Auteur Winfried Kopps brengt ons op een geheel nieuwe manier heel dicht bij het Tibetaans Dodenboek. Hij beschrijft hoe de tekst hem zijn leven lang heeft vergezeld en hem steeds weer heeft verrast en geïnspireerd. Het gaat over de reis van jeugdige, zoekende hippie naar serieus praktiserend mysticus en opent geheel nieuwe perspectieven op de jaren zestig, en het India van de jaren zeventig in transitie, tot aan het heden, waarin het boeddhisme veel van zijn exotische magie heeft verloren. We vergezellen een excentrieke en onbeschaamde mysticus op een kronkelende reis naar zichzelf, die gemakkelijk te volgen is.

