Aśvaghosa is geboren (ca 80 – 150 na Chr.) in een Brahmaanse familie in Saketa, in Noord India. Hij wordt gezien als één van de eerste boeddhistische meesters, leraar van Kapimala die op zijn beurt de leraar was van de beroemde Nagarjuna Aśvaghosa is één van de grootste dichters van de Indiase geschiedenis. Hij was ook een verdienstelijk toneelschrijver. Hij droeg het boeddhisme met enthousiasme uit, met name de benadering waarin vertrouwen (shraddha) en devotie (bhakti) centraal staan.

Helaas weten we heel weinig van zijn persoonlijke leven.
De Boeddha verkondigde zelfloosheid, Aśvaghosa bracht het in praktijk.

De cruciale ontmoeting

Elja Stoel thousend buddhasVolgens de traditionele verhalen was Aśvaghosa aanvankelijk een ronddwalende Hindoe asceet. Rond die tijd was het heel gewoon dat religieuzen of filosofen debatteerden met elkaar. De verliezer van een debat werd de discipel van de winnaar. Aśvaghosa daagde vaak boeddhisten uit maar niemand wilde met hem debatteren, omdat hij zo’n geweldige reputatie als spreker had. Uiteindelijk vond hij zijn gelijke in een ontmoeting met Punyayashas.

Aśvaghosa vroeg aan Punyayashas:
‘Wat is Boeddha?
Punyayashas zei:
‘Je wil dat weten? Dus Boeddha zelf weet het niet.’

Deze uitspraak heeft een dubbele betekenis. Op het eerste gezicht suggereert deze uitspraak dat Aśvaghosa Boeddha is, ook al weet hij dat zelf niet. Het betekent echter ook dat een boeddha niet weet wat of wie hij is. In feite is een boeddha eindeloos aan het ontdekken wat het is om te zijn wie hij is. Een boeddha is altijd aan het leren.

Buddhacarita

Later werd Aśvaghosa een beroemde dichter. Hij schreef in klassiek Sanskriet en kreeg erkenning, zelfs door niet-boeddhisten als een van de beste dichters in de vroege geschiedenis van India. Een gedeelte van zijn werk leeft tot op de dag van vandaag. Opmerkelijk is zijn ‘Buddhacarita’ (Leven van de Boeddha) en zijn gedicht ‘Nanda de mooiste’. We kunnen in zijn ‘Leven van de Boeddha’ lezen dat hij de Boeddha zag, als vanaf de geboorte bestemd voor zijn rol. Tegelijkertijd beschrijft hij hem als een held, strijdend met obstakels. Deze twee dimensies zijn alleen te verenigen als we aannemen dat, ook al was de Boeddha bestemd om zijn rol te vervullen, hij dit zelf niet geweten heeft, zodat hij zich continu in een proces bevond waarin hij zich afvroeg wat of wie hij was.

Religieus bewustzijn

Dit vertelt ons iets belangrijks over het spirituele leven. Het is een proces van ontdekking, een proces van de dharma onderzoeken, zoals Shakyamuni zelf zei. Om dit te kunnen moet men beschikken over mindfulness, in de boeddhistische betekenis van dit woord, en dat betekent; een religieus bewustzijn hebben.

Men moet zijn relatie met het heilige in bewustzijn houden – met de eeuwige Boeddha, de Tao, de hemel, of hoe je het je voorstelt – en dan iedere situatie in het leven aangaan, uitgedaagd door deze vorm van mindfulness.

Aśvaghosa ontmoet Punyayashas en vraagt: ‘Wat is Boeddha?’ Zie hier de drie elementen; zelf, ander en Boeddha. Gewaar zijn van de Boeddha is religieus bewustzijn. Wanneer het alleen maar een ontmoeting tussen de mannen zou zijn dan was het een pure menselijke aangelegenheid geweest, maar nu er sprake is van een ontmoeting waarbij beiden Boeddha (of God, of het transcendente) in bewustzijn hebben, wordt deze ontmoeting een koan.

Elja Stoel source unknownBeide mannen, onderzoeken Boeddha in dit moment. Punyayashas ziet Boeddha in Aśvaghosa. Punyayashas, spiritueel ontwaakt, ontdekt steeds weer opnieuw Boeddha. Op dat moment ziet hij Boeddha in zijn ontmoeting met Aśvaghosa. Door Boeddha in de ander te zien, ontdekt hij hoe hij zich zelf kan zijn en hierdoor kunnen wij als buitenstaanders zeggen, dat hij ontdekt hoe hij Boeddha kan zijn. Boeddha is geen stereotype rol, het is oprecht leven in de volheid van de situatie, anders gezegd, je bestemming vervullen.

Elkaar ten diepste kennen

Volledig je bestemming vervullen is op de een of andere manier boeddha zijn. De meeste mensen zullen nooit hun volledige bestemming vervullen. We kunnen ons afvragen wat het mogelijk maakt voor iemand om dit wel te doen.

Dit is waarom Aśvaghosa vraagt ‘Hoe kan ik Boeddha zijn?”

Een boeddha is iemand die altijd het antwoord vindt op precies deze vraag. Precies in dat moment, is Aśvaghosa Boeddha, die Boeddha ontdekt en hij ontdekt Boeddha in de spiegel, namelijk in Punyayashas.

Tegelijkertijd vindt Punyayashas zijn bestemming. In dit moment, staan deze mannen op één lijn. Zij kennen elkaar volledig. Beiden dragen ze bij aan de bestemming van de ander. Dit is liefde.

Bestemming betekent niet het zelfde als voorbestemming. Voorbestemming is: wat is voorbeschikt moet gebeuren, terwijl er in bestemming een belofte ligt, datgene dat door het leven wordt aangedragen, maar wat niet altijd wordt vervuld.

Waar Aśvaghosa echt door wordt bewogen is de liefde van Punyayashas en het is deze liefde, dit ten diepste kennen, die een bestemming creëert voor Aśvaghosa. Op zijn beurt ontdekt Aśvaghosa zijn bestemming dankzij deze ontmoeting. De oude Aśvaghosa is neergesabeld, als een boom gevallen, en een nieuwe Aśvaghosa verschijnt. De nieuwe Aśvaghosa is degene die zijn bestemming vervult.

Huilende paarden

We weten niet wat Aśvaghosa’s naam oorspronkelijk was. De naam Aśvaghosa betekent ‘huilende paarden’. Hij bleek zo welbespraakt te zijn dat wanneer hij sprak en de dharma voordroeg, zelfs de paarden huilden. Zijn schrijven is een uitdrukking van een sterke poëtische spanning tussen sensualiteit en ascese. Zijn schrijven lijkt te zeggen dat sensualiteit verrukkelijk is, maar er van af zien nog beter. Hij schrijft als iemand die lijkt te weten waar hij over praat, dus we kunnen aannemen dat dit een belangrijk thema voor hem was. Helaas weten we niets over zijn liefdesleven, of waarom hij zijn huis verliet om een asceet te worden. In feite weten we nauwelijks biografische details over hem.

Je bestemming vervullen

Aśvaghosa’s besef van de dharma was verbonden met het idee van bestemd-zijn. Hoe moeten we dit begrijpen? Shakyamuni is doorgaans gepresenteerd in boeddhistische teksten als de opvolger in een lange lijn van boeddha’s, teruggaand tot het begin der tijden.

Aśvaghosa’s geschriften bevatten dit element niet. In plaats van uitsluitend boeddhistisch, beschrijven deze geschriften een optelsom van Indiase religieuze en culturele traditie in haar geheel.

Dus hier is de gewaarwording dat eenieder iets te doen heeft, eenieder heeft een bestemming te vervullen. En hij of zij zal dit wel of niet doen. Deze bestemming is getekend door de omstandigheden die zich opdringen en de liefde die beschikbaar is. De boeddha’s zijn degene die overvloedig lief hebben en zo een grote toekomst en bestemming creëren voor vele andere wezens. Deze zijn als een uitnodiging. De Boeddha voorspelde verlichting voor mensen waarvan hij zag dat zij zo’n uitnodiging ontvingen en accepteerden. Om ontwaakt te zijn vraagt daarom om het opzij zetten van persoonlijke ideeën en ambities over jezelf en om bereid te zijn te ontvangen en te accepteren wat het universum voor jou in petto heeft. Wanneer je dit doet, is er sprake van devotie, en soms, word je ook een schepper van een toekomstige bestemming voor anderen. Dit allemaal door de kracht van liefde.

 

Categorieën: Achtergronden, Boeddhisme, Dharma en filosofie
Tags: , , , , ,

Lees ook:

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

5 reacties op Liefde en bestemming – Asvaghosa’s wijze

  1. Jos Huntjens schreef:

    Ik ben dankbaar voor deze ontmoeting.

  2. Siebe schreef:

    Het was kennelijk zo dat de Boeddha ook op het verkeerde spoor kon zitten, namelijk dat van strenge ascese. De Boeddha heeft die periode blijkbaar niet gezien als een verdienstelijke periode. Een periode van loutering of zuivering, want anders had hij dit wel aanbevolen aan zijn leerlingen, lijkt me. Hij zwoer het juist nadrukkelijk af als een verdienstelijke weg.

    Wat de Boeddha op het juiste spoor gezet schijnt te hebben is een jeugdherinnering. Terwijl zijn vader druk bezig was, zat hij als kind ergens. Hij ervoer toen een grote sereniteit als kind. De herinnering aan dat geluk als kind, waarschijnlijk jhana, zette de Boeddha op een ander spoor, het juiste naar later bleek. Hij zag in die sereniteit van destijds ook geen gevaar, zoals wel in het genoegen van de zintuigen.

    Hieruit kun je opmaken dat het voor de Boeddha ook echt een zoeken en uitproberen was. Je kunt niet zeggen, vind ik, dat hij vanaf het begin van zijn thuisloze leven perfect geleid werd door God, of gegidst door zijn innerlijke guru of stem. Nee, hij zat ook gewoon een tijd op een verkeerd spoor, hij probeerde uit, lijkt de Boeddha ook zelf aan te geven.

    Methode werd kennelijk later voor de Boeddha een heel belangrijk thema. Eindeloos veel sutta’s beschrijven het verschil tussen juiste en niet juiste methode. Iemand die een koe bij de horens melkt, kan geen melk verwachten, wordt ergens als voorbeeld gegeven.

    Ik denk dat de Boeddha, waarschijnlijk mede dankzij die jeugdherinnering, een gevoel moet hebben gehad dat de natuur van geest, vrij van alle bijkomstige bezoedelingen, vredevol is. Ik denk ook dat er dan al een onberedeneerde notie is van wat zelf eigenlijk is.

    Dit inzicht, of deze prille intuitieve kennis, van wat wezenlijk jezelf is en wat bijkomstig is aan jezelf (dit ben ik niet, dit is niet van-mij, niet mijn zelf), heeft de Boeddha volgens mij volledig waargemaakt.
    Hij oefende dag en nacht zodat hij alle bijkomstige bezoedelingen die wijsheid verduisteren, vrede verstoren en de geest kwellen, verdreef.

    Hij oefende naast het verdrijven ook in de totale eliminatie en ontworteling van alle bijkomstige bezoedelingen. Hij zuiverde zichzelf zo van al die bijkomstige smetten door begrip te ontwikkelen van de oorzaken en richtte zich ook op het wegnemen van de oorzaken. Ook zijn leerlingen maande hij later aan op deze manier grote ijver aan de dag te leggen.

    De prille ervaring dat de natuur van geest in wezen volmaakt vredevol is (de waarheid van de beeindiging van lijden), maar wordt binnengevallen en overmeesterd door bijkomstige bezoedelingen, was denk ik de soort zelfkennis die de Boeddha had en leidend was in zijn beoefening.

    Hij heeft het vredevolle niet gecreeerd, niet voortgebracht door beoefening. Hij heeft alleen het vredevolle vrijgemaakt van alles wat verduisterend en verstorend werkt. Ja, waarom niet? Zichzelf bevrijd?

    De Boeddha is daarmee vrede geworden, geworden wie/wat hij eigenlijk altijd al was. Ik denk wel dat deze vrede ook voor de Boeddha-op-pad nog ergens een raadsel was, bekend maar vooral ook nog onbekend. Het onbekende heeft de Boeddha later weggenomen.

    De Boeddha heeft volgens mij al gaandeweg ontdekt wie/wat hij werkelijk was. En van daaruit gezien, niet als vaardig middel maar als existentieel gegeven, dat elke vorm van identificatie met fysieke en mentale processen onjuist is, begoocheling. Een sterke ingebakken neiging die de waarheid omtrent onszelf juist verhult.

    Dus de eerste stap, onderwees de Boeddha later, is sakkaya ditthi, identiteitsvisie prijsgeven door wijsheid.

    Voor de Boeddha stond de beëindiging van lijden voorop en niet zozeer ‘zichzelf vinden of zichzelf zijn’ oid maar op een bepaald moment begreep hij dat lijden en de beëindiging van lijden én de kwestie van identiteit alles met elkaar te maken hebben.

    Hoe dan ook, nu 2600 jaar later, hebben mensen toch nog altijd gevoel voor de verstrengeling van lijden, diens beëindiging, het pad en de kwestie van identiteit.

    Allemachtig, wat een verhaal weer.

    Siebe

  3. Siebe schreef:

    Oh oh, wat zit je weer vol vuur, vol wil, vol plannen, vol begeerte.

    Ja, oke de Boeddha onderwees het als de oorzaak van lijden, maar de Boeddha was dan ook in de war, toch?

    Ik weet wel beter. Want wil, begeerte, vuur, intenties, plannen daar kan niemand zonder. Daar leef je juist van op. Het is een reddingslijn. Geen oorzaak van lijden, ga weg Boeddha, spoelt uw mond!. Het is de oplossing voor lijden!

    Natuurlijk zag de Boeddha dit verkeerd. Dat weet jij en ik want jij en ik zien plannen, intenties, begeerte als reddingslijnen. Heus wel. Tuurlijk wel. Kijk maar in jezelf.

    Kijk daar nou eens eerlijk rond. Eerlijk. Ga jij je plannen opgeven, begeerte, wil, intenties, begeerte? Nee, echt niet. Je hebt iets nodig om vast te pakken, om naar uit te zien, je aan te klampen, op te storten, om je aan over te geven.

    Nietes

    Welles

    Siebe

  4. Arisina schreef:

    Het lijkt mij toch heel lastig om te weten wanneer je nu de lijn van het universum volgt en wanneer je bezig bent met persoonlijke ambities en ideeen over jezelf.
    Maar wel een tekst om over na te denken. Mooi!