In deel een van dit tweeluik merkte je al waarom ik nu op de zeepkist klim. Zoals het koppelen van boeddhisme aan maatschappelijk engagement, de link met ethiek, en de wens om toch vooral als arya (individu) en niet als groepsschaap te handelen. Ook las je de stelling dat ik op deze onderwerpen nederig toegeef dat mijn uitspraken minder universeel en ‘met zekerheid boeddhistisch’ zijn dan in mijn gangbare dharmapraatjes.

Dat is een gevolg van het praten over grote aantallen heel verschillende mensen en groepen. Toch maakt dat de ervaringen en uitspraken mijns inziens nog steeds op alle hoofdlijnen waar; het is ook allemaal gebaseerd op m’n eigen belevenissen, de laatste jaren in diverse culturen/groepen (inclusief internetgroepen) in het Westen én in de Derde Wereld. Dus hopelijk dragen ze wat bij aan de correcte beeldvorming, en helpen ze jullie-de-lezers, om boeddhisme en maatschappelijk gedrag nog beter met elkaar in lijn te brengen.

Tussen twee culturen

Om uit te leggen wat er goed en fout kan gaan in de moderne westerse samenleving nemen we een kijkje in Birmingham. Waar de familie Perera-Samaranayake woont: pa en ma zijn Srilankaans boeddhist en wonen hier vanwege het werk van pa al twintig jaar; het gezin bestaat verder uit zoon Rohan en dochter Sujeewa. Vergeleken met een ‘gemiddelde Engelse’ familie vallen natuurlijk een aantal dingen op aan dit huishouden. En vrij triviale verschillen zoals hun voorliefde voor cricket en voor gekruid eten laten we dan maar even weg:

  • Je wordt bovengemiddeld gastvrij ontvangen als bezoeker. Ma babbelt écht warm-vriendelijk met je, en is zeer geïnteresseerd in alle aspecten van het Engelse leven.
  • Sujeewa, hoewel ouder dan Rohan, wordt beduidend ‘korter aan het lijntje gehouden’ dan zoonlief. De traditionele rolverdeling die pa en ma zelf aanhouden is duidelijk bedoeld om ook te worden voortgezet door de volgende generatie.
  • Dat zal mede beïnvloed zijn door het feit dat beide kids toen ze drie jaar oud waren begonnen met de boeddhistische zondagsschool verbonden aan de vihara, en die tot aan de hoogste groep (twaalfjarigen) hebben doorlopen.
  • Wat ook opvalt is dat de kinderen zelf weliswaar redelijk Engels praten, maar dat elke vraag/opmerking aan de ouders door de ouders wordt beantwoord in het Singhalees. De gewoonte is duidelijk om binnenshuis alleen moers taal te spreken, en Engels ‘alleen omdat het buitenshuis nou eenmaal moet’.
  • Galaboda Aththe Gnanasara

    En als je wat verder doorvraagt bij moeder blijkt dat eigenlijk hun hele vrienden- en kennissenkring rondom de Birmingham vihara ligt, en dat met de ‘witte’ buren alleen oppervlakkig kontakt gehouden wordt. Leven-met-de-rug-naar-de-samenleving-toe zogezegd. Met andere bevolkingsgroepen in Birmingham wordt de afstand zelfs zo groot mogelijk gehouden; niet geheel onlogisch omdat er bijvoorbeeld een aanzienlijke groep Singhalees-boeddhisten rond deze vihara geld inzamelt voor de BBS. Dat is een in naam ‘conservatief-boeddhistische’ (Taliban) maar in de praktijk expliciet racistische beweging in hun thuisland, die o.a. als partijprogramma heeft om christenen en moslims te verbieden kerken en moskëen te bouwen.

  • Ook heeft Sujeewa al door schade en schande geleerd dat het mee naar huis nemen van een populaire witte klasgenoot niet op prijs gesteld wordt; ze zal immers zodra ze achttien is worden uitgehuwelijkt aan een jongen van goede komaf uit haar thuisland, wiens familie door deze stap betere connecties met vader en moeder zal gaan krijgen. Om vergelijkbare redenen mag ze best wel met witte klasgenootjes omgaan, maar nooit een voet in hun kerk zetten als zij daar een familiegebeuren hebben; ‘kerken zijn voor die rare Engelsen die ons eiland christelijk wilden maken en het superieure boeddhisme discrimineerden en kleineerden, daar komen wij boeddhisten gewoon principeel niet’.

En tot slot koopt de familie weliswaar deels bij de gewone Tesco supermarkt maar ook veel zaken van de ‘toko’ aan de andere kant van de stad. Veel van hun gekruide gerechten zouden ook – en nog goedkoper ook – verkrijgbaar zijn bij de moslimwinkel drie straten verderop, maar die mijden ze als de pest. Bijvoorbeeld omdat ‘ie rundvlees (religieus ongewenst…) naast hun geliefde gekruide kip in hetzelfde koelschap heeft staan, maar misschien nog meer ‘omdat moslims nu eenmaal niet te vertrouwen zijn, ze hebben ook de achterneef van pa in Colombo weggeconcurreerd’.

Hier is geen woord koeterwaals bij, dit soort families vindt je écht zat onder expat-Srilankanen onder wie ook mijn schoonfamilie en pleegkinderen. En in aantallen beduidend groter in Nederland zie je het bij pakweg Turkse of Marokkaanse families; met een op papier hele andere religie. Dus dit hele gedrag zou wel eens heel wat meer te maken kunnen hebben met ‘het als immigrant langzaamaan assimileren in een andere cultuur’ dan met boeddhisme, Islam, hindoeïsme of welke religie er dan toevallig bij de immigrantengroep hoort. En in ieder geval voor boeddhisme zien wij als westerse boeddhisten een heel ander beeld van wat ‘kern’ en wat ‘bijgeplakte cultuur’ is dan deze Aziaten; dat zou ook best wel eens wat kunnen zeggen over wat er allemaal mogelijk is met moderne verwesterste Islam-beleving.

In deel twee van de eerder genoemde tweeluik schaap of slimmerik  staat een uitspraak die ons hier kan helpen: “(…) we zijn allen medemensen wonend in land XYZ en deelnemend aan het waardenpatroon dat in dat land gebruikelijk is. En dat patroon ontstaat en groeit vanuit een democratische dialoog en samenspraak tussen allen – meerderheden én minderheden.  Eigen waarden erop nahouden is geen probleem maar dan uitsluitend in aanvulling op, nooit ter vervanging van de door ons –de inwoners van zo’n land vastgestelde geldende wetten, normen en regels. Die geen enkele vorm van discriminatie naar ras/religie/seksuele geaardheid tolereren (…)”

En op dit vlak hebben deze ‘boeddhistische’ Aziaten nog een behoorlijke weg te gaan. Door bijvoorbeeld krampachtig/dwangmatig te zijn in de opvoeding, door geweld (in eigen thuisland) goed te praten en zelfs te ondersteunen, en door racistisch gedrag; naar ik bang ben ook naar de witte mensen toe, ‘de eigen groep én religie is op alle vlakken superieur aan die decadente westerse maatschappij’. Hetgeen overigens erg ‘orthodox-idealistisch’ is en totaal niet in lijn met de ontwikkelingen in het door hen zo geidealiseerde moederland. In Sri Lanka zelf namelijk is de achterban van zoals ze vaak genoemd worden “Buddhanazi” extremisten als BBS minimaal. Ook zie je zeker in de steden daar nauwelijks meer gearrangeerde huwelijken zoals dat voor Sujeewa gepland staat.

lopende monnikDat zich afzetten tegen het westerse waardenpatroon is een recept voor problemen tussen etnische groepen in de toekomst, en voedsel waardoor witte Engelsen meer naar de UKIP zouden kunnen gaan neigen – wat de Srilankaans boeddhisten misschien wel nog meer in hun schulp doet kruipen en minder snel zal laten integreren, want ‘extremen inspireren juist andere extremen’. Dus op al die vlakken is er werk aan de winkel voor hen, net zoals import-moslims op vergelijkbare gebieden veel huiswerk hebben. Als Nederlandse samenleving tolereren wij uitstekend dat groepen zoals stereotypische Staphorsters ‘in privékring’ homosexualiteit, vrouwengelijkstelling en ‘losbandige westerse waarden’ veroordelen en ook kinderen die andersdenkend zijn min of meer uit hun familie verbannen. Dat zijn privéwaarden en we hebben hier geen gedachtenpolitie. Maar zodra dezelfde waarden op publiek terrein ter discussie gesteld worden dan zijn de grenzen bereikt van wat onze samenleving bindt en moeten we, via o.a. het Meldpunt Discriminatie, m.i. wél pal voor die waarden staan. Vandaar dat bijvoorbeeld het in de schulp kruipen van moslim-immigranten alleen ‘privé’ kan. Zodra het familieverbanden en groepsregels betreft, zoals bijvoorbeeld het vasthouden aan delen van de sharia, dan worden grenzen overschreden.

Gevolgen voor gedrag hier

Genoeg met weeklagen en jammeren over wat er mis gaat – de startvraag was juist hoe je als geëngageerd boeddhist meehelpt het beter te laten gaan. Wel dat zal van twee kanten moeten komen – je kunt op basis van metta jouw steentje bijdragen. Bijvoorbeeld door

  • De ‘anderen’ aan te sporen de gemeenschappelijke waarden te zoeken en jou als mens te benaderen (niet als witte autochtoon);
  • Hen als met jou verbonden mede-mens te behandelen en niet als domme-allochtoon-die-zich-ingraaft-in-het-eigen-conservatieve-waardensysteem (dat, helaas, grotendeels níet zal helpen om hier een stabiele en welvarende toekomst te krijgen);
  • En door op die universele waarden te mikken. Het doel is dat ze inzien dat discriminatie naar ras/religie/geslacht/seksuele geaardheid niet kan omdat het de basis van een multiculti maatschappij wegslaat. En met vergelijkingen als ‘wanneer jij vanuit jouw religie vindt dat je superieur bent aan mij, hoe zal ik dan nog gemotiveerd kunnen worden om jou gelijke kansen te geven?’ kom je in mijn ervaring in ieder geval een heel eind. Met je-ras-overstijgen vrij snel, omdat veelal ook hun thuisland serieuze problemen kent juist door rivaliteit tussen de etnische groepen. Onderscheid tussen zonen en dochters slijt ook sneller dan gedacht, o.a. door de gelijke kansen die onze maatschappij biedt; en qua religie kun je in ieder geval gemeenschappelijke kernwaarden zoeken. Geaardheid is veelal het laatste taboe, maar dat slijt vanzelf langzaam door o.a. de ’coming out’ van sommigen in hun eigen familie – en op die ervaringen kun je dan meeliften in het gesprek.

Drie zijpaden

Voordat we wat verder inzoomen op een specifieke integratiedimensie namelijk ‘de vluchtelingencrisis’ nog een paar punten die vanuit mijn eerdere stukken betoog open-deuren-intrappen zouden moeten zijn. Maar die dat, helaas, in diverse dialogen met andere boeddhisten niet altijd bleken te zijn.

  1. Ontwikkel jezelf als individu, niet als groepslid en daardoor ook zeker niet als ‘langdurig slachtoffer’. Zie hiervoor vooral de twee praatjes over schaap-versus-slimmerik. Als je écht in het eigen verleden traumatische ervaringen doorlopen hebt dan helpt dharma je om dat een plek te geven, en daarmee heb je geen reden meer om wat er verder in de toekomst ‘mis gaat’ aan dat verleden te wijten. Nee meneer Freud, hiermee wijkt dharma écht af van uw leer.) Maar ‘ervaringen van je voorouders die tot discriminatie nu leiden en jou hinderen’? Get-a-life! Conform een mooie streetart-slogan: “Don’t be enslaved by the colour of your skin”, laat die conditioneringen ongeacht de huidskleur achter je. Zeker voor bijvoorbeeld de boeddhisten met creoolse of mediterrane wortels is inderdaad in de eerste fasen van hun studie een apart stuk taal nodig, om de brug met hun cultuur te leggen waardoor ze makkelijker de plek van dharma in hun leven kunnen vinden. Maar daarna nog steeds apart studeren, als ‘zwarte boeddhisten’ groep die mij als ‘witte boeddhist’ wel even zal inpeperen dat ik onderhuidse racistische neigingen heb? Nogmaals: get-a-life en zoek een ander pad dan boeddhisme, een arya worden is juist het streven dat ik én jij al die groepsconditioneringen gaan overstijgen.
  2. En daarbij hoort ook, je raadt het al, loslaten van je groepsachtergrond en eventueel erbij horende lange tenen; Dharma helpt om het leven lichtvoetiger te nemen. Dus elke sympathie van boeddhisten voor hen die, op basis van schapengedrag, onschuldige lichtvoetige volksgebruiken als Zwarte Piet willen afschaffen: in de zak naar Spanje met dit soort would-be ‘boeddhisten’.
  3. affiche Partij voor GelukEn elke maatschappelijke beweging die ook maar ergens tot racisme of aanverwante door angst en haat gedreven gedragingen oproept daar houd je je als boeddhist verre van. Boeddha’s waarden van metta en karuna staan gewoon diametraal tegenover die angst en haat. Dus geen ‘ik ben dan wel boeddhist maar kan daarnaast toch ook een mening die racisme vergoelijkt verkondigen, want deze-of-gene foute groep is zélf de hoofdoorzaak van de problemen’. Religies horen geen stemadvies te geven, prima; maar elke associatie met racisme-vergoelijking aan rechterzijde (PVV en afsplitsingen of overige sympathiserenden) of linkerzijde (Denk) kan dus als boeddhist in het Westen gewoon niet, sorry! Dit betekent ook dat, wederom, wie van samenzweringstheoriëen houdt: als je per se je verstand en onderzoeksplicht thuis wilt laten, zoek dan alsjeblieft een andere levensfilosofie dan boeddhisme. Er is geen plan van ‘de linkse’Europese autoriteiten om de islam stiekum de wereld te laten overnemen en de sharia in te voeren, net zomin als andere rechtse complottheorieën zoals over de ‘totaal verzonnen klimaatverandering’ kloppen. Je zou maximaal kunnen zeggen dat het plan van de (toch écht uit rechtse hoek komende…) werkgeverslobby om in de jaren 60-70 massaal gastarbeiders uit het Midden Oosten te halen misschien wat meer nevengevolgen had dan ze destijds vermoedden.

 

Gevolgen voor vrijwilligerstaken en vluchtelingen

De tussen-twee-culturen discussie intensiveert de laatste jaren door de grote toestroom van vluchtelingen. Over economische vluchtelingen had ik het al in het vorige praatje: zij zijn nadrukkelijk onethisch bezig, brengen het draagvlak voor échte vluchtelingen in gevaar, en mijn sympathie voor hen is in de vorm gegoten dat ik probeer het leven in hun thuisland langzaamaan beter te maken voor hen die er hard aan werken. Niet om toe te staan dat de belasting en sociale premies die ik heb helpen betalen zomaar aan iedere willekeurige wereldburger die hier wil wonen wordt betaald, dat doet het systeem ontploffen.

En aan de andere kant verdienen échte slachtoffers uit vele landen met oorlogen en groeps-vervolging altijd onze volle steun. Of dat per se in Nederland zou moeten zijn of veel beter in de buurlanden van het probleemgebied, waar eenzelfde euro veel meer bereikt, is een vraag voor de politiek waar ik geen sterke boeddhistische dimensie in zie. De klassieke regel van boeddhistische ethiek dat de motivatie-van-waaruit-je-handelt erg belangrijk is gaat ook hier op; dat veel van die echte slachtoffers ‘heel toevallig’ niet hun veilige maar relatief uitzichtloze (werk etc.) opvangcentrum in de regio verlaten en naar Europa trekken (en dan nog alleen naar de rijkste landen), ja dat zal zeker een ethisch gemengde motivatie hebben. Het huidige beleid dat gericht is op ‘ontmoedigen van extra aankomers’ (en eerlijk beoordelen en behandelen van wie er al is) kan zeker begrijpelijk zijn.

Maar wat wél ethisch-boeddhistisch beoordeeld kan worden is het verdere gedrag van die vluchtelingen en de Europeanen eromheen. Als de vluchtelingen bijvoorbeeld eisen dat ze naar Engeland mogen en de wet op dit vlak luidt anders, dan lijkt het me ongewenst dat ook maar enige boeddhist hen helpt tóch (vaak met diverse vormen van stelen en geweld) dat doel te bereiken zoals in de Calais-jungle. Net zo is het vrijwilligerswerk ‘aan de rand van Europa’, om bijvoorbeeld bij de kust van Libië zinkende boten te redden of opvang te regelen op Griekse eilanden, m.i. erg discutabel. Het percentage economische vluchtelingen – vaak zelfs ‘veiligelanders’ – is bij Libië 95% of meer en destijds bij Griekenland ook al 40-50%, dus dit is ‘steunen en aanmoedigen van stelen’. Ja je redt er op korte termijn levens mee, ook van veel onschuldige kinderen, maar het moedigt alleen maar honderdduizenden andere families aan om zichzelf en hun onschuldige kinderen ook aan deze onacceptabele risico’s bloot te stellen. Vanuit ‘wanhoop over de toekomst in eigen land’ (veelal aangepraat door anderen) en vervolgens overgaan tot oneerlijk gedrag. Ethisch of niet? Dan zijn meer recente voorstellen beter – zoals ‘wel uit zee ophalen maar naar een kamp in pakweg Tunesië sturen, aldaar mag asiel worden aangevraagd voor Europa en die vijf procent die er wél recht op heeft is dan tenminste, terecht, geholpen’.

Dus met alle respect voor bijvoorbeeld de goede intenties van de boeddhisten van de Glassman-sangha die het in de huidige vorm “helpen aan deze rand” geëngageerd boeddhisme noemen: ik voel er plaatsvervangende schaamte bij, en vind het geëngageerde oogkleppen etalerende domheid.

De eindconclusie ook voor dit tweede deel over maatschappij-ethiek blijft ongeveer gelijk aan die over de economische kant: kies je idealen en de invulling ervan nauwkeurig en in lijn met je inspiratie vanuit dharma. Het uitwerken samen met je spirituele vrienden kan bijvoorbeeld uitstekend door zelf je steentje bij te dragen aan het overbruggen van de cultuurkloof, in je contact met mensen-tussen-twee-culturen, of door kleinschalige iniatieven rond milieubescherming en klimaat. Zó kun je zowel op materieel als op spiritueel vlak helpen werken aan een betere wereld, en modder tot de prachtigste bloemen omzetten.

Omslagfoto: lotusbloem van Mary Fontaine.

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

1 reactie op De lotusbloem en zijn wortels: maatschappij-ethiek en groepsdenken

  1. Frans-Jozef schreef:

    Mooi stuk man! Helpt weer in een stukje bewustzijn in hoe me te bewegen in onze maatschappij. Dankjewel

Menu