Afgelopen week hebben de Verenigde Staten het Internationaal Strafhof als geheel op de sanctielijst geplaatst. Een ongekende aanval op een instituut dat is opgericht om de daders van de zwaarste internationale misdrijven ter verantwoording te roepen. De sancties gaan over zes maanden in. In die periode moeten de verdragsstaten volgens Washington met een ‘aanvaardbare oplossing’ komen.
Minister Berendsen ziet in die termijn een kans voor dialoog. Alsof niet allang duidelijk is wat Washington wil: een Strafhof dat Amerikaanse en Israëlische verdachten met rust laat, en anders steen voor steen wordt afgebroken. Dat is geen uitnodiging tot dialoog. Dat is chantage.
Nederland als gastland: afwachten terwijl de druk toeneemt
Als gastland van het Strafhof draagt Nederland een bijzondere verantwoordelijkheid. Maar terwijl de Amerikaanse aanval steeds drastischer wordt, blijft Den Haag voorzichtig. Het Europese blocking statute, dat bedrijven tegen Amerikaanse sancties kan beschermen, is nog altijd niet ingezet. Garanties dat het Hof toegang houdt tot banken, verzekeraars en andere essentiële diensten ontbreken.
Hoe lang houdt Nederland deze balanceer act vol? En wat is onze steun aan het internationaal recht waard als we het niet verdedigen zodra dat politieke en economische consequenties heeft? Die vragen staan centraal in twee artikelen die we deze week publiceerden: over de ernst van de situatie en over wat Nederland en de andere verdragsstaten nu moeten doen.
‘Iedereen kan een dader worden’
Waarom dat Strafhof zo belangrijk is, maakt hoogleraar Internationale Misdrijven Alette Smeulers duidelijk in een interview dat we deze week publiceren. Zij beschrijft hoe in Israël de ontmenselijking van Palestijnen zó is genormaliseerd – in schoolboeken, in de politiek, in talkshows waar het publiek genocidale uitspraken toejuicht – dat vrijwel de hele samenleving het geweld steunt.
Israëlische kolonisten trekken scanderend door de Damascuspoort de Moslimwijk van Jeruzalem in, tijdens de ‘Vlaggenmars’. Wat hier op straat wordt gescandeerd, klinkt elke avond ook op de Israëlische televisie: ‘We moeten al hun kinderen afmaken.’ ‘We branden hun dorp plat, en dat is goed.’ Zomaar twee uitspraken uit de populaire Israëlische talkshow HaPatriotim, elke avond prime time. Het publiek klapt, joelt en juicht de ontmenselijkende retoriek toe. Genocidaal geweld tegen Palestijnen is in Israël genormaliseerd, en elke kritiek wordt weggezet als antisemitisme. Hoe kon dat gebeuren? Daarover spraken we met Alette Smeulers, hoogleraar Internationale Misdrijven (RUG).
“Dit stopt niet vanzelf”, zegt Smeulers. “Die verandering moet van buitenaf komen.” Van Nederland en andere westerse landen vraagt ze een harde veroordeling en echte economische sancties. Want als we passief blijven toekijken, maken wij het Israëlische geweld mogelijk – en halen we de pijlers onder het internationaal recht vandaan.
Tent of Nations: 35 jaar strijd om familiegrond
Op de bezette Westelijke Jordaanoever is zichtbaar wat er gebeurt als internationaal recht niet wordt gehandhaafd. De familie Nassar, bekend van Tent of Nations bij Bethlehem, dreigt na 35 jaar juridische strijd haar land te verliezen. Israël stelt opnieuw nieuwe eisen aan de registratie van grond die al sinds 1916 in familiebezit is. De familie weigert te wijken en houdt vast aan haar motto: We Refuse to be Enemies. Maar hoelang kun je je vreedzaam en juridisch blijven verweren tegen een bezettingsmacht die telkens de spelregels verandert?
Het patroon
Of het nu gaat om het Strafhof, de verdrijving van Palestijnen of Nederlandse bedrijven in bezet gebied: Nederland zegt het internationaal recht te verdedigen, maar durft geen consequenties te trekken wanneer het wordt geschonden. En juist die consequenties bepalen of internationaal recht meer is dan mooie woorden.


Geef een reactie