Het risico lopend dat ik morgen op een mestkar door Staphorst word gereden, wil ik het met u hebben over het woord vermeend. Het lijkt wel alsof er een vloek rust op dat woord, het wordt amper meer gebruikt omdat het dan lijkt alsof je iemand niet gelooft. Met name in de #metoo discussie kan je zeker als man het woord vermeend beter niet gebruiken. Misschien is Willem Vermeend, fiscaal jurist en staatsman, wel de enige die zich zo kan presenteren: Aangenaam, Vermeend.

Net als elders in de samenleving komen binnen het internationale boeddhisme de laatste jaren vreselijke verhalen naar boven van mannen en vrouw en kinderen die seksueel misbruikt zijn. Ik heb enkele van hen gesproken. De slachtoffers vertellen over het misbruik door boeddhistische leraren en anderen binnen boeddhistische organisaties en de gevolgen voor hun leven. Hun ervaringen zijn afschuwelijk en ze hebben recht op genoegdoening, om hun verhaal te vertellen en gehoord te worden. Ook door de media.

En daar gaat het dikwijls fout. Journalistiek vereist terughoudendheid in het betitelen van kwesties en ervaringen. Wat is de waarheid en is die te toetsen, zo vragen journalisten zich af. De media staan onder grote druk van de #metoo beweging en durven ogenschijnlijk niet meer objectief te duiden waar het om gaat. Zelfs het NOS-journaal kopte op 10 september 2018 boven een bericht waarin slachtoffers van seksueel wangedrag zeiden de Dalai Lama te willen ontmoeten met de zin: ‘Misbruikslachtoffers willen dalai lama spreken in Nederland’. De nieuwszender nam de kwalificatie van de mannen en vrouwen die zich slachtoffer noemen zonder enige twijfel over.

Ik ben dertig jaar politieverslaggever geweest. Dat is geen verdienste maar een beroep. In die jaren heb ik dingen meegemaakt waarvan ik nu nog ‘s nachts wakker van kan liggen. Waaronder ook de contacten met slachtoffers van seksueel misbruik. Dan zat ik in een rumte die te klein was om deze ellende te bevatten, hun ervaringen waren hartverscheurend, deden mij tot in het bot pijn. Ik voelde hun verdriet, ellende, eenzaamheid en wilde ook solidair met ze zijn, over hun vreselijke ervaringen publiceren. Maar altijd was er dat journalistieke stemmetje in mijn achterhoofd- mede gevoed ook door een collega misdaadjournalist met wie ik optrok, dat vroeg: is het wel waar wat er verteld is? En waarom wordt het verteld? De reden van wetenschap is belangrijk, vertelde een hoofdinspecteur van recherche mij ooit. Hoe kan ik als journalist die feiten aantonen, want dat wilden de slachtoffers vaak. Aanklagen, hun ellende delen.

Aanklagen vereist journalistieke terughoudendheid en overzicht.  Zeker in zedenzaken. In 1996 werd politiechef Renee Lancee in zijn woning op Schiermonnikoog door een arrestatieteam aangehouden en met een helikopter afgevoerd nadat zijn dochter Bianca hem beschuldigde van incest. Twaalf dagen later bekende het meisje het verhaal te hebben verzonnen.

Zelfs nu ik geen politieverslaggever meer ben onderzoek ik als redacteur van het Boeddhistisch Dagblad zedenzaken die mensen mij aandragen. Meestal binnen boeddhistische centra. Ik spreek met ze, hoor de tegenpartij, spreek met politie en justitie, psychologen en psychiaters, vertrouwenspersonen. Hoe werkt het geheugen van slachtoffers? Is er sprake van wraak? En dan is de vraag: publiceer ik wel of niet. De gevolgen kunnen groot zijn, ook en met name voor de aangeklaagde. En voor het slachtoffer en familie. Seksueel misbruik is vaak moeilijk te bewijzen omdat het in een een op een situatie plaatsvindt.

Soms wacht ik ontwikkelingen af, in een poging om steunbewijs te vergaren of omdat de zaak in mijn opinie nog niet rond is. En soms levert dat na een jaar inzichten en feiten op die zo’n aanklacht in een heel ander daglicht stellen. De werkelijkheid lijkt anders. En ben ik blij dat ik als journalist niet ben ingegaan op de kreet van het slachtoffer om te publiceren.

Voordat u de mestwagen richting Bunkerstad stuurt: ik wil alleen maar betogen dat er wel degelijk slachtoffers zijn onder al die honderden miljoenen boeddhisten in de wereld, dat wij daar als journalisten zeker van kunnen zijn maar dat we in onze berichtgeving vermeend moeten zijn. Dat is ook in het belang van de #metoobeweging.

Moedig voorwaarts!

BIJSLUITER: het lezen van deze columns kan leiden tot groot geestelijk ongemak, heimwee naar Chef, de Kloosterbunker, Bunkerstad, woedeaanvallen, depressies, onbeheerst gedrag, angstaanvallen, maagzuur, zweten, ongeloof, twijfel aan eenieder, straatvrees, lange tenen en het geloof in het eigen gelijk. Bij de lezers. Scheldpartijen en een onbedwingbare drang om te reageren zijn waargenomen. Sommigen willen mij corrigeren. Of bedanken. Of prijzen. De drang om in verzet te komen, het abonnement op te zeggen- wat niet kan. Sommigen besluiten de krant niet meer te lezen, of te boycotten. Er kwaad over te spreken. Te janken of te vloeken. De straat op te gaan om te demonstreren. De politiek de rug toe te keren. Of aan de drugs te gaan. Kwaad spreken over Feyenoord. Breken met de familie. Het haten van planten en groenten. Aantijgen of beschuldigen. Het stopzetten van gedachten. Sprookjes verwerpen. Houden van Donald Trump. Sommigen voederen geen vogels meer. Of gaan de redactie stalken en bedreigen. Of geloven niet meer in Sinterklaas.

 

 

 

Categorieën: Columns
Tags: , , , , ,

Lees ook:

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

2 reacties op Het jaar 2018 – de tweehonderdennegenentachtigste dag – mestkar

  1. Mieke Verbaarschot schreef:

    Wat een mooie genuanceerde bijdrage. Ja, streven naar objectiviteit en toch invoelend. Bedankt voor je artikel.

  2. Henk van Kalken schreef:

    Eens met Mieke. Goede nuancering. Ik ken van dichtbij het verhaal van een voormalig schoolhoofd die door twee tienermeisjes van seksueel misbruik werd beschuldigd. Geschorst, gearresteerd, ontslagen, echtscheiding, tot uitkwam dat de meisjes het verhaal verzonnen hadden om hun eigen gedrag af te dekken. ‘s Mans carrière naar de filistijnen, depressiviteit, psychiatrie en tenslotte zwaar drankmisbruik terwijl hij eerder nauwelijks dronk. Goed om hier op te wijzen, zelfs soort van moedig in deze Metoo-tijd.