Wat is het verschil tussen moderne inzichtmeditatie en traditionele vipassana meditatie? Waarom noemen sommige oplettendheidmeditatie-beoefenaren zichzelf behorend tot de inzichtmeditatie en anderen de vipassana?

Laten wij eerst kijken naar de overeenkomsten tussen vipassana, inzichtmeditatie en het nakomelingetje de mindfulness. Alle drie vormen hebben een gezamenlijk kenmerk dat zij de beoefening baseren op de ontwikkeling van oplettendheid of wel aandachtigheid. Oplettendheid is het onafgebroken gebruik van de aandacht om bewust te zijn van de eigen ervaring van moment tot moment, en kan dus gemeten worden aan de snelheid waarmee de beoefenaar bewust is van de betrokkenheid van de geest met eigen lichaam, denken, voelen, en mentale objecten. Wat er gebeurt in oplettendheid is dat een instantie in ons bewustzijn de taak op zich neemt om alle andere activiteiten van de geest te volgen, te observeren. Dit vereist dat de oplettendheidbeoefenaar zijn eigen ervaring objectiveert en niet betrokken raakt met de andere activiteiten van de geest, zoals de eigen gedachten, gevoelens, wil, gemoedstoestand enz.

Grondtechniek

Dat inzichtmeditatie en mindfulness zwaar leunen op dezelfde grondtechniek komt voort uit het feit dat de laatst genoemden derivaten zijn van de oorspronkelijke vipassanameditatie. Terwijl de vipassana methode zelf een uitvoering is van de meditatietechniek die in de Mahasatipathana Sutta staat beschreven, gecombineerd met tal van aandachtigheid benaderingen in de Tipitaka die niet gericht zijn op het bereiken van volledige absorptie, maar de bewustheid benadrukken van de beoefenaar zoals beschreven wordt o.a. in de Culla Vedalla Sutta (MN 44) m.b.t. gevoelens; de Maha Vedalla Sutta (MN 43) m.b.t. kennis en inzicht; de Itivuttaka 3.37 (KN 4) m.b.t. gedachten enz.

In de theravadatraditie wordt onderscheid gemaakt tussen meditatiebenaderingen die gericht zijn op het bereiken van absorptie en anderzijds realisatie van wijsheid. In de Tatiya Samadhi Sutta (AN 4.94) worden de vipassana yogi’s beschreven door de Boeddha als: ‘zij die de gevarieerde zienswijze door hogere wijsheid (adhipañña) beheersen, maar niet de innerlijke kalmte van de geest (samathassa)’. Ook in de huidige vormen van traditionele vipassana, zei het in de traditie van U Ba Khin of Goenka of de kloostertradities van Mahasi Sayadaw of Thera Acharn Mun Bhuridatta, is de vipassana beoefening primair gericht op de tijdelijke realisatie van de hogere wijsheid. Het begint met een duidelijke kennisvorming van wat wel of niet kan leiden naar een moment van wijsheid. In de Visuddhimaga (Het Pad van Zuivering) wordt het bereiken van dit moment van wijsheid onderverdeeld in zeven lagen, die weer verder onderverdeeld worden in zestien kennisniveaus (ñana).

De zestien kennisniveaus van Het Pad van Zuivering zijn terug te herleiden naar de Patisambhidamagga (Pad van Analyse) Sutta (KN 12), waarin Sariputta uitleg geeft over de wijze waarop kennis stapsgewijs, in oplopende zwaarte, gevormd kan worden om de realisatie van wijsheid te bereiken: ‘Monniken, alles dient direct gekend te worden’, waarbij Sariputta direct overgaat tot de basis handelingen van de traditionele vipassana: de directe herkenning van de poorten van de zintuigen, het contact van externe stimuli op de poorten, de basis van de externe stimuli, de activiteiten bij de poorten van de zintuigen, de daardoor te weeg gebrachte gevoelens enz. Zowel de Patisambhidamagga en Visuddhimaga als de hedendaagse traditionele vipassana benadrukken als hoogtepunt van de beoefening het direct kennis nemen van het pad en de vrucht van beoefening (maggañana en phalañana). De vrucht staat gelijk aan de realisatie van een moment van wijsheid.

Uitdoving

En hier ligt het essentiële verschil tussen vipassana enerzijds en anderzijds de inzichtmeditatie en mindfulness. De training in vipassana is gericht op de herkenning van het betreden van het pad en het moment dat het bewustzijn gaat transcenderen in het ongedefinieerde, die door de beoefenaar herkend wordt als het uitdoven van de werking van de eerste vijf zintuigen en uiteindelijk de volledige uitdoving van het bewustzijn. Het bereiken van deze bewustzijnsstaat in de context van wekenlang onafgebroken in afzondering mediteren, heeft als impact dat de herkenning van het ‘uitdoven’ (letterlijke vertaling van nibbana) als bevrijding voelt van de continue bedrukkende aanwezigheid van veranderlijkheid, ongenoegzaamheid en oncontroleerbaarheid van het eigen lichaam en bewustzijn. De eerste reactie bij het terugkeren naar een werelds bewustzijn is onherroepelijk het zelf ervaren van de herrijzenis van lijden, vanaf dat moment is het onmogelijk om het persoonlijke bestaan niet te gaan relativeren, omdat het lijden direct geassocieerd wordt als een gevolg van verbondenheid met eigen lichaam en geest.

Vipassanaleraren zijn gidsen die precies stap voor stap een beoefenaar weten te leiden naar dit moment van tijdelijke bevrijding. Naar mijn eigen grove inschatting bereiken minder dan een derde van de vipassana-beoefenaren dit ‘bovenwereldse’ doel. Een deel van de rest zal echter blijven hangen in een staat van gelijkmoedigheid jegens lichaam en bewustzijn maar niet transcenderen naar de ‘uitdoving’. Hoewel de laatste fase niet bereikt wordt, zijn de effecten van langdurig mediteren wel duidelijk zichtbaar bij deze helft, omdat zij wel degelijk begrijpen dat er een fundamenteel verschil bestaat tussen horen en wat gehoord wordt; tussen denken en de inhoud van een gedachte; tussen lezen en wat gelezen wordt enz. Rationeel wordt beseft dat de werkelijkheid slechts een verschijning is van stimuli bij de poorten van de zintuigen en de kwalificerende reactie daarop geconditioneerd is. Terwijl velen zullen niet eens de echte vipassana-fase bereiken maar in een voorfase blijven hangen.

Correcte morele houding

De meeste inzichtmeditatie leraren zijn vaak personen die het uiteindelijke doel zelf niet hebben meegemaakt maar wel de wereld weten te relativeren en gelijkmoedig kunnen blijven in de woelige wereld. Door hun eigen ervaring dat ‘uitdoving’ niet maakbaar is hechten zij eerder belang aan de ‘correcte morele houding’ in deze wereld dan de persoonlijke bevrijding van de traditionele vipassana. Het zwaartepunt van beoefening verschuift dan van het bereiken van pad en vrucht bewustzijn naar het bereiken van staat van gelijkmoedigheid jegens alle samenstellingen.

De traditionele vipassana is daarom ook een discipline die beter past bij personen die van huis uit boeddhist zijn of geloof hechten aan karmische wetten en weder existentie, omdat de noodzaak van een bevrijding tijdens dit leven door hen intenser wordt beleefd. Ze zijn personen die overtuigd zijn dat zij alles moeten doen om de keten van samsara nu te breken, nog tijdens dit leven. Inzichtmeditatie daarentegen voldoet aan de verwachting van een non conformist die de hedonistische maatschappij afwijst zonder zich verder te hoeven verdiepen in de noodzakelijke spirituele ontwikkeling die nodig is voor het ‘uitdoven’. Op een niveau nog lager dan de inzichtmeditatie begeven zich de ‘mindfulness’ trainers, die de oplettendheid volledig degraderen tot een instrument zuiver om te kunnen omgaan met pijn en stres. Hiermee verwordt de dhammische leer van oplettendheid tot een gezondheidszorg product in een markt georiënteerde maatschappij, beheerst door vraag en aanbod. Dus nu, naar gelang je eigen zelfbewustzijn, kan je als yogi kiezen voor wat het beste aansluit bij je mentale behoeftes.

Abbreviaties:
AN:        Anguttara Nikaya
KN:        Kuddhaka Nikaya
MN:       Majjihma Nikaya

 

 

Categorieën: Achtergronden, Boeddhisme, mindfulness, vipassana
Tags: , , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

17 reacties op Vipassana, inzichtmeditatie of mindfulness?

  1. G.J. Smeets schreef:

    “Wat er gebeurt in oplettendheid is dat een instantie in ons bewustzijn de taak op zich neemt om alle andere activiteiten van de geest te volgen, te observeren.”

    Ah, de beruchte ‘homunculus’ in het bewustzijn waarmee Nagarjuna al had afgerekend.

    “…vanaf dat moment is het onmogelijk om het persoonlijke bestaan niet te gaan relativeren, omdat het lijden direct geassocieerd wordt als een gevolg van verbondenheid met eigen lichaam en geest.”

    Alsof die vrucht, die fundamentele relativering, enkel aan de vipassana-boom hangt. Kom nou, beste Adi Ichsan. Die vrucht hangt in eenieders boom en vipassana is niet meer of minder dan een van de vele methodes om de boom te snoeien en bemesten :)

  2. o. winterwater schreef:

    g.j. smeets, wat jammer, uw toon.

    wat mij opvalt:
    a) hoe kunt u de ‘homonculus’ erbij slepen, om vervolgens zelf met droge ogen te beweren dat magga- en phalacitta ‘aan eenieders boom’ hangen? u spreekt uzelf behoorlijk tegen.
    b) de schrijver betoogt, anders dan u gepikeerd stelt, nergens dat vipassana de enige weg tot ‘de vrucht’ is. en dat er ook andere tradities zijn die met dit ultieme doel behept zijn wordt ook nergens door de schrijver ontkent. dus: waar maakt u zich druk om? de schrijver verduidelijkt slecht de verschillen in oogmerk tussen mindfulness en vipassana.
    [tussen haakjes, met uw opmerking dat ‘die vrucht aan eenieders boom hangt’ impliceert u dat eenieder magga- en phalacitta zou kunnen realiseren. maar dat valt te bewijzen noch te ontkennen. dus: hoe kunt u dat zo stellig beweren?

    • G.J. Smeets schreef:

      o. winterwater,
      om je vraag te beantwoorden:
      mijn opmerking dat “die vrucht aan eenieders boom hangt” is gebaseerd op het historische feit dat die vrucht daar sinds mensenheugnis hangt en ook geoogst wordt. En zich niets aantrekt van bewijs of ontkenning in termen van magga- en phalacitta.

  3. o. winterwater schreef:

    g.j. smeets, mijn punt is: als u net zo kritisch op uzelf zou zijn als op de schrijver van dit stuk, dan had u uw zinledige opmerking over ‘vruchten aan eenieders boom’ vast en zeker niet gemaakt.

    • Nic Schrijver schreef:

      Hoewel niet aantoonbaar is het toch een prima uitgangspunt dat die vrucht aan ieders boom hangt.
      Daarom staan de wegen open voor iedereen om die vrucht te plukken.
      De wegen ernaar toe zijn oneindig en is zeker niet voorbehouden aan één weg.
      Ik vind die opmerking van G.J.Smeets terecht.
      Ik meen een toon waar te nemen tussen de regels door die volgens mij ook anders kan.

  4. Mari den Hartog schreef:

    Adi, dank voor het interessante artikel. In mijn beleving is het woord ‘inzichtsmeditatie’ een Nederlandse vertaling van het woord ‘vipassana’, maar misschien heb ik dat verkeerd. Hoe dan ook, denk ik dat beide termen door veel mensen door elkaar heen worden gebruikt zonder het besef dat ze verschillend zouden kunnen zijn in betekenis. De vraag is dus of je gelijk hebt door beide termen een verschillende betekenis toe te kennen. Het zou namelijk kunnen dat jij een van de weinigen bent die dat doet.
    Toch lijkt het mij zinvol wanneer zij die zichzelf vipassana- dan wel inzichtsmeditatieleraar noemen, aangeven wat er volgens hen bereikt kan worden door leerlingen die bij hen aangesloten zijn.

    • Adi schreef:

      Beste Mari,
      Hoewel 30 jaar geleden het inderdaad zo was dat Inzichtmeditatie een locale benaming was van Vipassana, is dat nu niet meer zo. Aan beide begrippen hangen namelijk twee verschillende beoefeningculturen, die je ook internationaal kan waarnemen bijvoorbeeld in de controverse tussen IMS en Spirit Rock in de VS. Dhamma is Dhamma, daarbij maakt het niet uit of je de enige bent die er zo over denkt of niet. Het is niet een kwestie van getallen.

      De ene beoefeningcultuur benadrukt de beoefening in de context van het Theravada, d.w.z. dat de beoefenaren de Vipassana praktiseren volgens de Tipitaka, Visudhimaga en Abhidhamma als onderdeel van een religieuze beleving (Pali: Sasana Boeddhadhamma) gericht op het stoppen van karma en wederexistentie in het hier en nu. Door middel van het doorlopen van de verlichtingsstadia. De andere beoefeningcultuur benadrukt de adaptatie naar de locale maatschappij, waarbij locale termen en woorden worden gebruikt om de specifieke instructietermen te vervangen met locale woorden en de doelen aan te passen naar de specifieke psychologische behoeftes van de locale maatschappij in de tegenwoordige tijd. Daardoor veranderen echter ook de oorspronkelijke betekenissen dus uiteindelijk ook de bereikte resultaten. In dezelfde geest van adaptatie volgen ze geen vaste methodologie (Pali: sikhati) noch kiezen ze voor een correcte invalshoek (Pali: yoniso manasikara).

      Nu heb ik eigenlijk nog niemand van de Inzichtmeditatie prominenten in Nederland -die zich tevens uitgeven als Vipassana leraar- horen praten over de basis begrippen in traditionele Vipassana zoals concept (Pali: paññati) en werkelijkheid (Pali: sabhavadhamma), of ik ben niet goed geïnformeerd. En ook niet over de directe relatie van “Ontstaan in Afhankelijkheid” met het van moment tot moment opkomen en verdwijnen van oplettendheid; van concentratie; van ideeën; gevoelens; gemoedstoestanden; van egobewustheid bij de yogi (o.a. die door Phra Acharn Amnat Abhaso uiteengezet werd vorig jaar tijdens het weekeind bij Dhammadipa). De nadruk bij Inzichtmeditatie komt toch altijd weer te liggen op aandachtig zijn en gewaarschuwd zijn met de inhoud van je geest dan wel met behoud van je normale bewustzijn, dus gewoon werelds maar wel een stapje verlichter dan mindfulness.

      Dit alles is te verklaren door het ontbreken van een typische Theravada cultuur setting bij de beoefenaren van de Inzichtmeditatie, waardoor het transcenderen van het wereldse bewustzijn naar het ongedefinieerde bovenwereldse bewustzijn; en het behoren in een setting van een traditie, niet als een prioriteit wordt herkend. Nu is het zo dat, op zich, een geadapteerde beoefeningcultuur niet per se verkeerd is, omdat individuele behoeften verschillen. Net zoals bij een piramide van Maslow hebben wij als yogi ook verschillende oplopende spirituele behoeften en doelen afhankelijk van wat wij al bezitten of bereikt hebben.

      Naarmate je meer bereikt hebt in je spirituele doelstellingen des te meer de noodzaak voor het ultieme doel. Dus voor een ieder wat wils, m.a.w. dat wat je nodig hebt is conform je eigen karmische samenstelling. Geen een van ons is gelijk aan een ander, omdat wij allen verschillende karma creëren dus ook verschillende verwachtingen hebben en vruchten ontvangen. Belangrijk is dat je weet wat de verschillen zijn, waar je zelf aan toe bent en wat je daar bereid bent om voor op te offeren. Dit maakt het mogelijk dat je het juiste besluit kan nemen voor dit moment. Maar weet het verschil.

  5. Gerben Hieminga schreef:

    Hoi Adi, veel dank voor je interessante bijdrage waarin je enkele relevante thema’s aansnijdt.

    Zelf deel ik de mening van Mari. Ik gebruik inzichtsmeditatie als Nederlandse vertaling van vipassana meditatie, zoals ook internationaal veel gedaan wordt (insight meditation). Het onderscheid wat jij maakt tussen vipassana en inzichtsmeditatie is boeiend maar semantisch en ook niet gebruikelijk. Ik ben het wel eens met je onderscheid tussen vipassana/inzichtsmeditatie en mindfulness. Toevallig volg ik via mijn werk nu een mindfulness training. Verhelderend om die stroming van binnenuit mee te maken. En fantastisch ook om via het werk gestimuleerd te worden om opmerkzaamheid te trainen. Zeker ook nu er privé vrijwel geen tijd is om op een kussentje te gaan zitten: weer een nieuwe dochter geboren! Maar de mindfulness mist inderdaad het perspectief op de hoogste vrucht van de beoefening: het opheffen in plaats van het verminderen van het lijden. Ook mist de mindfulness het kader van de boeddhistische psychologie waarin die realisatie een duidelijke en praktische context krijgt. Voor zowel vipassana als mindfulness is echter een plek in de wereld. Punt is inderdaad, zoals jij aangeeft, dat mensen daar zelf een keuze in kunnen maken. Soms bewust, maar in de meeste gevallen is het toch gewoon een onbewust proces waarin de dingen op je pad komen. Je begint ergens aan en van het een komt het ander. Je hart hierin volgen is toch ook heel belangrijk.

    Interessant is dat je zelf inschat dat één derde van de vipassana beoefenaars het ‘bovenwereldse’ doel realiseert. Ik denk dat dat aan de hoge kant is, tenzij je de steekproef vernauwt tot vipassana beoefenaars die vele jaren intensief beoefenen. Velen haken echter (veel) eerder af. Ik ben benieuwd of je die meeneemt in je schatting. In februari publiceerde ik de resultaten van een enquête onder 260 vipassana beoefenaars in Nederland, zowel (ver) gevorderden als de minder gevorderden. Daaruit blijkt dat slechts 13% van de vipassana beoefenaars uitsluitend vipassana beoefent om het hoogste doel van Nibbana te bereiken. Dit vind ik opvallend veel lager (1 op 8 in plaats van 1 op 3). Ook omdat ik vermoed dat er een duidelijk correlatie is tussen beoefenaars die deze oprechte intentie hebben (dus niet het verlangen van het ego naar verlichting) en het aantal dat daadwerkelijk het ‘bovenwereldse ervaart’. Intenties zijn immers krachtig en ik durf de stelling wel aan dat ook hier een oorzakelijk verband geldt. Hoe dan ook. Feit is natuurlijk dat hier in meer wetenschappelijke zin bar weinig over bekend is. Helaas is uit de simpele enquête niet te herleiden wie wel en wie niet directe kennis van het ‘bovenwereldse’ heeft. Dank in ieder geval voor je openheid in deze. Dat zie je niet vaak.

    En dat raakt mijn laatste punt. Je maakt onderscheid tussen leraren vipassana- en leraren inzichtsmeditatie. “De meeste inzichtmeditatie leraren zijn vaak personen die het uiteindelijke doel zelf niet hebben meegemaakt maar wel de wereld weten te relativeren en gelijkmoedig kunnen blijven in de woelige wereld.” En: “Vipassanaleraren zijn gidsen die precies stap voor stap een beoefenaar weten te leiden naar dit moment van tijdelijke bevrijding.” Hoewel je het niet expliciet zegt, vraag ik mij af of alle vipassana-leraren in Nederland het doel ook echt zelf hebben gerealiseerd. Een deel absoluut, maar alle? En voor diegene die uit directe ervaring spreken; tot welk stadium van verlichting? Interessante vragen, waar wat mij betreft de vipassanaleraren een heel stuk opener in mogen zijn. De antwoorden kunnen voor mediterenden immers ook belangrijke informatie zijn om überhaupt een bewuste afweging te kunnen maken bij welke leraar te mediteren, zeker voor de meer gevorderde beoefenaars. ‘Last but certainly not least’, komt het wat mij betreft ook de actuele discussie ten goede over wat de realisatie van het ‘bovenwereldse doel’ in het dagelijkse leven WEL en NIET brengt. Zeker ook in het kader van het seksueel wangedrag dat de laatste maanden naar buiten is gekomen en de gemoederen zo bezig houdt. Ik vind dat vipassana leraren soms expliciet – maar vaker nog impliciet en zeer subtiel – stellen dat het bereiken van een bepaalde graad van verlichting AUTOMATISCH leidt tot het niet meer kunnen optreden van onethisch gedrag. Een pertinente misvatting die wat mij betreft nog veel te beperkt aan bod is gekomen in de vele discussies over bijvoorbeeld het onethische gedrag van Mettavihari. Een realistisch beeld over wat inzicht in het ‘bovenwereldse’ is en wat het niet is, is broodnodig. Ook hierin kunnen en moeten vipassana leraren zinvolle gidsen zijn. Niet enkel in één op één gesprekken, maar ook naar de buitenwereld toe.

    Nogmaals dank en ook een gelukkig nieuwjaar toegewenst!

    Gerben Hieminga

    PS: hier is de link naar de enquête resultaten.
    https://boeddhistischdagblad.nl/achtergronden/40162-enquete-wijst-uit-vipassana-beoefenaars-los-van-religie-op-zoek-naar-innerlijke-rust/

    NB: en ik blijf natuurlijk benieuwd naar jouw antwoord op mijn vraag over jouw schatting van een derde.

  6. Arjan Schrier schreef:

    Hoewel ik ieder zijn kansen gun gaat het een tikkie te ver, voor mij, om te stellen dat die vrucht aan eenieders boom hangt. Voor dieren, beesten, hellewezens en andere wezens in apaya (de van geluk verstoken bestaanssferen) is het wat mij betreft, echt niet verboden om de vrucht van stroomwinnaarschap sotapanna) te verwerven. Maar ze missen het begrip en de omstandigheden daartoe, zo wordt gesteld. Wat niet wil zeggen dat ze dat niet snel in volgende levens kunnen ervaren.

    De term vipassana is een zeldzaamheid in de suttas. Adi wees me ooit zelf eens op dat de meest voorkomende term voor mediteren in de Pali teksten jhājati is.
    jhāyati : [jhā + ya] burns; to be on fire. || jhāyati (jhe + a), meditates or contemplates. (uit http://www.budsas.org/ebud/dict-pe/dictpe-10-j.htm)

    De rigoreuze afwijzing van verdiepte concentratie die bij vipassana vaak gepropageerd wordt is moeilijk te rijmen met de suttas. In het nobele achtvoudige pad worden al de vier jhanas genoemd. Waarbij al in de tweede jhana het contempleren en bestuderen als mentale activiteit verstilt en er een staat van verrukking, geluk en gerichtheid overblijft (piti, sukha en ekagatta).

    Vipassana wordt nog wel eens onderwezen als het keuzeloos ondervinden van alle in de bewustzijnsstroom aangevoerde ervaringen. Vaak genoeg heb ik gezeten terwijl mijn geest alle kanten op pingpongde. Wat dat betreft waren mijn ervaringen bij Zen een tikkie prettiger. Zazen, alleen maar zitten gaf meer richting dan dat. Lichaamscontemplatie werkt dus beter. Maar dat zit ook in de basis bij vipassana, trouwens. Dus mischien had ik gewoon beter moeten opletten bij de uitleg daarover…

  7. Gerben Hieminga schreef:

    “De eerste reactie bij het terugkeren naar een werelds bewustzijn is onherroepelijk het zelf ervaren van de herrijzenis van lijden.” Dit is inderdaad een mogelijkheid en een zeer belangrijk en bevrijdend inzicht. Een andere mogelijkheid die ook voorkomt bij het terugkeren is het inzicht dat uit het ‘ongedifferentieerde’ het ‘gedifferentieerde’ voortkomt, in al haar oneindige verschijningsvormen. De yogi verwerft inzicht in het feit dat alles gefabriceerd is, samengesteld door de geest, van elkaar afhankelijk en ontstaan vanuit de omstandigheden in plaats van een op zichzelf staande werkelijkheid. Of je het nu leuk vindt of niet, dat geldt ook voor de ñanas en jhanas – hoe verheven en subtiel ook – ze zijn allemaal samengesteld. Maar ook ethiek, de notie van een pad, zelfs het concept van de Theravada, Abhidhamma en Suttas: het is geconstrueerd in plaats van vast en op zichzelf staand!

    Begrijp mij niet verkeerd: ik beschouw mezelf als een Theravadin en ben een groot fan van haar rijkdom, precisie en gedetailleerdheid in relatie tot andere Boeddhistische stromingen. Hoewel ik ook kritiek heb, overheerst de liefde. Maar het is en blijft samengesteld, gemaakt, gefabriceerd en gecreëerd. Vanuit het ‘uitgedoofde’ valt daar niet aan te tornen!

    Bij het lezen van je teksten krijg ik vaak het gevoel dat het concept van de Theravadische Dhamma het ongeconditioneerde bepaald in plaats van dat het één van de manifestaties vanuit het ongeconditioneerde is. Hoewel ik de passie voor die specifieke verschijningsvorm met je deel, haar heilzame werking onderschrijf en ik achter het belang van een hoge prioritering van Nibbana in de beoefening sta, draai ik het liever om.

    Temeer ook omdat de potentie tot ontwaken gekoppeld is aan het mens zijn en niet aan één specifieke religieuze context. We hebben als Theravadins niet het alleenrecht op Nibbana! (@ Arjan: ik beperk mij even tot onze eigen bestaanswereld omdat ik met de andere geen directe ervaring heb. Ik vond je toevoeging wel heel waardevol en een belangrijke nuancering in de discussie).

    ….Goddank, baby slaapt eindelijk……nu zelf naar bed!

    • adi schreef:

      Beste Gerben,
      Je hebt verkeerd gelezen over een derde, ik heb namelijk genoemd dat “minder dan een derde” de uitdoving ervaren. En dat is puur uit eigen waarneming en relaas van mede yogi’s in retraites in de afgelopen 40 jaar, maar ook toen ik zelf onderricht ging geven kon ik dit vernemen uit de hand de interviews en het observeren van het gedrag van de yogi’s op de Sint Pieterspoort.

      Je zult wel begrijpen dat statistieken in wezen niets zeggen over spirituele ontwikkeling. Trouwens, wat maakt het voor de Dhamma uit of iemand meer of minder technieken combineert? De Boeddha heeft ons meer dan 40 meditatievormen gegeven ter ondersteuning van de praxis naar verlichting, maar alleen bij de Mahasatipathana sutta zette hij erbij: “eka yana” de enige weg. Maar zelfs de in de Mahasatipathana (MN 44) zijn er een viertal satipathana’s waarvan het maximale rendement van elke benadering weer afhankelijk is van de vier verschillende persoonlijkheid types van de yogi’s (De 4 Carita, o.a. in Pubbhapotthakka Sutta, SN 48:44).

      Wat echter een “bovenwereldse” ervaring mogelijk maakt ligt niet zozeer aan de gekozen satipathana (basisobject van oplettendheid) maar de geestelijke instelling van de yogi dat hij/zij niet meer aan het “doen” of aan het “proberen” is. De yogi is niet langer aan het doen maar ondergaat alle ervaringen passief zonder voorkeur of afkeer, weerstand of verlangens. Hij beseft dat het bestaan niet maakbaar is, dat het geen zin heeft om te proberen. Van daar heeft de yogi ook tijdens het intreden van het pad bewustzijn het gevoel dat hij/zij overrompeld wordt en de situatie niet onder controle heeft. Maar een egoloze intentie om door te gaan tot aan het eind moet aanwezig zijn, vastbeslotenheid (Adhithana) is immers de 8de Parami.

      Om een staat van praxis te bereiken waarbij je niet meer aan het doen bent, moeten de handelingen van de gekozen methode helemaal geïnternaliseerd zijn. Dit bereik je alleen door de handelingen keer op keer te herhalen, tot dat het een volledig automatisme is geworden. Ik betwijfel echter of je dit kan bereiken als je in meerdere methoden tegelijk beoefent terwijl je nog een zoekende bent. Dit is ook de reden waarom een leraar je vraagt om je aan de instructies te houden, het is niet omdat een andere methode fout is, maar omdat je anders niet voldoende herhalingen gaat maken om het tot een automatisme te laten komen. Alleen zo kom je uit de “doeners” mode.

      Een andere verkeerde visie is dat je het “bovenwereldse” kan kwantificeren, net alsof wetenschap de ultieme werkelijkheid kan bevatten. Als je terugdenkt aan de collegetijden, zul je Poppers wetenschapstheorie kunnen herinneren dat wetenschap falsificeerbaar of wel weerlegbaar moet zijn, het fallibilisme en falsificationisme principe. Geloof daarentegen is niet falsificeerbaar maar is altijd “waar”, zuiver uit subjectieve overtuiging en subjectieve interpretatie van een empirische ervaring. Dus Vipassana hoort bij het domein van geloof en niet bij het domein van wetenschap. Daarom is het niet nodig om het te falsificeren, of theoretisch te bewijzen. Weet waar je voor staat: “deze tastbare wereld” of “voorbij deze tastbare wereld”, maar ga niet tussen wal en schip zitten.

      In het verlengde van hierboven valt de vraagstelling of je bepaald onethisch gedrag automatisch ziet verdwijnen bij het bereiken van bepaalde graad van verlichting, het is geloven of niet. Het woord in Pali is Sadha, je hebt Sadha (geloof) of niet. Maar als je van mening bent dat het niet zo is dan is Vipassana –op dit moment- nog niet voor jouw bestemd, dan is het gunstiger om iets anders te doen, anders creëer je alleen innerlijke blokkades voor de eigen kennis ontwikkeling. Sadha is immers de eerste factor van de 5 Indria (geloof, energie, oplettendheid, concentratie en wijsheid).

      En ja, niemand zegt dat alleen de Theravada alleenrecht hebben op “uitdoving”; in de sutta’s staat er dat toehoorders van dhamma talks spontaan verlicht worden. Er zijn ook nu in Europa, Christenen die spontaan catalepsie en uitdoving ondergaan, maar ongetwijfeld gebeurt het als je even de aandacht gericht hebt naar de eigen lichaam of bewustzijnsstaat. En dat laatste is wat de Theravada probeert de conserveren vanuit de tijd van het ontstaan van de Tipitaka.

      Sadhu anumodhana.

  8. Gerben Hieminga schreef:

    PS Adi, ik waardeer je teksten en grote inzet om Vipassana vooral binnen de context van het Theravada en het traditionele kloosterleven te houden wel enorm hoor!

  9. nirvair kaur curtis de ruiter schreef:

    Vipassanā ‘Paccakkha’ refers to direct experiential perception. Seeing as direct perception, all other is knowledge (information gained through the intellect) through reasoning or in this case arguments.

    So we could call Vipassanā inner seeing (Insight)for which mindfulness is a prerequisite….

    • adi schreef:

      Agreed sister, but to stop at being mindfull only and not having the determination to go through the phases of dissolution,fear,digust,pain,desperation,longing for liberation and so forth will bring nothing about.

      A Vipassana teacher has the duty to guide a yogi through theses phases until path and fruition is reached, otherwise it is not Vipassana but something mundane. Any Vipassana teacher must have experienced by themself the truth of suffering, the cause of it, and has experienced the stopping and seeing the path. Otherwise this teacher will only be able to make people content and happy in this world but not bring about the essence of spiritual path which is the permanent liberation, no return.

      • Joop Ha Hoek schreef:

        Mag ik vragen om reacties zoveel mogelijk in het Nederlands te geven. Al onze artikelen zijn in die taal of worden vertaald om de bereikbaarheid te vergroten.

  10. Gerben Hieminga schreef:

    Hoi Adi,

    Ben een tijd offline geweest. Vandaar de verlate reactie.

    Oeps, inderdaad verkeerd gelezen! Mijn fout en dank voor de attendering. Over de schatting dat minder dan een derde van de beoefenaars het doel van Nibbana verwezenlijkt zijn we het eens! Ook over het belang van de juiste geestelijke instelling voor de verwezenlijking.

    Overigens is er de laatste tijd onder de ‘vertalers’ veel discussie over de term “eka yana”. In het verleden werd dit inderdaad vaak vertaald als de ‘enige weg’. Tegenwoordig wordt het ook vaak vertaald als een weg die leidt tot het ‘enige doel’. In de woorden van Bikkhu Bodhi en Ajahn Thanissaro:

    For decades, this term was translated as “the only way,” but …
    ekāyana magga requires the sense, not of an only way, but of a way
    that goes to only one destination. In other words, an ekāyana
    magga is a path that doesn’t fork—one that, as long as you follow it,
    takes you to a single, inevitable goal.

    Wellicht meer wegen dus naar één doel. Een dergelijke vertaling sluit mijns inziens beter aan bij de eerdere discussies n.a.v je blog over het feit dat verlichting gekoppeld is aan mens zijn en minder aan een bepaalde religieuze stroming of religie. Ondanks het feit dat we beiden groot fan zijn van de weg van de Mahasatipathana .

    Feit is en blijft natuurlijk dat vertalen altijd een zeer tricky business is. Zeker als de boodschapper niet meer in leven is en zijn woorden zelfs pas na een paar generaties (!) zijn opgeschreven.

  11. Gerben Hieminga schreef:

    Je uitleg over wetenschap en geloof verrast en beangstigd mij. Het “bovenwereldse” staat inderdaad volledig los van ons zintuiglijke en cognitieve waarnemingsveld waarbinnen de wetenschap valt. In die zin kan de wetenschap niets met verlichting en is het zaak om het zelf te ervaren en die ervaringen sterkt het eigen vertrouwen en geloof. Maar vanuit die ervaring keert men ook weer terug in de maatschappij en gaat de ‘verlichte geest’ bepaald gedrag wel en niet vertonen.

    Mijn punt is dat er teveel blind geloof is onder Nederlandse Vipassana leraren in het 4 fasen model van verlichting uit de Therevada traditie. Dat model werkt goed op het niveau van de eerste graad van verlichting (sotapanna). Door de eerste verlichtingservaring ziet men in dat er geen vaste persoonlijkheid is en door dat zelf te ervaren verdwijnt de twijfel alsmede het geloof dat bepaalde riten of rituelen leiden tot verlichting (hoewel de ervaring wel degelijk op kan treden tijdens zeer ritualistische handelingen!). Het model werkt ook goed voor de Arahat of volledig verlichte: deze heeft de werking van de geest volledig doorzien en dat is min of meer een constante factor in de tijd geworden: rusteloosheid en onwetendheid zijn verdwenen. Het gaat hierbij echter om een nauw gedefinieerd gebied van onwetendheid namelijk de werking van de geest. In het dagelijks leven zijn er tal van aardse zaken waarover de Arahat zeer onwetend kan zijn!

    Het model loopt echter volledig spaak bij de tweede en derde fase van verlichting. In de tweede fase (sakadagami) worden verlangen en afkeer afgezwakt. In de derde fase verdwijnen verlangen en afkeer volledig. Dit wordt maar al te vaak geïnterpreteerd als dat onethisch gedrag – dat zijn oorsprong heeft in verlangen en afkeer – vrijwel niet meer (tweede fase van verlichting) of helemaal niet meer kan optreden (derde fase). Dat is volkomen onjuist. Wat realistischer is, is dat de werking van verlangen en afkeer met de graad van verlichting meer en meer doorzien is en dat dat inzicht bestendiger is in de dagelijkse handelingen. Verlangen en afkeer kunnen nog steeds optreden, alleen het proces van wederzijdse afhankelijkheid waarbinnen dat ontstaat wordt doorzien. Maar dat is natuurlijk heel wat anders dan dat bijvoorbeeld sexueel wangedrag niet meer kan optreden. Ook Anagamis en Arahats kunnen anatomisch gezien nog steeds erecties krijgen en daar verkeerde dingen mee doen, laat staan de minder verlichte meesters onder ons (Sotapannas en Sakadagamis). Er zijn tal van Eerwaardes, Rinpochees, Ajahns, Sayadaws, Tulkus, Zen-meesters en hun gelijken in andere tradities sexueel goed over de schreef gegaan! Het is van alle tijden en continenten, en recentelijk is Nederland daar niet immuun voor gebleken.

    Ik vind het schokkend dat Vipassana leraren daar geen passend en realistisch antwoord op hebben. Sommigen zitten vast in het dogma van de 4 stadia van verlichting en hebben geconcludeerd dat Mettavihari dan maar hoogstens een Sakadagami was in plaats van een realistisch beeld van verlichting en het al dan niet kunnen opkomen en doorzien van (sexueel) verlangen te onderwijzen. Hoe had hij zich anders sexueel zo kunnen misdragen? Anderen onderschrijven min of meer mijn visie in één op één gesprekken maar zijn in hun onderricht voor groepen een stuk minder expliciet, blijven vaag en oppervlakkig of gewoon aan de klassieke teksten vasthouden. En nu zeg jij dat het vooral ook een kwestie van geloof is!? Dat vind ik gevaarlijk. Als het over verlichting en onethisch gedrag gaat moeten we nou juist WEL een meer wetenschappelijke benadering toepassen. Anders blijft het een kwestie van geloof en religie en daar valt niet tegen te argumenteren.

    Nu het stof enigszins is neergedaald hebben veel Sangha’s en hun besturen zich gestort op de implementatie van ethische codes om de excessen van sexueel wangedrag in de toekomst te voorkomen. Dat is absoluut nodig maar slechts beperkt effectief als ook het onderricht van de Vipassana leraren zelf op deze thema’s niet snel verandert. Helaas zie ik daar nog te weinig vooruitgang.

Menu