Een oude vraag die regelmatig terugkomt: ‘Is religie algemeen menselijk?’. Het antwoord hangt af van een andere vraag: ‘Hoe definieer je ‘religie?’. Definiëren, zo blijkt, is een verwarrende bezigheid, helemaal in het geval van religie.
Zo wordt in sommige definities het algemeen menselijke van te voren ingebouwd, bijvoorbeeld als religie gezien wordt als ‘Antwoord op de diepste menselijke vragen’. Logisch dat dan het antwoord op de vraag hierboven bevestigend is. Atheïsten protesteren vervolgens, want zij willen juist niet religieus heten.
Een gebruikelijk onderscheid zet twee typen definities van religie naast elkaar: substantiële en functionele. Substantiële definities bevatten een verwijzing naar datgene waar gelovigen op betrokken zijn: god, goden, geesten, of kortweg een bovennatuurlijke werkelijkheid. De functionele insteek verlegt de focus van het voorwerp van de religieuze cultus naar de vraag wat religie doet. Welke rol speelt religie in mensenlevens? Het zojuist genoemde ‘Antwoord op de diepste menselijke vragen’ is een voorbeeld.
Uit die tweedeling blijkt al dat een definitie altijd een beperkt beeld geeft, steeds afhankelijk van de geselecteerde kenmerken. Je kunt in een definitie nooit alle kenmerken die meegenomen zouden kunnen worden een plekje geven. Overigens zijn er religiedefinities die substantiële en functionele kenmerken combineren, maar ook die omvatten nooit het totale veld van mogelijk te selecteren kenmerken. Een definitie vat samen, maar is ook selectief.
Wat verder het definiëren ingewikkeld maakt, is een kip-ei-probleem. Stel je wilt religie bestuderen. Begin je dan met een definitie en grens je zo je onderzoeksveld af? Of kijk je eerst rond en laat je je verrassen door kenmerken die zich opdringen als kandidaten voor een definitie? In het eerste geval heb je al een beeld van wat je religie noemt. Vaak dient de eigen religie als voorbeeld. Nogal eens is dat het christendom en is die religie dus ook het meest geslaagde model. Maar als een onderzoeker zich niet committeert aan een bepaalde religie, is het perspectief ruim en open.
En dan is ook nog de vraag of in een definitie al een theorie verstopt zit. Religie als ‘opium van het volk’ is een bekend voorbeeld. Zelf ben ik in de loop van de tijd uitgekomen bij een theorie die ‘religie’ ziet als één van de voorbeelden van de categorie ‘levensbeschouwing’. Ik neem daarvoor mijn vertrekpunt – meer functioneel – in algemeen menselijke kenmerken, zonder religie als algemeen menselijk te typeren.
Wat voor kenmerken zijn dat dan? Levensbeschouwing begint bij alles wat mensen overstijgt en derhalve om duiding vraagt. Er is nogal wat waar mensen niet echt vat op krijgen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de niet te beheersen natuur, het onmetelijke heelal, en een samenleving of groep die altijd groter is dan de enkeling. Wat ook overstijgt, is het niet te temmen kwaad, of het zelf dat onpeilbaar is, en zelfs de ongebreidelde gave om alles te duiden. Verder dienen zich steeds nieuwe overstijgende gehelen aan: de klimaatcrisis, AI, autocratische regimes.
Terug naar de beginvraag. Is religie algemeen menselijk? Dat hangt dus af van de manier waarop religie gedefinieerd wordt. Met mijn theoretische insteek, die de invulling van termen als religie en levensbeschouwing bepaalt, is religie niet algemeen menselijk, levensbeschouwing wel. Vanwege de betrokkenheid op een bovennatuurlijke werkelijkheid is religie zo gezien een sub-type van levensbeschouwing. Religie in de substantiële zin kwam door het gebruik van functionele definities al in een vergelijkend levensbeschouwelijk kader te staan. Vanuit de algemeen menselijke omgang met wat overstijgt komt ze in een nog ruimere context te staan, naast andere vormen van levensbeschouwing..
Uiteindelijk passen zelfs wetenschap en filosofie in deze theorie, want ook die brengen wat ons overstijgt in kaart en streven naar beheersing. Atheïsten die zich door wetenschap en filosofie laten inspireren, wezen al de weg naar dit ruimere kader.
Alle mensen eten dus de appel van de kennis over wat ons overstijgt, maar die kennis vertoont zich net als appels in veel soorten. Voordeel van deze benadering is dat gelovigen en atheïsten niet langer tegenover elkaar hoeven te staan, maar op zoek kunnen naar overeenkomsten in de algemeen menselijke zoektocht naar het begrijpen van wat ons overstijgt. Dat draagt bij aan een betere samenleving. Gelovigen kunnen dan uitleggen dat god, goden, geesten hen ook overstijgen, maar dat die behulpzaam zijn in het problematische leven met al die andere overstijgende gehelen. Atheïsten zullen eerder hulp zoeken bij wetenschap en filosofie.
Tot slot: deze kijk op levensbeschouwingen, vanuit de menselijke omgang met overstijgende gehelen, kan ik mooi uitwerken binnen de driehoek die in Vrijdag Zindag vaak langskomt: Spel / Macht / Zingeving.


Geef een reactie