Er zijn verhalen die je op school leert als een soort moraal: dit was goed, dat was fout, en daarom ging het mis. Het verhaal van Adam en Eva is misschien wel het bekendste voorbeeld. Maar soms wordt een verhaal pas écht vruchtbaar wanneer je het niet gebruikt om te oordelen, maar om te onderzoeken: wat zegt dit eigenlijk over ons mens-zijn?
Stel dat de appel niet het begin van schuld markeert, maar het begin van wakker worden.
In veel versies van het verhaal is Eva degene die “in de fout” gaat. Ze wordt verleid, ze faalt, en Adam volgt haar. Maar je kunt het ook anders lezen: Eva hoort een uitnodiging. Niet om iets kapot te maken dat goed is, maar om een stap te zetten die blijkbaar binnen haar vermogen ligt. Ze eet — en er gebeurt iets fundamenteels: bewustzijn ontwaakt. Ze ziet. Ze weet. En met dat weten verschijnt iets wat daarvoor nauwelijks bestond: keuzevrijheid.
Voor die tijd leefden ze “in het paradijs”. Dat kun je zien als een toestand van onschuld: leven zoals een klein kind leeft, volledig opgenomen in het geheel. Er is vertrouwen, er is vanzelfsprekendheid. Je bent nog niet afgescheiden van het leven door een scherp besef van ‘ik’. Maar dat betekent niet dat het paradijs hoger of beter is. Het is een begin.
Wanneer bewustzijn ontwaakt, verliezen we die onschuld. Niet omdat we slecht worden, maar omdat we wakker worden. En wakker worden betekent: verantwoordelijkheid. We kunnen niet langer doen alsof we het niet weten. We worden mede-verantwoordelijk voor hoe we leven, spreken en kijken.
Daar gaat het vaak mis in onze interpretatie van het verhaal. We verwarren het verlies van onschuld met het ontstaan van schuld. Alsof je pas een goed mens bent als je niets weet, niets kiest, niets draagt. Maar het tegendeel is waar: pas wanneer je wakker bent, kun je zorg dragen. Pas wanneer je kunt kiezen, kun je handelen vanuit liefde of vanuit angst. Het moment van de appel is geen zondeval, maar een overgang: van kind-zijn naar mens-zijn.
In die lezing is Eva niet de oorzaak van ellende, maar het symbool voor het begin van bewustzijn. Haar “speciale positie” betekent niet dat vrouwen “beter” zijn, maar dat het verhaal via haar laat zien: bewustwording begint met luisteren naar een uitnodiging tot waarheid — en dat luisteren is een kracht. Vanuit verbondenheid nodigt zij Adam uit ook wakker te worden. Niet om het paradijs te verliezen, maar om het niet langer passief te bewonen — en er actief zorg voor te dragen.
Want het paradijs verdwijnt niet per se. Het verandert van plek. Het ligt niet langer om ons heen als een vanzelfsprekende wereld, maar leeft als mogelijkheid in ons: in stilte, in luisteren, in het vermogen om aanwezig te zijn zonder meteen te oordelen.
Er is in ons een laag die nog weet hoe het is om verbonden te zijn. Een laag die niet alles kapot analyseert, maar waarneemt, voelt, ontvangt.
En toch hebben we óók een andere neiging: we maken verhalen. Verhalen over wie we zijn, over wat de wereld is, over wie de ander is. Dat is niet verkeerd — verhalen helpen ons navigeren. Alleen: soms geloven we die verhalen alsof ze de werkelijkheid zelf zijn. Zeker wanneer we gekwetst of bang zijn.
Je ziet dat in het klein, elke dag. Iemand zegt iets onhandigs, en nog vóór je het weet speelt er een hele film af: zie je wel, ik doe het nooit goed, of: typisch, altijd hetzelfde met die ander. Eén opmerking wordt een identiteit, één moment een conclusie. En opeens reageren we niet meer op wat er gebeurt, maar op het verhaal dat we ervan gemaakt hebben.
Als we stil worden, merken we hoe snel de geest een verhaal maakt van alles wat we voelen. In boeddhistische termen: we lijden vaak niet door de ervaring zelf, maar door de hechting aan het verhaal dat we eraan verbinden. Juist daar ligt de oefening: terugkeren naar wat er nu werkelijk is, vóór het oordeel. Niet om het denken weg te duwen, maar om het weer op zijn plek te zetten — als hulpmiddel, niet als baas.
Mystieke en gnostische tradities suggereren — ieder in hun eigen taal — iets soortgelijks: het gaat niet om een nieuw gelijk, maar om herkennen. Om weer te zien dat afgescheidenheid niet het hele verhaal is. Dat er onder onze angstige vertellingen een dieper ‘thuis’ ligt, een stille grond van verbondenheid die je niet bedenkt, maar ervaart.
Misschien is dát de echte opdracht die in dit oude verhaal verborgen ligt: niet terug naar onschuld, maar vooruit naar verantwoordelijkheid — zonder de verbinding te verliezen. Niet terug naar een paradijs waarin we niets hoeven dragen, maar naar een volwassen manier van leven waarin we het paradijs beschermen: in hoe we spreken, hoe we kijken, hoe we omgaan met onze pijn, en hoe we de ander tegemoet treden.
De vraag is niet: mogen we van de appel eten? We hébben allang gegeten.
De vraag is: voeden we het verhaal dat ons bang maakt, of het luisteren dat ons opent?
Wakker zijn is: telkens terugkeren naar verbinding — ook midden in het verhaal.
Rob van Boven (1951) is psycholoog en geregistreerd psychotherapeut. Hij was consultant voor verschillende organisaties (drugs en verslaving counseling, vaardigheden workshops) en werkte vijftien jaar als een behandelingscoördinator in een psychiatrische instelling. Bij Rob van Boven wordt het geloof van de overlever bewust gemaakt en een juiste plaats gegeven. Het doel is om los te komen van de dwang van het geloof en bewustzijn te ontwikkelen naast deze denk- en voelpatronen. Hoe meer je van het geloof van de overlever bevrijd bent, zonder het te bestrijden, maar door het de juiste plek te geven, hoe vrijer je kan leven.
Luuk Mur ( 1952) is psycholoog en heeft een drietal boeken geschreven over de door hemzelf ontwikkelde hulpverleningsmethode communitysupport. Hij is lid van de Dzogchen Community Nederland. Dzogchen is een vorm van Tibetaans boeddhisme waarbij veel belang wordt gehecht aan de ontwikkeling van individueel bewustzijn. Bij deze traditie streeft men naar non-dualiteit van het bewustzijn. Mensen zijn zich niet alleen bewust ( je weet dat je dit leest), maar je kunt je ook bewust zijn van dit eerste bewustzijn. Dit meta-bewustzijn wordt ‘gewaarzijn’ genoemd.


Geef een reactie