Het gebeurde tijdens een etentje met vrienden. We deelden onze zorgen over de toestand in de wereld en de vaak kwalijke rol van religie. Een van ons, zelf religieus, liet zich ontvallen: ‘Is er niet teveel religie in de wereld?’.
Genoeg aanleiding
De vraag is zeker relevant als je ziet wat nu allemaal gebeurt. Religie en politiek zijn nogal eens een giftige combinatie. Trump regeert vanuit een vrijbrief die hem is verleend door diepgelovige kiezers, met de zegen van evangelische voorgangers. Poetin voert zijn oorlog met deels religieuze motieven en met de zegen van de Russisch-Orthodoxe kerk. Netanyahu maakt op zijn manier gebruik van joodse orthodoxen en hun legitimatie van landroof en oorlog. En verder zijn er moslims die menen hun terreurdaden met de zegen van Allah uit te voeren.
Dat is de actualiteit, maar helaas niets nieuws. Even terugkijken in de geschiedenis en je vindt nog meer aanleiding om voor minder religie te zijn: kruistochten, godsdienstoorlogen en vervolgingen. Religies zijn – en worden – bovendien gebruikt om mensen te discrimineren vanwege hun geloofsovertuiging, gender of huidskleur. En ondanks het ‘gij zult niet doden’ van een van de wereldreligies, zijn – en worden – mensen vermoord omdat men zegt dat God het wil.
Zo gezien mag het inderdaad wel wat minder. Of nog steviger, zoals de Britse kunstenaars Gilbert en George het zeiden op een button die ik ooit van een tentoonstelling van hun werk meenam: ‘Ban religion’.
Onderliggende vraag
Maar stel dat we religie de gunst van de twijfel geven, dan is de onderliggende vraag: wanneer deugt een religie niet meer? Welke maatstaf leg je aan om te beweren dat een bepaalde vorm van religie gemist kan worden als kiespijn? Atheïsten als Gilbert en George zijn vlug klaar met deze vraag. Maar als je het kind ‘Religie’ niet met het badwater weg wilt gooien, welk religieus geïnspireerd gedrag gaat dan te ver? Wat is je criterium? Die vraag is nog niet zo gemakkelijk te beantwoorden.
Zoektocht
Je kunt in je eigen religie naar een criterium zoeken, bijvoorbeeld naastenliefde, of respect voor alle leven. Maar de mens is een onvermoeibare betekenisgever die altijd een motief vindt om tot andere keuzes te komen. Elke religie kent daarom spraakmakers die een religieuze reden weten te bedenken voor de uitzondering op de regel. ‘Gij zult niet doden? Oh, maar een oorlog kan echt wel gerechtvaardigd zijn.’ Elke vorm van intolerantie ontleent gezag aan een uitleg van de grondbeginselen van een religie.
Kijk je buiten religie en religies, dan kun je te rade gaan bij ethiek en filosofie, maar ook daar speelt men met betekenissen. Bijgevolg staat elk standpunt ter discussie. Wetenschappers dan? Die willen objectief zijn en waardevrij werken. Maar helaas, de vraag naar een morele maatstaf is dan meestal een brug te ver. Ellende wordt zorgvuldig geteld en in kaart gebracht, keurig met oorzaak en gevolg. Maar slechts een handjevol activistische wetenschappers bestrijdt de misère.
Mijn antwoord
Diversiteit in de betekenistoekenning maakt de zoektocht naar een maatstaf voor het beoordelen van religieus gedrag tamelijk vruchteloos. Maar niet getreurd. Het glas is niet half leeg, maart half vol. Elke beperkte en subjectieve insteek kan het gesprek verder helpen. Ik combineer voor mijn inbreng drie elementen: spel, macht en waarden.
Spel: Religie is op zich een spel met mogelijke betekenissen. Iedere religie biedt een eigen repertoire aan zin. Daarin doordenken gelovigen alles wat de mens in leven, wereld en werkelijkheid overstijgt. Als gelovige speel je een bepaald zingevingsspel mee, in volle ernst.
Meedoen levert gedeelde kernwaarden op.
Macht: Maar dan komt het element macht. Zodra meer mensen zich aansluiten, moet het spel georganiseerd worden. Orde is immers handig. Maar het vervelende van religieuze macht is dat het meestal het zingevingsspel beperkt in plaats van het te faciliteren. Om eenmaal ontstane machtsverhoudingen in stand te houden, gaan allerlei secundaire betekenissen meespelen. Die kunnen haaks staan op de primaire waarden waar het allemaal mee begon. Iedereen gelijk als schepsel van God? Ja, maar sommigen nestelen zich dichter bij die God, met gereserveerde toegang.
Waarden: Dan komt het erop aan of de kernwaarden tot de kern blijven behoren, bijvoorbeeld medemenselijkheid, mededogen, respect voor al wat leeft. Of de gulden regel: behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden. Maakt macht zich zo breed dat die waarden geschonden worden, dan zullen er gelovigen zijn die in verzet komen. Ze herinneren eraan hoe het allemaal bedoeld was en eisen rehabilitatie van kernwaarden. Maar helaas maken zulke herbronners vaak hardhandig kennis met de heersende machtspatronen.
Kortom
Uit de interactie van religie, macht en waarden moet blijken of een religie deugt. Macht beperkt al te gemakkelijk het spel van de zingeving, waardoor kernwaarden achter de morele horizon verdwijnen. Gebeurt dat, dan is er teveel religie. Die tak van religie is toe aan een snoeibeurt.
Wulf zegt
Het zit niet in de religies maar in hoe er over anderen gedacht wordt.
Louise Dräyer-de Moor zegt
Uitstekende analyse, André, met eigenlijk maar één conclusie; de religie als overtuiging op zich is niet het eigenlijke probleem, maar de mens in zijn uitvoering daarvan en dan met name zonder de kernwaarde respect.