Koan 1 – De hond zonder boeddhanatuur
‘Heeft een hond ook de boeddhanatuur?’ vroeg een monnik. ‘Wu!’ zei meester Zhaozhou.

1.1 Woef!
Wu (uitspraak: ‘woe’) is Chinees voor nee, niet, niet-hebben, niet-zijn. Zou het ook een klankwoord (onomatopee) voor woef zijn? Toen ik het mijn hond Wu vroeg, keek ze me even treurig aan als altijd. Waf waf schijnt in hedendaags Mandarijn te klinken als wang wang, maar grote honden, ook Chinese, zeggen woef woef, dus dat bewijst niets.
Mijn huisbaas, Ho, een dwaas uit het oosten, antwoordde: ‘Teckel? Lekkel!’ Wu liet zijn tanden zien en gromde: ‘Heeft een Chinees de boeddhanatuur?’ Daar ben ik niet op ingegaan, voor je het weet ben je jaren verder.
Volgens de overlevering had Wumen zes jaar nodig om de wu-koan te kraken, of beter, om zijn hersens te kraken en de koan onverteerd uit te braken. Dat gaf verlichting, en niet zo’n beetje ook, wat zijn innerlijke poëet inspireerde tot het onvergetelijke verlichtingsgedicht:
Wu! Wu! Wu!
Wu! Wu! Wu! Wu!
Wu! Wu! Wu! Wu! Wu!
En de wolven huilden mee.
Japanners meenden er duizend jaar geleden goed aan te doen wu te vertalen in mu (uitspraak: ‘moe’), dat ook nee, niet, niet-hebben, niet-zijn schijnt te betekenen. Niets op aan te merken dus, behalve dat het klanknabootsende effect van wu in de vertaling verloren ging. Honden blaffen met hun bek open, dan kun je onmogelijk een m voortbrengen, probeer maar. Ook geen w of f trouwens. Het geluid dat honden voortbrengen is met geen ideogram of fonetisch alfabet te beschrijven.
1.2 Grr!
Door een gril van de geschiedenis is het juist de Japanse vertaling van Zhaozhou’s koan die het westen heeft veroverd, en gek genoeg vonden de meeste vertalers het onnodig om het woordje ‘mu’ te vertalen:
‘Heeft een hond de boeddhanatuur?’ ‘Mu!’
Waar slaat dat op? Mu betekent in het Nederlands niets en een klankwoord is het ook niet, dus Nederlandstaligen worden voor problemen gesteld die Chinezen en Japanners niet-hebben, niet-zijn, nee, niet. Waarom niet gewoon:
‘Heeft een hond de boeddhanatuur?’ ‘Nee.’
Of:
‘Heeft een hond de boeddhanatuur?’ ‘Hm.’
Of:
‘Heeft een hond de boeddhanatuur?’ ‘Grr!’
1.3 Mu!
Als je het mij vraagt was het beter geweest als de Japanse zenimporteurs van een hond een koe hadden gemaakt:
‘Heeft een rund de boeddhanatuur?’ ‘Mu.’
Werkt als ontkenning én als klankwoord in het Japans, werkt als klankwoord maar niet als ontkenning in het Engels (en in Boeddha mag weten hoeveel andere talen), werkt in geen enkel opzicht in het Nederlands. Wat nu (uitspraak: ‘noe’)? Gelukkig is een nitwit niet voor één gat te vangen.
‘Heeft een schaap de boeddhanatuur?’ ‘Bè.’
‘Heeft een duif de boeddhanatuur?’ ‘Roekoe.’
‘Heeft een eend de boeddhanatuur?’ ‘Kwak.’
‘Heeft een paard de boeddhanatuur?’ ‘Hihihi’.
‘Heeft een mens de boeddhanatuur?’ ‘Proet.’
1.4 Nou moe
Monnik: Heeft een beer de boeddhanatuur?
Meester: Poe. (1)
Monnik: En een koe?
Meester: Boe. (2)
(1) Poe is Nederlands voor ‘geen idee’. Het is ook de achternaam van een wereldberoemd fictief beertje en van een echte overleden auteur.
(2) Boe is Nederlands voor ‘nee’ of ‘niet’. Het is ook een klankwoord voor het loeien van een koe, nou moe.
1.5 De papegaaiennatuur
Monnik: Heeft een hond de boeddhanatuur?
Meester: Dat heb ik me nou nog nooit afgevraagd.
Monnik: Waarom ik dan wel?
Meester: Vraag maar aan Lorre.
Monnik: Heb ik al gedaan.
Meester: Wat zei hij?
Monnik: Heeft een hond de boeddhanatuur?
Meester: En toen zei jij…
Monnik: Nee.
Meester: Net als Zhaozhou.
Monnik: Die had er tenslotte voor geleerd.
Meester: En toen zei Lorre…
Monnik, chagrijnig: Heeft een mens de papegaaiennatuur?
Meester: En hij heeft er niet eens voor geleerd.
1.6 Boeddhanatureluurs
Monnik: Heeft een hond de boeddhanatuur?
Meester: Niet in de boeddhanatuur.
Monnik: In de boeddhanatuur heeft een hond geen boeddhanatuur?
Meester: In de boeddhanatuur is geen hond.
Monnik: En de Boeddha?
Meester: Heeft de boeddhanatuur de boeddhanatuur?
Monnik: Wat een vraag.
Meester: Heeft de ziel een ziel?
Monnik: Hoe komt u erop.
Meester: Heeft een boeddha een woordenboek?
Monnik: Heeft u wel de boeddhanatuur?
Meester: Heeft een denkbeeld een sokkel?
1.7 Zit!
Monnik: Heeft een hond de boeddhanatuur?
Meester: Heeft een boeddha de hondennatuur?
Monnik: Hè?
Meester: Wat?
Monnik: Of een hond de boeddhanatuur heeft.
Meester: Een wat?
Monnik: Een hond!
Meester: De wat?
Monnik: De boeddhanatuur!
Meester: Volgens wie?
Monnik: Grr!
Meester: Zit!
1.8 Hand in hond
Monnik: Heeft een hond de boeddhanatuur?
Meester: Heeft een hand de boeddhanatuur?
Monnik: Als een mens de boeddhanatuur heeft wel.
Meester: En als de hand in de hond zit?
Monnik: Dat maakt niet uit.
Meester: En als de hand is opgenomen in de hond?
Monnik: Alleen als een hond de boeddhanatuur heeft.
Meester: Heeft een hond de boeddhanatuur?
1.9 Fabeltjes
Monnik: Wie heeft volgens u de boeddhanatuur?
Meester: Geen hond.
Monnik: Volgens mij heeft niemand de boeddhanatuur.
Meester: Maak dat de kat maar wijs.
1.10 Het loochenen verloochend
Meester: Heeft een hond de boeddhanatuur?
Monnik: Zeg ja of nee en je verloochent je boeddhanatuur.
Meester: Tja.
Monnik: Wat zou u zeggen?
Meester: Zeg dat je door ja of nee te zeggen je boeddhanatuur verloochent en je verloochent je boeddhanatuur.
Monnik: Hallo.
Meester: Nou jij weer.
Monnik: Zeg dat je je boeddhanatuur verloochent door te zeggen dat je je boeddhanatuur verloochent door ja of nee te zeggen en je verloochent je boeddhanatuur.
Meester: Of je een emmer leeggooit.
Monnik: Nou u weer.
Meester: Remise?
Monnik: Volgens mij heb ik gewonnen.
Meester: Zeg dat je gewonnen of verloren hebt en je verloochent je boeddhanatuur.
Monnik: En u dan?
Meester: Ik zeg niks.
Monnik: Tja.
Meester: Dat komt op hetzelfde neer.
1.11 Honden moeten botten knagen
Als je denkt dat een hond de boeddhanatuur heeft vergis je je. Als je denkt dat een hond niet de boeddhanatuur heeft vergis je je. Als je denkt dat een hond wel en niet de boeddhanatuur heeft vergis je je. Als je denkt dat een hond wel noch niet de boeddhanatuur heeft vergis je je.
Als je denkt dat iets de boeddhanatuur heeft vergis je je. Als je denkt dat niets de boeddhanatuur heeft vergis je je. Als je denkt dat iets wel en niet de boeddhanatuur heeft vergis je je. Als je denkt dat niets wel en niet de boeddhanatuur heeft vergis je je.
Als je denkt dat er zoiets is als de boeddhanatuur vergis je je. Als je denkt dat er niet zoiets is als de boeddhanatuur vergis je je. Als je denkt dat er wel en niet zoiets is als de boeddhanatuur vergis je je. Als je denkt dat er wel noch niet zoiets is als de boeddhanatuur vergis je je.
Als je denkt dat er zoiets is als een jij of een ik vergis je je. Als je denkt dat er niet zoiets is als een jij of een ik vergis je je. Als je denkt dat er wel en niet zoiets is als een jij of een ik vergis je je. Als je denkt dat er wel noch niet zoiets is als een jij of een ik vergis je je.
Als je denkt dat je je kunt vergissen vergis je je. Als je denkt dat je je niet kunt vergissen vergis je je. Als je denkt dat je je wel en niet kunt vergissen vergis je je. Als je denkt dat je je wel noch niet kunt vergissen vergis je je.
Als je denkt…
1.12 Kom uit je hokjes, geest
Monnik: Heeft een hond de boeddhanatuur?
Meester: Heeft een mens de hokjesgeest?
Monnik: Hoezo?
Meester: Hond, boeddha, natuur, boeddhanatuur, hond met boeddhanatuur, hond zonder boeddhanatuur.
Monnik: Nee, u dan.
Meester: Mens, hokje, geest, hokjesgeest, mens met hokjesgeest, mens zonder hokjesgeest.
Monnik: Bedoelt u dat elk onderscheid illusoir is?
Meester: Onderscheid, eenheid, illusoir, reëel.
Monnik: Verwijst u naar de leegte van het ware zelf?
Meester: Leegte, vorm, waar, vals, zelf, niet-zelf, ander.
Monnik: Dat is een boeddha niet waardig, wou u zeggen.
Meester: Boeddha, niet-boeddha, waardig, onwaardig, u, ik, zeggen, zwijgen.
Monnik: Dan weet ik het ook niet meer.
Meester: Ik, niet-ik, dan, voordien, nu, weten, niet-weten.
Monnik: Wat kun je zeggen zonder de werkelijkheid meteen weer in hokjes op te delen?
Meester: Dit.

