Ik geef toe, ik heb vreemde vrienden maar ze passen wel bij mij. Frederik is er een van. In een buitenlamp naast de voordeur aan de gevel van zijn woning heeft hij niet zichtbaar een microfoon aangebracht.
In zijn huiskamer kan hij horen wat zijn bezoek, zijn visite, zegt als hij niet direct zijn voordeur opent. Dat ze denken dat hij niet thuis is. Oude vrienden zwijgen dan want ze weten dat wat zij over Frederik zeggen via de buitenlampmicrofoon in zijn brein wordt opgeslagen. En ze zijn wel positief over die vreemde vogel. Zwijgen is goud.
Nieuw bezoek is daar niet van op de hoogte. Als ze na een minuut nog niet zijn binnengalaten hoort Frederik de vrouw tegen de man (een echtpaar) zeggen: wat ben ik blij dat die zak niet thuis is, ik had toch al geen zin om er heen te gaan. Of: Hij is gelukkig niet thuis, wat een eikel, kom op we gaan iets leuks doen. Of nog meer Rotterdamse kwalificaties die ik hier niet zal herhalen.
Dan opent Frederik de deur -begroet ze allerhartelijkst- en laat zijn gezelschap binnen. Hij ontkent overigens opzet. Meten is weten, stelt hij.
De afluisteraar in de buitenlamp, dat is al lang geleden. Nog voor de tijd dat bij ongeveer een miljoen Nederlanders deurbelcamera’s naast de voordeur zijn opgehangen. We leven in één groot spionagenest.
Alles gaat voorbij. Ook de buitenlamp met microfoon. Frederik ook, ik ook.


Geef een reactie