er komt behandeling. Er wordt gehandeld.
Maar de opluchting bij volwassenen loopt vooruit op de veiligheid van het kind.
Via ondersteuning van de ouders zijn wij betrokken bij een situatie waarin de beloofde hulp uitblijft. Maanden na de uithuisplaatsing is het meisje niet op een school ingeschreven. Voor traumatherapie is zij aangemeld. Drie maanden later vraagt de therapeut nog steeds om de benodigde handtekening van de jeugdbeschermer. De behandeling kan nu niet beginnen.
Ondertussen loopt zij weg en gebruikt zij drugs. Na een combinatie van alcohol en drugs wordt zij in het ziekenhuis opgenomen. Ze is vijftien. Regelmatig belt zij haar moeder. Ze voelt zich zo eenzaam.
De plaatsing is geregeld. Het leven dat daarmee mogelijk moest worden, niet.
Het kind kan niet wachten
Voor een organisatie zijn drie maanden een periode van aanvragen, afstemming en opvolging. Voor haar zijn het drie maanden jeugd. Zonder school en zonder de noodzakelijke behandeling. Terwijl de gevaren waarvoor zij bescherming nodig had, voortduren.
Wachten is hier geen neutrale tussenperiode. De schade kan toenemen. Het vertrouwen in volwassenen kan verder afbrokkelen. De gevolgen kunnen een leven lang doorwerken.
We weten al zo lang dat kinderen veiligheid, betrouwbare relaties, onderwijs en passende hulp nodig hebben. Waarom moeten zij steeds opnieuw de gevolgen dragen wanneer volwassenen dit niet organiseren?
Wethouders en raadsleden, zorgt u dat u op de hoogte bent en blijft over deze kinderen? Niet alleen over beschikbare plekken, wachtlijsten en kosten, maar over hun dagen? Over het meisje dat haar moeder belt omdat ze zo eenzaam is?
Een aanmelding is nog geen behandeling. Een beschikbare plek is nog geen veiligheid. Toch kunnen zulke stappen volwassenen geruststellen. Er loopt immers een traject.
Ondertussen wordt er overlegd, gerapporteerd en gefactureerd. De organisatie draait door. Wie onderzoekt welke zorg wordt betaald, welke daadwerkelijk wordt geleverd en wie ingrijpt wanneer die uitblijft?
Ondersteuning anders organiseren
Er bestaat een andere manier van werken. Organiseer vanaf het begin betrouwbare steun rond kinderen en ouders. Zoek samen met hen naar mensen die betrokken kunnen blijven. Wie kan ontlasten, contact houden, meegaan naar school of beschikbaar zijn wanneer het moeilijk wordt? Welke professionele hulp is daarnaast nodig?
Community Support biedt hiervoor een werkwijze. Met een familiegroepsplan kunnen kinderen, ouders en betrokkenen concreet maken wie wat doet. Voor dit meisje zou dat betekenen: vertrouwde mensen die contact houden, iemand die samen met haar en haar ouders achter het onderwijs aangaat, en duidelijke afspraken over wie handelt wanneer behandeling niet begint.
Dat is geen oproep om de zorg op familie af te schuiven. Een netwerk kan klein, overbelast of onveilig zijn. Juist dan zijn professionals nodig om veilige relaties te helpen opbouwen en passende hulp te leveren. Bij complexe scheidingen kunnen rond beide ouders mensen worden gezocht die het kind steunen, zonder dat eerst het ouderlijke conflict opgelost hoeft te zijn.
Waar een jeugdbeschermingsmaatregel geldt, bewaakt de gecertificeerde instelling, de G.I., de veiligheid. Dat is haar specialisme. Zij moet blijven toetsen of de bescherming in het dagelijkse leven werkt en handelen wanneer die tekortschiet. Hulpverleners blijven verantwoordelijk voor de zorg en de kwaliteit daarvan die zij moeten leveren. Een taakverdeling mag nooit een reden worden om naar elkaar te wijzen terwijl het kind wacht.
Ook wanneer een andere woonplek noodzakelijk is, blijft deze steun nodig. Een kind heeft méér nodig dan een bed en een behandelplan.
Wethouders, maak deze werkwijze mogelijk in de organisatie en financiering van hulp. Raadsleden, vraag wat daarvan terechtkomt. Neem geen genoegen met aantallen plaatsingen en afgesloten trajecten. Vraag of kinderen onderwijs krijgen, of behandeling begint en of er iemand is op wie zij kunnen rekenen.
Dat zijn geen vragen voor de volgende evaluatie.
We weten dit al zo lang. Hoeveel jeugd mag er nog verloren gaan tussen een besluit en de hulp die ermee werd beloofd?
Drs. R. van Boven, psychotherapeut
Drs. L.R. Mur, psycholoog (voorheen hoofd behandeling en directeur in de jeugdzorg)

