Het is alweer twee jaar geleden dat mijn vorige room mate Y. afscheid van me nam. Ze was te verward om nog te kunnen blijven in deze beschermde woonvorm, waar enige zelfstandigheid en zelfredzaamheid vereist zijn.
Y. was de makkelijkste niet. We botsten weleens. Zij een koppige, trotse boerendochter, ik een navenante boerenzoon.
Y. was net als ik manisch-depressief. Op het laatst had ze erge wanen; ze werd psychotisch. En spraakzaam dat ze werd. Ze vertelde me hele verhalen, die allemaal niet klopten, maar wel griezelig coherent klonken.
Ze zei dat ze getrouwd was geweest met een man die haar mishandelde en misbruikte. In werkelijkheid was Y., die toen 70 was, altijd vrijgezel gebleven. Ze woonde vanaf haar 25ste psychiatrisch, zoals ze dat noemde.
Toen ik bij haar kwam wonen, vier jaar geleden, zag ze me bepaald niet zitten. Iedere dag kreeg ik te horen dat ik een smerig beest was, en een vieze rat. Om haar terug te pakken dronk ik van haar limonade, uit de koelkast. Er zijn grenzen. Ik ben van alles, maar geen vies dier.
Het is eng om een vrouw mee te maken die psychotisch wordt. Recent ervoer ik het ook mee met de opvolgster van Y., mijn huidige room mate X. Die verloor een week lang het contact met de werkelijkheid. Fascinerend en griezelig om mee te maken.
Toch goed dat er psychofarmaca zijn.
Zelf had ik het afgelopen jaar geen psychotische verschijnselen. Het antipsychoticum, dat in dosis is opgehoogd, doet z’n werk. Geen stemmen meer in m’n hoofd. Ik mis ze niet.
Ik moet wel schrijven, anders word ik gek.
Morgen krijg ik weer Xanax van de psych. Voor de derde week op rij. Ik moet oppassen; ik was verslaafd aan tranquillizers, en alprazolam is een lekkere.
We zijn hier in huis allemaal chemische afvalcontainers, zoveel pillen slikken wij bewoners.
Zelf drop ik er zeven per dag. Die houden me gezond, zullen we maar zeggen.
Ondertussen zou ik willen huilen. Maar ik ben emotioneel helemaal geblokkeerd. Dat komt door de depressieve stemming.
Flashbacks. Het overlijden van mijn vader. Mijn afwezigheid bij zijn crematie. Ik kon niet, het ging niet. Maar het zal een wonde blijven, voorlopig.
Y. zag ik nog een keer sinds haar vertrek. Ze wandelde met een zus in het dorp. Ik groette, maar ik weet niet of ze me herkende. “Het ga je goed”, riep ik haar na.


Geef een reactie