• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst

Boeddhistisch Dagblad

Ontwart en ontwikkelt

Header Rechts

Vijftiende jaargang

Zoek op deze site

  • Home
  • Agenda
    • Geef je activiteit door
  • Columns
    • Andre Baets
    • Dharmapelgrim
    • Bertjan Oosterbeek
    • Dick Verstegen
    • Edel Maex
    • Emmaho
    • Goff Smeets
    • Hans van Dam
    • Jana Verboom
    • Joop Hoek
    • Jules Prast
    • Paul de Blot
    • Rob van Boven en Luuk Mur
    • Ronald Hermsen
    • Theo Niessen
    • Xavier Vandeputte
    • Zeshin van der Plas
  • Nieuws
  • Contact
    • Steun het BD
    • Mailinglijst
  • Series
    • Boeddha in de Linie
    • De werkplaats
    • Recepten
    • De Linji Lu
    • De Poortloze Poort
    • Denkers en doeners
    • De Oude Cheng
    • Meester Tja en de Tao van Niet-Weten – alle links
    • Fabels door Goff
    • Cartoons van Ardan
    • Tekeningen Sodis Vita
    • De derwisj en de dwaas
  • Over ons
    • Redactiestatuut van het Boeddhistisch Dagblad
    • Redactieformule van het Boeddhistisch Dagblad
  • Privacy

Home » Columns » Bericht uit het beschermde huis (31)

Bericht uit het beschermde huis (31)

11 februari 2026 door Peter Pijls Reageer

Ik heb een vriendin die out of the blue manisch of psychotisch kan worden. Ook beschikt ze over het talent om in een split second in een gemengde episode te schieten. Dan is ze niet alleen depressief en manisch tegelijk, maar ook nog eens acuut suïcidaal. Twee keer ging ze in zo’n bui op zoek naar een stuk touw, met het opgewekte voornemen zich op te hangen. Dat ging alleen maar niet door omdat ze betrapt werd. Vervolgens mocht ze in de isoleercel haar zonden overdenken.

Bij mij hebben de episodes een veel tragere aanloop, die weken of maanden kan duren. Dat verklaart volgens mij ook waarom ik pas op latere leeftijd een diagnose kreeg. Ik zag stemmingswisselingen lang als een fact of life, horend bij m’n temperament. In de wintermaanden dacht ik dat ik een winterdepressie had. ’s Zomers concludeerde ik hieperdepiep dat ik een zonnekind was. Nog niet eens zo’n slechte theorie achteraf, voor een amateur.

M’n eerste serieuze depressie kreeg ik in militaire dienst. Ik was een jaar lang niet vooruit te branden van melancholie, en blowde me iedere dag suf om het ongerief te bestrijden. Ik was weliswaar niet zo’n overtuigde militarist, maar ook geen pacifist. Dus ik deed geen moeite m’n dienstplicht te ontduiken. Dit in tegenstelling tot sommige vrienden, die geestelijke instabiliteit voorwendden, of fanatiek beleden homoseksualiteit, om zo de wapenrok te ontlopen.

Achteraf gezien denk ik dat die depressie me misschien wel geholpen heeft die vreemde militaire machocultuur te overleven. Ik hield me gedeisd, en liet het geblaf van onderofficieren en majoors gelaten over me heen komen. Vooral majoors waren enorme klootzakken. Luitenant-kolonels daarentegen waren juist zonder uitzondering fidele types. Rare jongens, die militairen.

Ondanks m’n belazerde stemming heb ik ook gelachen in het leger, vooral tijdens de militaire opleiding. Uiteraard leerden we stompzinnige zaken als marcheren en schuttersputjes graven. En op bivak moesten we met ons wapen (een semi-automatische FAL) slapen in de slaapzak. Maar eerst moesten we het wapen een meisjesnaam geven. In het leger hebben ze een haarfijne antenne voor het verband tussen dood en erotiek. Ik noemde mijn wapen Ineke, naar een ex-vriendinnetje, dat later met een beroemde televisiepresentator is getrouwd. Ik sliep best goed die nacht.

Ook in het leger leerde ik dat menselijke beschaving alleen maar een makkelijk te verwijderen dun vernislaagje is. En dat sadisme een algemeen voorkomende menselijke eigenschap is, vooral bij lompe onderofficieren met een paar strepen op de schouder. Tegen de Conventie van Geneve in leerden ze ons op bivak hoe we krijgsgevangenen moesten martelen. Bijvoorbeeld door een gepakte vijand met zijn handen tegen een boom te laten leunen, en zijn voeten ver naar achteren te schoppen. Een dienstplichtig militair moest daarvoor model staan. De onderofficier plaatste een FAL met bajonet onder zijn buik, en schopte de benen van de soldaat steeds een beetje verder naar achter. Zo konden we iedere krijgsgevangene aan het praten krijgen over de vijandelijke posities, was de moraal. En als de gevangene niet wilde praten, dan konden we altijd nog zijn benen helemaal onder hem vandaan schoppen, zodat hij in de bajonet viel. De onderofficier kwam niet bij van de pret.

Hij leerde ons ook nog dat krijgsgevangenen het niet fijn vinden als je ze dwingt een pot sambal te eten, om ze vervolgens een dag lang geen drinken te geven. Ook dat schijnt een probate manier te zijn om de vijand aan het praten te krijgen. Ik wilde het graag geloven.

M’n stemming werd er niet beter van. Ook omdat ik kennismaakte met het virulente racisme en seksisme in het leger. De Surinamer in ons peloton, Santiroma, kreeg er om zijn huidskleur ongenadig van langs. Ook de aanwezige vrouwelijke militaire Milva’s moesten het ontgelden, met de meest gore en liederlijke scheldwoorden die ik ooit voor vrouwen had gehoord. Uitgerekend de Surinamer Santiroma en die meisjes-soldaten vielen door de mand toen we de gasbunker in werden gejaagd. Met het gasmasker in de hand moesten we in het donker wachten tot de onderofficieren traangasgranaten naar binnen gooiden. Toen ging de deur dicht en mochten we de gasmaskers opzetten. Alleen lukte het de domme neger Santiroma en die nog dommere vrouwen-soldaten niet het gasmasker goed op hun gezicht te plaatsen. Ik hoorde ze steeds harder hoesten, en dacht dat ze zouden stikken. Toen de deur van de bunker eindelijk weer open ging, en we naar buiten renden, zag ik wat ze verkeerd hadden gedaan: ze hadden het gasmasker ondersteboven op hun hoofd geplaatst. Terwijl de Surinamer Santiroma en de Milva’s stonden te kotsen, werden ze uitgelachen door de onderofficieren, en bedolven onder de meest vreselijke beledigingen.

Ik werd met de dag depressiever, ook omdat een van de onderofficieren me op de korrel had. Hij betrapte me in de slaapzaal terwijl ik De Volkskrant aan het lezen was. Dat werd in het leger als een semi-communistische overtreding gezien, want De Telegraaf is het huisorgaan van Defensie. Na iedere speedmars blafte de onderofficier me sindsdien in het gezicht waarom ik m’n kistjes niet goed gepoetst had. Als ik antwoordde dat schone kistjes na een speedmars van 5 kilometer door de modder een innerlijke tegenstrijdigheid waren, dreigde hij me met het cachot als ik nog eens zo brutaal durfde te zijn. Zo leerde ik dat sadistische onredelijkheid en verkeerd toegekend gezag een heel harmonieus huwelijk kunnen vormen.

Op de schietbaan kwam m’n wraak. Het hoogtepunt van de militaire opleiding was het leren bedienen van de UZI (een Israelische pistoolmitrailleur uitgevonden om Palestijnen van dichtbij omver te sproeien) en de eerdergenoemde semi-automatische FAL. Dat laatste wapen moesten we eindeloos in en uit elkaar zetten, en poetsen met een oliedoek. Uiteindelijk leerden we schieten met scherp. En de afsluiting van de opleiding, tevens het hoogtepunt, was een schietwedstrijd. Alle 45 jongens van het peloton moesten liggend op de buik 20 keer schieten op metalen poppen. Wie het vaakst raak schoot, kreeg een dag verlof. Ik achtte mezelf kansloos. Niet alleen had ik een lui oog; in mijn peloton zaten ook twee jongens die lid waren van een schietclub. Ze sloten alvast een weddenschap af wie van de twee zou winnen.

Maar tot m’n verbazing won ik. Van de 20 schoten knalde ik 17 keer raak. Ik weet nog precies hoe ik dat deed. Ik visualiseerde dat de metalen pop waar ik op schoot eigenlijk de onderofficier was die mij van semi-communistische sympathieën verdacht. Toen leerde ik dat effectief moorden alleen maar een kwestie is van geprojecteerde en geconcentreerde haat. Diezelfde onderofficier moest met enige tegenzin constateren dat ik de beste schutter van het peloton was. Ik, het linkse mietje dat zijn kistjes niet goed poetste.

Sindsdien droom ik nog altijd wel eens van een loopbaan als sniper in het leger. Het lijkt me wel wat, op een bergtop in Afghanistan liggen, met m’n Heckler & Koch Scharfschutzengewehr, wachtend tot ik een Taliban-mannetje in het vizier krijg. En me afvragend: schiet ik hem meteen door z’n hoofd, of knal ik er eerst een knieschijf van af, om vervolgens rustig na te denken over de locatie van het genadeschot? In het leger maken ze inderdaad een rechtschapen vent van je.

Na militaire dienst kreeg ik een baan bij een krant. Achteraf gezien was ik vervolgens jarenlang vrijwel non-stop hypomaan. Ik dacht alleen maar dat ik de tijd van m’n leven had, werkte 50 uur per week en haalde hele nachten door met veel bier en hasj.

Op m’n 27ste ging het voor het eerst echt mis. Ik was kort na het einde van de Bosnische burgeroorlog een week lang met een fotograaf op reportage geweest in de Krajina, waar de Kroatische bevolking etnisch was gezuiverd (of vermoord) door Bosnische moslim-milities. We reden door verlaten en kapotgeschoten dorpen, met veel kogelhulzen op straat, waar nog steeds een vage brandlucht hing. Ik vond het spooky. Maar de fotograaf, een wapenfreak, had de tijd van z’n leven, en zocht in verlaten huizen naar een Kalasjnikov. Die had hij thuis namelijk nog niet in zijn verzameling.

Na een week gepraat te hebben met moegemoorde militiemannetjes, nog steeds gehuld in camouflagepakken, en met die enge thousand-yard stare in hun ogen, reden we opgelucht naar huis, al had de fotograaf geen Kalasjnikov weten te scoren. Onderweg werd ik voor het eerst manisch. Ik weet nog dat ik in die auto urenlang keihard liedjes van Tori Amos heb zitten zingen, vraag me niet waarom. De fotograaf vond dat helemaal niet raar. Tijdens die week in oorlogsgebied hadden we elkaars latente krankzinnigheid al uitvoerig mogen verkennen.

Thuis aangekomen dronk ik een halve fles whisky leeg en rookte een paar joints om te ontspannen. Het hielp niet. Onder de douche kreeg ik een angstpsychose. Ik voelde koude windvlagen, en wist zeker dat de geesten van vermoorde Kroatiërs me achterna waren gekomen om wraak te nemen. Ik had in een van die kapotgeschoten dorpjes namelijk een paar familiefoto’s opgeraapt uit de modder, en meegenomen naar huis. Bevend van paranoia belde ik ’s nachts een vriend uit Zweden wakker, die me rustig praatte. Ik had geen flauw idee wat er aan de hand was en weet m’n psychische ontsporing aan de alcohol en de hasj, die de psychose natuurlijk best getriggerd konden hebben. De volgende dag ging ik gewoon naar m’n werk, en niet naar de dokter.

Ergens vermoedde ik in die jaren al dat er iets met me aan de hand was. Privé leefde ik bewust een teruggetrokken leven. Ik kocht een huis aan de rand van de stad, in de hoop en verwachting dat er weinig mensen langs zouden komen. Ik had goed gegokt. Urenlang schreef ik dagelijks in een dagboek om het raadsel van mijn bestaan te doorgronden. Vergeefs. Het was allemaal eenrichtingsverkeer en genavelstaar, al heb ik dat dagboek 30 jaar volgehouden. Ik leefde volgens een strikte persoonlijke erecode, die het me bijvoorbeeld verbood om met een vrouw samen te leven. Ik bedoel, ik had wel eens vriendinnen, maar zodra die te vaak wilden blijven logeren, over samenwonen begonnen of erger nog: over een kindje, rende ik gillend en zonder noemenswaardige opgaaf van reden bij ze weg. Ik deed ook verstandige dingen, bijvoorbeeld fanatiek hardlopen, wat er in die jaren beslist mede voor zorgde dat ik psychisch niet volkomen desintegreerde.

Toch belandde ik op m’n 29ste drie maanden depressief op de bank, om langdurig het schilderijtje aan de muur te observeren. Weer nam ik instinctief een goede beslissing: ik nam ontslag uit de soms gekmakende hectiek van de krantenredactie en ging freelancen. Maar eerst nam ik het vliegtuig naar Japan, waar ik op een ijskoude wintermiddag in Kyoto m’n ex-vrouw tegen het lijf liep. Ruim een jaar later was ik vader. We vertrokken naar Amsterdam. En daar, in die tegenwoordig zo opgefokte, cynische stad vol loslopende agressieve gekken, had ik in 2006 en 2007 maandenlang durende manische episodes, met alle bijbehorende vormen van ontremming. Dat ik toen nooit de politie aan de deur heb gehad, vind ik nog steeds een godswonder.

Het vergde nog een jaar en twee psychoses voor ik m’n koppigheid en trots opzij zette en naar de psychiater rende. Ik vermoedde toen al jaren dat ik manisch-depressief was. Voor m’n huwelijk was het te laat. Ik raakte aan de drank, verloor m’n werk, belandde in een echtscheiding en moest als toetje afscheid nemen van m’n onderbenen door bloedvatenvernauwing. Het bleek een keerpunt. Nu ben ik al twee jaar stabiel en sta ik moeiteloos droog. Weliswaar ben ik hopeloos failliet, maar daar lach ik om. Ik laat namelijk niet na m’n financiële probleempjes af te zetten tegen de destructieve rollercoaster die m’n leven de afgelopen 25 jaar was. Want ik leefde principieel volgens de chaos-theorie, omdat ik dat vond horen bij m’n libertijns-anarchistische levensmoraal. Het kostte me net niet de kop. Dat ik nog leef, heb ik alleen maar te danken aan een morsig internet-dealertje, dat zo verstandig was me 3 jaar geleden niet de 200 slaappillen te leveren die ik bij hem besteld had.

Tegenwoordig doe ik mijn voordeel met de klassieke 3 r’s: rust, reinheid en regelmaat. Dat, in combinatie met wat zelfdiscipline en zelfbeheersing, verschaft me eindelijk de gemoedsrust die ik decennia vergeefs zocht.

Vanavond ga ik met m’n zoon naar Nederland-Costa Rica kijken. Volgende week word ik 49. Daarna gaat het leven uiteraard bergaf, maar dat kost minder moeite dan bergop. Eerlijk gezegd heb ik het gevoel dat ik gisteren geboren ben. Ik, een schele, koppige, gestoorde, drankzuchtige en uiteindelijk trefzekere scherpschutter.

Categorie: Columns, Peter Pijls Tags: depressie, militairisme

Lees ook:

  1. Peter – meestal niet met wroeging achteraf
  2. Zeshin – thee met gratie voor de eenzaamheid
  3. Ksaf – Waar is het ego van mijn vader gebleven?
  4. Collectief manisch-depressief

Elke dag het BD in je mailbox?

Elke dag sturen we je een overzicht van de nieuwste berichten op het Boeddhistisch Dagblad. Gratis.

Wanneer wil je het overzicht ontvangen?

Lees Interacties

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Door:

Peter Pijls

Peter Pijls werkte 23 jaar als journalist. Een optelsom van verslavingen en andere psychische kwetsbaarheden maakten hem juridisch arbeidsongeschikt. Op zijn tiende viel hij van zijn katholieke geloof af. Sindsdien is hij dolende. Peter vindt de meeste boeddhisten best aardig. 
Alle artikelen »

Agenda

  • Agenda
  • Geef je activiteit door

Ochtend- of avondeditie

Ochtend- of avondeditie ontvangen

Abonneer je

Elke dag gratis een overzicht van de berichten op het Boeddhistisch Dagblad in je mailbox.
Inschrijven »

Agenda

  • 6 januari 2026
    Basiscursus Zenmeditatie 7 januari t/m 11 februari 2026 in Arnhem
  • 3 februari 2026
    Introductiebijeenkomsten Zen Centrum Amsterdam
  • 7 februari 2026
    Tibet Film Days 2026
  • 11 februari 2026
    Online lezingenserie 'Universele Wijsheid in de Egyptisch-Afrikaanse traditie' (2)
  • 11 februari 2026
    Walk for Peace Global Loving Kindness Meditation 11 februari
  • 13 februari 2026
    Refuge Weekend
  • 14 februari 2026
    Live & online workshop van 3 uur
  • 14 februari 2026
    Online Weekend Retreat
  • bekijk de agenda
  • De werkplaats

    De werkplaats.

    Boeddhistische kunstenaars

    Artikelen en beschrijvingen van en over het werk van boeddhistische kunstenaars. Lezers/kunstenaars kunnen zich ook aanmelden met hun eigen werk.
    lees meer »

    Pakhuis van Verlangen

    In het Boeddhistisch pakhuis van verlangen blijven sommige teksten nog een tijdje op de leestafel liggen.

    De gelijkenis van de veerboot in de Zhuang Zi

    Hans van Dam - 30 januari 2026

    Dromen van onkwetsbaarheid.

    BUN-voorzitter Michael Ritman: ‘de waarheid van de dharma kan niet aangetast worden door wangedrag van een leraar’

    Nicole Mulders - 14 november 2025

    Eind november 2025 neemt Michael Ritman afscheid als voorzitter van de Boeddhistische Unie Nederland (BUN). In maart 2020 interviewde Nicole Mulders hem voor het Boeddhistisch Dagblad. De boeddhistische wereld verkeerde geruime tijd voor dat interview in zwaar weer door seksueel- en machtsmisbruik door boeddhistische leraren. Het aantal leden van de BUN is van 37 naar ruim 50 gegroeid, onder meer door de aansluiting van Aziatische boeddhistische tempels waar Ritman het contact mee aanging.

    Van wie is jouw lijf? De mythe van het eigen lichaam

    Hans van Dam - 24 september 2025

    Hoe je van je lichaam afkomt zonder het te doden; incarnatie in het licht van afhankelijk bestaan (pratitya samutpada).

    Ardan, van zenleraar tot brugwachter – ‘Je opent de brug en je sluit ‘m weer. Bijna zen.’

    Ardan - 9 augustus 2025

    'Ik wil mezelf niet opzadelen met titels. En bovendien zei me de titel 'zenleraar' niet zoveel. Was ik nu anders geworden? Kon ik nu beter mensen begeleiden dan daarvoor? Het klopte voor mij niet. Datgene wat mij het meest gebracht had, namelijk die vrije vrouw/man zonder titel liep nu met een titel rond. En dat beviel me niks.'

    ‘Het leven zelf is zazen’

    Wim Schrever - 28 april 2025

    De grote tragedie hier in het Westen is dat we onze eigen spirituele traditie zo snel hebben opgegeven en met het badwater -de religie- ook het kind -de spiritualiteit- hebben weggegooid. Terwijl een mens fundamenteel nood heeft aan spiritualiteit, aan zingeving.

    Meer onder 'pakhuis van verlangen'

    Footer

    Boeddhistisch Dagblad

    over ons

    Recente berichten

    • ‘Let’s Drop the Big One’ — van overleven naar ontmoeten
    • Bericht uit het beschermde huis (31)
    • Is er überhaupt verschil tussen genot en teleurstelling?
    • Hoe je je begrafenis regelt zonder iets te regelen
    • Dagopening

    Reageren

    We vinden het geweldig om reacties op berichten te krijgen en op die manier in contact te komen met lezers, maar wat staan we wel en niet toe op de site?

    Over het BD

    Het Boeddhistisch Dagblad is een onafhankelijk journalistiek webmagazine over boeddhistische thema’s en inzichten.
    Lees ons colofon.

    Zie ook

    • Contact
    • Over ons
    • Columns
    • Reageren op de krantensite

    Het Boeddhistisch Dagblad is een onafhankelijk journalistiek webmagazine over boeddhistische thema’s en inzichten. Lees ons colofon.