In de Itivuttaka 22 (I. 3.2)staat de volgende tekst (*1):

Laat z/hij( *2)zich alleen in verdienste (*3) oefenen
die in de toekomst geluk oplevert;
moge z/hij vrijgevigheid, een vredig leven
en een liefdevolle geest ontwikkelen.
Na deze dingen ontwikkeld te hebben,
die drie bronnen van geluk zijn,
rijst de wijze weer op in een wereld
die gelukkig en vrij van verdrukking is.

Ontwikkelen van een vredig leven: het kwade nalaten en het goede doen.

Van vrijgevigheid naar moraliteit

Door de beoefening van vrijgevigheid komen we de goedheid in onszelf op het spoor ( *4), en dat leidt tot meer vertrouwen in onszelf én in de oefening. Nu wordt het tijd voor een volgende stap, n.l. het nalaten van het kwade doen, leren in vrede te leven met onszelf en de mensen om ons heen.

Door vrijgevigheid, dat heilzaam is, te oefenen zijn we ( als het goed is) ook het onheilzame op het spoor gekomen. We zijn niet altijd vrijgevig, we hebben niet altijd zin om bij te dragen aan het welzijn van een ander. Jaloezie, voorkeur/afkeer, nalatigheid, hebzucht, etc., we komen het tegen, subtiel of in uitgesproken vormen. Het zijn manifestaties van de drie vergiften: begeerte, boosheid en onwetendheid, allemaal uitingen van ik-gerichtheid.

Zo brengt de oefening van vrijgevigheid ons natuurlijkerwijs naar de volgende bron van geluk, kalm leven, moraliteit ( pali: sila). Het is a.h.w. een verbreding van de oefening: niet alleen het goede doen, maar ook het kwade nalaten.

Moraliteit

Moraliteit wordt helaas vaak gezien als gebod of verbod: dat mag niet. Een bron van geluk?

Voor westerse boeddhisten is moraliteit sowieso niet een oefening die erg veel enthousiasme oproept. Velen denken dat mediteren op een bankje of een kussentje genoeg is om tot volledige bevrijding te komen. Maar het achtvoudige pad omvat ook spreken, handelen en leven, dat zal toch niet voor niets zijn?

Voor leken zijn er vijf leefregels/aanbevelingen. De eerste leefregel kun je opvatten als alle andere omvattend: Ik neem mij voor niet te doden, maar alle leven te koesteren (* 5).

Niet doden

Die eerste aanbeveling gaat verder dan het niet doden van mieren, vliegen e.d. Het gaat om alle vormen van denken, spreken en handelen waarmee we het leven van anderen en onszelf inperken of te niet doen. Als we niet-doden gaan oefenen komen we weer de drie vergiften tegen: begeerte, boosheid en onwetendheid. Omdat die geestestoestanden, uitwerkend in ons spreken en handelen, het leven inperken noemen we dat onheilzaam. Terughoudendheid is dan een goede oefening; doe dat maar niet…

Leefregels zijn er niet om onszelf te veroordelen, of om een beter mens te worden. Het gaat er om een vrij mens te worden.

De onheilzame kantjes in onszelf herkennen is een eerste stap. Daarna wordt gevraagd om ze toe te laten. Dat is mededogen oefenen. Het leren om onszelf te accepteren zoals we zijn en doen, is een heel belangrijke stap. Pas als we de onheilzame kantjes geaccepteerd hebben is er ruimte om ze te leren kennen ( = voorbijgaand, ik ben het niet).

Het leven koesteren

Naast het nalaten van leven inperken, is er de oefening van bijdragen aan wat leven brengt. In de Metta soetra staat het mooi geschreven: Verruim je hart tot het grenzeloos is, zodat je alle levende wezens kunt koesteren( *6).

Als we daarin blijven oefenen, cultiveren we de heilzame staten van geest: vriendelijkheid, geduld, aandacht, vrijgevigheid, vergevingsgezindheid, tolerantie, etc. Als deze groeien, is er meer welbevinden!

Bespiegelen

Hoe kom je nou tot heilzaam spreken en handelen? Een wijs hulpmiddel om meer zicht te krijgen op ons spreken en handelen is wijze reflectie. De geest/ het denken is voorloper van het spreken en handelen, dus het is belangrijk om die mee te nemen. .

In een tekst (* 7) geeft Boeddha zijn zoon Rahula de raad om wijze reflectie toe te passen op mentale daden, verbale daden en fysieke daden ( denken, spreken en handelen). Boeddha gebruikt daarbij het beeld van een spiegel. Wat doe je daarmee? Bespiegelen: kijken wat er precies is.

Bespiegelen/ wijze reflectie is inderdaad een mooie manier om ons denken, spreken en handelen te verhelderen. Boeddha nodigt in de tekst uit om voor tijdens en na mentale, verbale en fysieke daden te bespiegelen.

Voorafgaand aan de daad

Voordat je een mentale, verbale of fysieke daad gaat verrichten, zegt Boeddha, bespiegel het dan eerst met de vraag: is het tot schade voor mezelf, tot schade voor een ander, of tot schade voor beide? Als je dan, al bespiegelend, tot de conclusie zou komen dat dat zo is, dan moet je het, als het even kan, niet doen. Als je al bespiegelend echter tot de conclusie zou komen dat het niet schadelijk is, maar dat het tot geluk zal leiden, doe het dan wel.

Tijdens de daad

Vervolgens nodigt Boeddha uit om ook tijdens het verrichten van de mentale, verbale en fysieke daden te blijven bespiegelen: leidt dit tot schade of tot geluk? Is het een onheilzame daad met lijden als gevolg? Als het tot schade en lijden leidt: hou ermee op. Als het tot geluk leidt ga ermee door.

Na de daad

Blijf ook bespiegelen als de daad verricht is. Als we zien dat het een onheilzame daad was met lijden als gevolg, geeft Boeddha advies om het te onthullen en op te biechten. Bij mentale daden is het goed om te komen tot huiver ervoor, schaamte en afkeer.

Maar als we tot de conclusie komen dat het heilzaam was, met geluk als vrucht,” dan kun je in vreugde en blijdschap leven, je dag en nacht trainend in heilzame geestestoestanden”.

Op die manier oefenend in aandacht wordt het leven met moraliteit een bron van geluk.

Schuld

In het Westen reflecteren we niet zo vaak achteraf op ons denken, spreken en handelen. Misschien omdat we het niet gewend zijn, of misschien ook omdat dat een schuldgevoel oplevert? Het is goed te gaan inzien dat schuldgevoel een onheilzame staat van geest is, die ons opsluit in onszelf ( ik, ik, ik), die geen openheid in zich heeft, en een grote bron van lijden is.

Vergeving kan een belangrijke rol in dit proces spelen. Onszelf een onheilzame daad vergeven is een grootse daad van vrijgevigheid. Ook proberen het minder persoonlijk op te vatten is behulpzaam. Daarna kunnen we verder gaan met heilzame intenties ( mentale daden).

Wijze reflectie en analyse

Wijze reflectie is vragend, luisterend aanwezig zijn. Het kan op iedere moment beëindigd worden. Analyse is anders. Het denkhoofd is erbij betrokken. Het kan erg ik-gericht zijn: ik wil het weten. We kunnen er dan in verstrikt raken in de zin van geen rust hebben totdat we het weten. Analyse heeft ook vaak te maken met een verheldering van achtergronden: hoe kan het nou dat ik dat doe? We komen dan b.v. uit bij: mijn jeugd, mijn opvoeding, mijn moeder, enz…..

Wijze reflectie beschouwt het proces van wat er gebeurt in denken, spreken en handelen. Wat zijn de feiten? We nodigen a.h.w. wijsheid uit om licht te laten schijnen op wat er nu gebeurt. Soms verheldert het, soms blijft het onhelder. Een mooie gelegenheid om met nog meer aandacht aanwezig te zijn, en zo onwetendheid te boven te komen.

Vredig leven en meditatie

Heilzaam denken spreken en handelen: het is echt een kunst. Als we ons spreken en handelen observeren kunnen we zien dat het kan bijdragen aan veel kwaad. We kunnen met woorden en daden elkaar zo pijn doen en kwetsen, dat mensen beschadigd worden. Echter, we kunnen met goed gekozen woorden en daden ook mensen tot leven brengen, en mensen tot elkaar brengen. Dat stemt tot tevredenheid, vreugde en geluk.

Door tijd uit te trekken voor bespiegeling ( terughoudendheid) komt er meer helderheid over wat zich in de geest afspeelt vooraf, tijdens en na het spreken en handelen. Een goede kwaliteit van aandacht is daarbij nodig, en die wordt gecultiveerd in de meditatie. Door bespiegeling, door de geest te kennen, komen we tot meer heilzaam spreken en handelen. Ons bewust worden dat er heilzaam gesproken en gehandeld heeft, brengt tevredenheid en vreugde. Dat zijn heilzame staten van geest die in de meditatie dan weer leiden tot meer kalmte en concentratie, en dat leidt uiteindelijk tot bevrijdend inzicht.

*1. Vertaling de Breet en Janssen
*2. Er is gekozen voor inclusief taalgebruik
*3. Verdienste betekent dat op een heilzame manier denken, spreken en handelen een uitwerking heeft, het leidt tot vrijheid en geluk. Verdienste wordt ook wel gezien als een synoniem voor geluk.
*4. Zie artikel Simsara mei 2017
*5. In onze sangha gebruiken we een versie met het kwade nalaten en het goede doen.
* 6 Metta soetra : Sn 1.8
*7: MN 61

Deze tekst van Doshin Houtman verscheen eerder in het septembernummer 2017 van SIMSara.

Categorieën: Achtergronden, Boeddhistisch leven, Nieuws
Tags: ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

1 reactie op Doshin Houtman – Vredig leven: één van de drie bronnen van geluk

  1. EmmA schreef:

    Beste Doshin, erg bedankt voor dit artikel. Van meditatie begrijp ik nog steeds ongeveer helemaal niets maar dit artikel begrijp ik. Ik heb het gekopieerd en bedacht me dat het goed voor me zou zijn om dit elke dag met aandacht te lezen. Met vriendelijke groet EmmA

Menu