• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst

Boeddhistisch Dagblad

Ontwart en ontwikkelt

Header Rechts

Vijftiende jaargang

Zoek op deze site

  • Home
  • Agenda
    • Geef je activiteit door
  • Columns
    • Andre Baets
    • Dharmapelgrim
    • Bertjan Oosterbeek
    • Dick Verstegen
    • Edel Maex
    • Emmaho
    • Goff Smeets
    • Hans van Dam
    • Jana Verboom
    • Joop Hoek
    • Jules Prast
    • Paul de Blot
    • Rob van Boven en Luuk Mur
    • Ronald Hermsen
    • Theo Niessen
    • Xavier Vandeputte
    • Zeshin van der Plas
  • Nieuws
  • Contact
    • Steun het BD
    • Mailinglijst
  • Series
    • Boeddha in de Linie
    • De werkplaats
    • Recepten
    • De Linji Lu
    • De Poortloze Poort
    • Denkers en doeners
    • De Oude Cheng
    • Meester Tja en de Tao van Niet-Weten – alle links
    • Fabels door Goff
    • Cartoons van Ardan
    • Tekeningen Sodis Vita
    • De derwisj en de dwaas
  • Over ons
    • Redactiestatuut van het Boeddhistisch Dagblad
    • Redactieformule van het Boeddhistisch Dagblad
  • Privacy

Home » Hans van Dam » De Poortloze Poort voor nitwits: inleiding

De Poortloze Poort voor nitwits: inleiding

5 april 2026 door Hans van Dam

De Wumenguan is een collectie van 48 koans samengesteld door de Chinese chanmeester Wumen Huikai, dharmahouder in de lijn van Linji Yixuan en boegbeeld van de Japanse rinzaischool.

Als leraar trachtte Wumen zijn leerlingen zoveel mogelijk aan het twijfelen te brengen: ‘Voor intensieve zen hoef je niet bijzonder intelligent te zijn. Het gaat er slechts om het lichaam zelf tot één massa twijfel te laten worden en daar dag en nacht mee door te gaan.’

Twijfel is de weg. Zeker weten, heilig geloven in woorden en zinnen, theorieën en praktijken, wordt in rinzai beschouwd als een ziekte. Vandaar het zengezegde: ‘Geen twijfel geen verlichting, kleine twijfel kleine verlichting, grote twijfel grote verlichting.’

De serie ‘de Poortloze Poort voor nitwits’ bevat alle 48 koans van de Wumenguan en maar liefst 480 nieuwe koans van Hans van Dam – luchtige raadselteksten die de oude koans in een onverwacht licht plaatsen en al je zekerheden onderuit halen. Vandaag de inleiding.

Inhoudsopgave van de inleiding

1. Wat is de Poortloze Poort?

2. Wie is Wumen Huikai?

3. De verkeerde zen van het zwijgend stralen

4. Zen zonder masker of mantel

5. De koan als dwaaltekst – de weg terug

6. Het leven als koan – de wegdenkweg

7. Zeg ‘heks’ en de jacht begint

8. Zeg ‘graal’ en de queeste begint

9. Zen op z’n slechtst: onderdanigheid en ritualisme

10. Zen op z’n best: een innerlijke revolutie

11. Mislukking is de Weg – ik wens je alle pech


1. Wat is de Poortloze Poort?

De Poortloze Poort of Wumenguan* is een verzameling van achtenveertig koans uit het begin van de dertiende eeuw, samengesteld en van commentaar en versjes voorzien door de Chinese chanmeester Wumen Huikai.

* Wumenguan wordt afhankelijk van de landstaal, het transcriptiesysteem en de persoonlijke voorkeur onder meer geschreven als Wu Men Guan, Wumen Guan, Wumen Kuan, Wumen Kwan, Mumon Kan en Mumonkan.

Koans zijn korte raadselteksten die de logica tarten. Je kunt ze lezen, erover nadenken, erop mediteren en je tanden erop stukbijten, dus pas maar op. Je kunt je er het hoofd over breken en je, als het werkelijk tot hoofdbrekens komt, in één klap bevrijden van zowel de koans als je hoofd. Van zowel je antwoorden als je vragen. Van zowel je goedgelovigheid als je ongelovigheid.

Chan (zen) heeft enkele duizenden canonieke koans opgehoest, niemand weet precies hoeveel. Ze zijn terug te vinden in een stuk of tien overlappende collecties van tientallen tot honderden exemplaren.

De Poortloze Poort is met zijn achtenveertig koans een van de kleinere verzamelingen. Iets groter is de Linji Lu (de kronieken van Linji) met zestig koans (en zestig preken).* Een grote is de Shinji Shobogenzo van de Japanse zenboeddhist Ehei Dogen, met driehonderd koans opgetekend tijdens zijn bedevaart in China.

Zie De Linji Lu voor nitwits, deel 1 van de Agnosereeks.

2. Wie is Wumen Huikai?

De Wumenguan is samengesteld door de Chinese chanmeester Wumen Huikai (1183-1260), de vijftiende dharmahouder in de lijn van Linji Yixuan (overleden in 866). Die laatste is tevens de mythische protagonist van de hierboven genoemde zenklassieker Linji Lu.

In Japan heet Wumen Huikai ‘Mumon Ekai’ en Linji Yixuan ‘Rinzai Gigen’. Rinzai is ook de naam van de Japanse zenschool die zich baseert op de Linji Lu, en van het soort zen dat daar onderwezen wordt.

Tijdens zijn zentraining deed Wumen wel zes jaar over ‘De hond zonder boeddhanatuur’, de koan die tot zijn grote doorbraak leidde. Het zou de eerste koan van de Wumenguan worden.

Als leraar trachtte Wumen net als zijn eigen leermeester Yuelin Shiguan (1143-1217) en de twaalfde dharmahouder in de lijn van Linji, Dahui Zonggao (1089-1163), zijn leerlingen zoveel mogelijk aan het twijfelen te brengen: ‘Voor intensieve zen hoef je niet bijzonder intelligent te zijn. Het gaat er slechts om het lichaam zelf tot één massa twijfel te laten worden en daar dag en nacht mee door te gaan.’ (‘De Poortloze Poort’, Yamada Koun, 2010, pagina 316.)

Twijfel is de weg. Niet twijfelen, zeker weten, heilig geloven in woorden en zinnen, theorieën en praktijken, wordt in rinzai beschouwd als een ernstige ziekte. Vandaar het zengezegde: ‘Geen twijfel geen verlichting, kleine twijfel kleine verlichting, grote twijfel grote verlichting.’

Maar als twijfel werkelijk de weg is, moet je ook durven twijfelen aan de woorden ‘klein’, ‘groot’, ‘twijfel’ en ‘verlichting’, en aan het motto ‘geen twijfel geen verlichting, kleine twijfel kleine verlichting, grote twijfel grote verlichting’. Is twijfel dan nog wel de weg, is er dan nog wel een weg en gaat hij nog wel ergens heen?

3. De verkeerde zen van het zwijgend stralen

De Wumenguan is een van de weinige koancollecties die in het Nederlands vertaald is, en bij mijn weten de enige die twee keer vertaald is.

De eerste vertaling van de Wumenguan in het Nederlands verscheen in 1972 in ‘Zen-zin, zen-onzin’, een bloemlezing van vier klassieke teksten, waaronder de Poortloze Poort.

‘Zen-zin, zen-onzin’ is een vertaling van ‘Zen flesh, zen bones’ uit 1957. ‘The Gateless Gate’ daarin is ‘getranscribeerd’ door de Japanner Nyogen Senzaki en de Amerikaan Paul Reps, en oorspronkelijk uitgegeven als zelfstandig werkje in 1934.

Volgens de bibliografische gegevens zou ‘The Gateless Gate’ rechtstreeks uit het Chinees vertaald zijn. Ik betwijfel dat, want twijfel is de weg en alle Chinese meesters in ‘The Gateless Gate’ dragen Japanse namen. Waarom zou je voor een Engelstalige doelgroep Chinese eigennamen omzetten in geromaniseerd Japans?

Ik denk dat ‘Zen-zin, zen-onzin’ of tenminste ‘The Gateless Gate’ daarin, een estafettevertaling is uit het Chinees via het Japans en het Engels in het Nederlands. Alsof je met een microfoon tijdens een windhoos een opname van een opname van een opname van een teisho (toespraak) maakt, of met een groezelig kopieerapparaat een kopie van een kopie van een kopie van de Wumenguan; hoeveel ruis geeft dat niet?

De tweede vertaling van de Wumenguan in het Nederlands kwam uit in 2010 bij uitgeverij Asoka als ‘De poortloze poort’ en is op dit moment alleen nog antiquarisch verkrijgbaar. Ook deze Poortloze Poort is geen vertaling rechtstreeks uit het Chinees, maar rechtstreeks uit het… Duits, van ‘Die torlose Schranke – Mumonkan’ uit 2004. Vrij recent zou je denken, behalve dat ‘Die torlose Schranke – Mumonkan’ op zijn beurt een vertaling is uit 1989 van ‘The Gateless Gate: The Classic Book of Zen Koans’. Dat boek is al in 1979 in Amerika gepubliceerd.

Daarna, of liever daarvoor, wordt het schimmig. Wanneer zijn de teisho’s precies geschreven, en in welke taal? Als ze niet in het Engels zijn geschreven, wie heeft ze dan vertaald? En de Wumenguan zelf, is die vertaald door Yamada Koun? Uit het Chinees in het Engels, uit het Japans in het Engels of uit het Chinees via het Japans in het Engels? Ik vermoed uit het Japans in het Engels, omdat ook in deze Poort de meesters Japanse namen dragen. Wie maakte dan de vertaling uit het Chinees in het Japans, en wanneer?

Hoe het ook gegaan is, beide Nederlandse vertalingen van de Poortloze Poort zijn inmiddels een halve eeuw tot een eeuw oud, misschien nog ouder. Geen wonder dat ze net als veel oude boeddhistische vertalingen naar de kritiekloze prepostmoderne ja-en-amen era rieken. De jaren van voor de jaren zestig zal ik maar zeggen, laten we ze de jaren vijftig noemen. Die nog steeds niet afgelopen zijn, laten we ze de jaren duizend noemen.

Ik doel op het zenboeddhisme van de oude stempel uit het duizendjarige spirituele interbellum tussen de revolutionaire, subversieve, zelfdenkende antimeesters Linji Yixuan (overleden in 866) en Shin’ichi Hisamatsu (1889–1980) in, dat, uitzonderingen daargelaten, gekenmerkt wordt door braafheid, goedgelovigheid, onderdanigheid, absolutisme en heilige ontzag.

De Verhevene zei dit, Mahakashyapa zei dat. De eerste patriarch zei zus, de zesde patriarch zei zo. Kruipen voor de keizer, liefst in zijn kont. Buigen voor beelden, neus op de grond. Vliegen voor de meester, desnoods in een Zero, banzai.

Soevereine vorsten heersend over hun sangha – zen als monarchie. Machismo en stoerheid – zen als patriarchaat. Transmissie om de macht binnen de clan te houden – zen als aristocratie. Benoemingen voor het leven – zen als gerontocratie. Absolute gehoorzaamheid ter meerdere eer en glorie van de of het absolute, schoonzitten bij wijze van meditatie, zwijgen als het Zelf – is dat nou zen? Heeft een boeddha de hondennatuur?

Jammer hoor, dat ook de tweede Nederlandse vertaling van de Wumenguan uit het Chinees onderweg diverse tussentalen aandeed: Japans (neem ik aan), Engels en Duits. Nederlands was het eindpunt van de vertaallijn, het kind van de rekening, het kontstation, iedereen uitstappen (aussteigen, to alight, 降りる, 下車). Geen vertaling, geen hertaling, geen herhertaling maar een herherherhertaling, hoor mij eens, ik ga er gewoon van stotteren. Als dit de weg was, zou hij de omweg heten, de via via.

Mogelijk verklaart het serievertalen de vele kromme zinnen die dit boek ontsieren. Over ruis gesproken, het lijkt wel satire. Neem nu het volgende fragment uit de zenwaarschuwingen van Wumen Huikai aan het slot van de Wumenguan: ‘Spontaan en onbeperkt handelen is duivels en ketters. Alleen maar op het innerlijk letten om het te reinigen en in de stilte verdwijnen, is de verkeerde zen van het zwijgend stralen. Wie oorzakelijke samenhang willekeurig negeert, raakt in een diepe valkuil. In absolute helderheid zonder enige duisternis verwijlen betekent een juk met kettingen dragen.’

Het is mede door dit soort Babylonische epigrammen dat zen het imago heeft gekregen van een ondoorgrondelijke oosterse leer – niet om door te komen. Terwijl zen in werkelijkheid alleen zo verschrikkelijk moeilijk lijkt omdat het zo verschrikkelijk makkelijk is. Te dom voor woorden. Behalve voor nitwits natuurlijk. Die kijken er dwars doorheen.

4. Zen zonder masker of mantel

Het motto zengeest, beginnersgeest indachtig heb ik de Wumenguan helemaal gestript van aangroeisels uit het verleden. De commentaren en versjes van Wumen Huikai – weg ermee. De toevoegingen van diverse oude meesters – weg ermee. De teisho’s van latere interpreten, hoe erudiet ook – weg ermee. Alleen de koans zijn gebleven, anders zou het geen koancollectie meer zijn.

Door zo het scherpe zwaard te hanteren, zeg maar gerust de botte bijl, ontstond er een zee van ruimte die ik helemaal heb opgevuld met mijn eigen dwaalteksten, zo’n vijfhonderd stuks, gemiddeld tien per koan, soms meer, soms minder, net wat er kwam.

Het is niet dat ik het beter kan dan Wumen Huikai en kornuiten, wel dat ik een kind van onze tijd ben en niet van de hunne. Een postmoderne tijd maakt een postmoderne benadering mogelijk. Een radicale deconstructie – een ontmaskering en ontmanteling van iedere neiging tot fundamentalisme, essentialisme en idolatrie. Omdat ook volgens de oude meesters scepsis het kloppende hart van zen is. Vragen stellen. Achter de woorden kijken. De twijfel belichamen, dag en nacht. Je niets wijs laten maken, niet door je leraar, niet door jezelf, niet door mij, dit ook niet.

Dwaalteksten zijn een soort koans. Met die intentie heb ik ze tenminste geschreven. Vandaar dat het koangehalte van de Poortloze Poort voor nitwits de honderd procent nadert. Om hem nieuw leven in te blazen, een spirituele wind, goddelijk noch goddeloos: kamikaze. Dood de Boeddha, begin bij jezelf. Of willen we de Aziaten en hun spirituele nazaten eeuwig blijven napraten? Zengeest, imitatiegeest? Ik dacht het niet.

Van origine is chan een rebelse, een anarchistische, een iconoclastische beweging. Een taoïstische bezem door de Indiase metafysica. De eigen toko leeg houden blijkt heel wat lastiger. Als er al iets in de zentraditie gecultiveerd zou moeten worden, wat ik betwijfel, dan is het vrijzinnigheid. Geen orthodoxie, geen heterodoxie; adoxie. En niet alleen als herinnering aan vervlogen tijden, toen het kind zich moest losmaken van zijn ouders.

Weg met de tenenkrommende teisho’s dus, weg met het boeddhologische gebazel, weg met de metafysische mystificaties, weg met de ellenlange exegesen, weg met de blinde bewondering voor de stamhouders en de zegeldragers en hun westerse klonen en epigonen. De beuk erin!

Opnieuw beginnen met vertalen kon ik niet, ik spreek geen middeleeuws Chinees. Mijn vertaling is gebaseerd op een amalgaam van bestaande hertalingen, waaronder ‘Wu Men Guan, The Barrier That Has No Gate’ van Paul Lynch en Seung Sahn (6e editie, 2010); ‘Mumonkan’ van R.H. Blyth (Zen and Zen Classics Volume four, 6e druk 1974); en, jawel, ‘De poortloze poort’ van Yamada Koun (1e druk, 2010). Gelukkig maken de oorspronkelijke koans slechts een klein deel uit van ‘De Poortloze Poort voor nitwits’; de bulk bestaat uit eigen teksten, door mij getaald.

5. De koan als dwaaltekst – de weg terug

Dwaalteksten zijn een soort koans, zei ik in de vorige paragraaf, maar eigenlijk zijn koans een soort dwaalteksten. Herstel, koans zijn koans, en iedereen denkt er het zijne van, ik ook, voor wat het waard is. Wel kun je ze zien als dwaalteksten. Probeer het eens, wat heb je te verliezen. Alles heb je te verliezen, en misschien is dat wel het beste wat je kan overkomen. Denk even mee, je bent hier nu toch.

Onder een dwaaltekst versta ik iedere tekst die getuigt van een radicaal niet-weten, of het nu een enkel woord is, een uitdrukking, spreuk, verhaal, dialoog, correspondentie, column of artikel. In een dwaaltekst raak je de weg kwijt en dat is de weg. Hij stuurt je het bos in en dat is thuiskomen.

Dwaalteksten slaan je met stomheid, waardoor je eventjes of voor langere tijd of voorgoed niet meer weet wat je moet denken of zeggen. Daarom noem ik ze ook weleens tekSsten. De ingebedde Sst verwijst naar de stilte van niet-weten: de figuurlijke stilte van een denken of spreken dat niet meer uit zijn woorden komt. Dat steeds weer aan zijn woorden ontkomt. Daar graag over denkt en spreekt.

Opdat je begrijpt wat dwaalteksten uniek maakt, moet ik even uitleggen hoe ze precies verschillen van normale, dat wil zeggen doelgerichte, verklarende, verhelderende teksten.

Een normale tekst gaat voorwaarts mars van de vraag naar het antwoord, van de paradox naar de logica, van het raadsel naar de oplossing, van het onbekende naar het bekende, van de duisternis naar het licht. We worden er beter van, denken we, boeken progressie, naderen stap voor stap ons doel.

De weg voorwaarts leidt van dubbelzinnigheid naar eenduidigheid, van onwetendheid naar kennis, van het bijzondere naar het algemene, van twijfel naar zekerheid, van premissen naar conclusies, van aanvaarding naar idealisme, van relativisme naar absolutisme, van luchtigheid naar plechtigheid, van spelen naar menen, van agnose naar gnosis.

Een dwaaltekst gaat precies de andere kant op, tegen de stroom in, als een spookrijder. Niet per ongeluk, maar doelbewust: de dood of de gladiolen.

Met een dwaaltekst ga je terug naar af, naar het begin, naar het begin voor het begin, toen je het allemaal nog niet zo verdomd goed wist, toen je het nog helemaal niet wist – niet wie je was, niet wat je was, niet dat je was of niet was, niet dat je ergens was, niet dat je ergens heen moest of ergens weg moest, laat staan dat er een weg te gaan was, weet je nog? Nee? Dat haal je de koekoek, toen dacht je nog niet in dit soort termen. Toen dacht je nog niet in termen. Daarom is het ook geen ‘goeie ouwe tijd’.

Eerst staat de spirituele spookrijder doodsangsten uit. Daarna rijdt hij met steeds meer bravoure tegen de richting in. Gaandeweg dringt de vraag zich op: wie is hier eigenlijk de spookrijder? Waar moet iedereen zo nodig naartoe? Hoe is het in Boeddha’s naam mogelijk dat tegenliggers dwars door me heen rijden zonder me te raken?

De weg naar niet-weten is de weg van de twijfel. De weg van de twijfel is de weg terug. Van het antwoord naar de vraag, van de logica naar de paradox, van de oplossing naar het raadsel, van het bekende naar het onbekende, van het licht naar de duisternis.

De weg terug leidt van eenduidigheid naar dubbelzinnigheid, van kennis naar onwetendheid, van het algemene naar het bijzondere, van zekerheid naar twijfel, van conclusies naar premissen, van idealisme naar aanvaarding, van absolutisme naar relativisme, van plechtigheid naar luchtigheid, van menen naar spelen, van gnosis naar agnose – en daar nog weer voorbij.

De weg terug gaat van aannemen naar onderzoeken, van spreken naar luisteren, van beweren naar voorleggen, van ja dan nee naar tja of tjee. Niet omdat het zo hoort volgens een of ander denksysteem vol hardgebakken waarheden en waarden, maar omdat het vanzelf gebeurt wanneer een dergelijk systeem onder zijn eigen gewicht instort. De hokjesgeest met pleinvrees wordt een pleingeest zonder hokjesvrees.

De weg naar niet-weten is de weg van de twijfel, zei ik net, en de weg van de twijfel is de weg terug. Ik had moeten zeggen: was er een weg naar niet-weten dan was het een terugweg. Was een dwaaltekst een voertuig, dan reed het achteruit, zowel in de ruimte als in de tijd, naar waar geen weg is om te gaan en geen tijd om te benutten, hoogstens om te verdrijven. Terug naar de niettijd toen je nog nietwist en nietdeed, toen je bij wijze van spreken alleen kon brabbelen. Zoals ik nu ook zit te brabbelen, zij het met woorden. Die ongewild een sluier van wijsheid hangen over het niet-weten dat zich daar allang van heeft ontdaan.

Een dwaaltekst is een demonstratie van niet-weten. Een koan is een bijzonder soort dwaaltekst, namelijk een overgeleverde raadseltekst over een (zen)boeddhistisch onderwerp.

Een goede dwaaltekst, een goede koan, snijdt iedere denkweg af, deze ook. Hij laat geen ruimte voor hardgebakken onderscheidingen, onuitgesproken aannames, fundamentalistische totaalverklaringen en andere fratsen en strapatsen van het verstand. Geestelijk kun je dan eventjes geen kant meer op en dat is waar je heen moet. Ik bedoel, dat is waar je bent. Dat is waar je altijd geweest bent, nitwit, of je het wilt weten of niet.

Geloof je dat?

6. Het leven als koan – de wegdenkweg

Wat is het leven waarvoor dwaalteksten en koans symbool staan? Een raadsel. Een vraag. Een wonder. Een mysterie.

Wat voor raadsel? Een raadsel dat je niet kunt oplossen. Wat voor vraag? Een vraag die je niet kunt beantwoorden. Wat voor wonder? Een wonder dat je niet kunt verklaren. Wat voor mysterie? Een mysterie dat je niet kunt ontsluieren.

Als het leven inderdaad een koan is en een koan een onoplosbaar raadsel, dan zul je er nooit uitkomen. Is het leven werkelijk een onbeantwoordbare vraag, een onverklaarbaar wonder, een niet te ontsluieren mysterie, dan zijn al je inspanningen vergeefs.

Maar is het dat wel? Het leven een onoplosbaar raadsel noemen, is dat geen oplossing? Het leven een onbeantwoordbare vraag noemen, is dat geen antwoord? Het leven een onverklaarbaar wonder noemen, is dat geen verklaring? Het leven een niet te ontsluieren mysterie noemen, is dat niet het mysterie ontsluierd?

Hoe weet je dat het leven onverklaarbaar is? In de loop der eeuwen zijn er duizenden en nog eens duizenden theorieën bedacht, waarvan ieder mens er in zijn leven hoogstens enkele tientallen grondig kan bestuderen en slechts enkele in praktijk kan brengen. Alleen al het boeddhistische pad vergt volgens de reïncarnatieleer vele levens.

Nooit zul je persoonlijk iedere leer kunnen onderzoeken. Je moet je dus wel op anderen verlaten. Maar op wie? Mensen die een leer omarmen zijn per definitie partijdig, mensen die die leer afwijzen of negeren net zo goed. Bovendien lopen er inmiddels miljarden mensen rond die er allemaal het hunne van denken, waarvan je er hooguit enkele honderden kunt raadplegen, laat staan de honderd miljard overledenen, de nog ongeborenen, de eventuele non-mensen elders in het heelal.

Wat nu? Moeten we misschien een Intergalactische Waarheidsconferentie* organiseren waarop alle wezens van alle tijden en plaatsen hun zegje kunnen doen en waarop je dankzij ondenkbare technologie in een eindige tijd oneindig veel zegjes kunt aanhoren en oneindig veel workshops en retraites kunt volgen?

* Zie ‘De Intergalactische Waarheidsconferentie’ in ‘Spiritualiteit voor nitwits’, deel 10 van de Agnosereeks.

Succes ermee. Zelf heb ik in een halve eeuw niet kunnen vaststellen welke leer de juiste is, als ze al niet allemaal op hun eigen manier juist zijn, of onjuist, of juist en onjuist, of juist noch onjuist. De kans dat ik er nog achter kom is nihil; ik studeer en praktiseer niet meer. Daar heb ik vrede mee, grote vrede. Door niet te claimen dat het oplosbaar of onoplosbaar is, hou ik alle mogelijkheden open en wordt het raadsel van het leven des te groter.

Ja, dat komt er dichtbij, aangenomen dat het leven inderdaad een raadsel is, een vraag, een wonder, een mysterie. Maar is het dat wel, en is daarmee alles wat er over het leven te zeggen valt gezegd? In mijn oren klinkt het nogal eenzijdig. Net zo eenzijdig als alle universele uitspraken over het leven en over wat ook, inclusief deze.

7. Zeg ‘heks’ en de jacht begint

Leven is lijden, zegt de Boeddha – de eerste van de vier zogenaamde edele waarheden. Is dat zo, en is dat alles wat er over het leven te zeggen valt?

Leven is overleven, zegt Charles Darwin. Is dat zo, en is dat alles wat er over het leven te zeggen valt?

Het leven wil geleefd worden, niet begrepen, zegt Osho. Is dat zo, en is dat alles wat er over het leven te zeggen valt?

Het leven is een illusie in Bewustzijn, zegt de non-dualist. Is dat zo, en is dat alles wat er over het leven te zeggen valt?

Het leven is een geschenk van God, zegt de christen. Is dat zo, en is dat alles wat er over het leven te zeggen valt?

Het leven is God, zegt de mysticus. Is dat zo, en is dat alles wat er over het leven te zeggen valt?

Zou het allemáál waar kunnen zijn? Of niets ervan? Is iets misschien alleen waar voor degene die dat denkt voor de duur van zijn gedachte? Kunnen gedachten eigenlijk wel waar zijn of is dat ook maar een gedachte, of is dit ook maar een gedachte?

Wat als we alle gedachten over het leven even wegdenken? Dan houdt het in één klap op een raadsel te zijn of een niet-raadsel of wat ook. Dan is het leven gewoon, eh… het leven.

Door niet te claimen dat het leven dit of dat is, liefde of mededogen, een opdracht of een uitdaging, genieten, leren, bewustwording, groei, voortplanting, toeval, een hel, een gekkenhuis, een test, een kosmische grap, een voorbereiding op het hiernamaals of weet ik veel, houden we alle mogelijkheden open en wordt het raadsel van het leven des te groter.

Het leven is het leven – dat komt er dichtbij, al blijft het een gedachte. Een bijna inhoudsloze gedachte, dat wel. Een tautologie, per definitie waar. Wat zeg je dan nog, zeg je dan nog wat?

Wat als we de loze gedachte dat het leven het leven is, ook wegdenken? Dan heb je geen leus meer, dan heb je een woord: het leven. Dan stel je niets meer, dan benoem je. ‘Het leven’ is een label. Minder kun je niet zeggen zonder niets te zeggen, toch?

Toch niet. Een label wekt de suggestie van een onderliggende entiteit, daarom heet het een label. Zeg ‘sint’ en alle kinderen maken verlanglijstjes. Zeg ‘god’ en de offertafels rijzen uit de grond. Zeg ‘duivel’ en de exorcisten staan in de rij. Zeg ‘heks’ en de jacht begint. Zeg ‘Untermensch’ en er komen concentratiekampen en massagraven.

8. Zeg ‘graal’ en de queeste begint

Een naamkaartje is gauw gemaakt, of het ergens op slaat is vers twee. Volgens realisten en idealisten zoals Plato correspondeert ieder label met iets reëels, volgens nominalisten en boeddhisten zoals Nagarjuna zijn alle labels loze namen zonder tegenhanger in de werkelijkheid.

Wat filosofen en gelovigen er ook van vinden, labels worden nog altijd volop gebruikt, meer dan ooit, ook door henzelf. Hoor ze toch eens tekeer gaan over het leven, de mens, de ziel, het ego, het zelf, de waarheid, universeel bewustzijn, het zijn, het subject, het object, het al, het niets, eenheid, veelheid, dualiteit, non-dualiteit, toeval, noodzaak, het relatieve, het absolute, samsara, nirwana, hel, hemel, paradijs, boeddhanatuur, karma, reïncarnatie, onthechting, verlichting – de etiketten kruipen in je oren, kleven aan je geest, klonteren op je tong, maar of ze ook ergens voor staan, of ze wel ergens op slaan?

Is er echt zoiets als ‘het leven’, een entiteit met allerlei eigenschappen die we kunnen ontdekken, onderzoeken en benoemen? Of is het slechts een naam voor een idee, een denkbeeld, een virtuele werkelijkheid, een schijngestalte, een afgod, een non-entiteit? Is ‘het leven’ wel meer dan een katalysator die het denken aanjaagt zonder er zelf iets aan bij te dragen?

Wat als we ook het label nog wegdenken? Door niet te claimen dat er zoiets is als ‘het leven’ of dat er niet zoiets is, laten we alle mogelijkheden open en wordt het raadsel des te groter.

Dat komt er dichtbij. We zeggen nu niet meer dat het leven een oplosbaar of onoplosbaar raadsel is, we zeggen niet meer dat het leven een raadsel of iets anders is, we zeggen niet meer dat het leven is of niet is. We beweren zelfs niet meer dat het raadsel van het leven daardoor des te groter wordt; dat veronderstelt namelijk dat ‘het leven’ bestaat, dat het meer is dan een denkbeeld, dat het meer of minder wordt als we er zus of juist zo over praten. Nee, we zeggen niets meer, en ook daar houden we mee op.

Zo denken we onze gedachten stuk voor stuk stuk, of wie of wat het ook is dat onze gedachten stuk denkt, aangenomen dat het onze gedachten zijn, aangenomen dat het gedachten zijn, aangenomen dat er gedachten zijn die elkaar opvolgen, aangenomen dat ze door iets of iemand gedacht worden en stuk kunnen gaan.

Is wegdenken de weg? Dat komt er dichtbij, al blijft het een gedachte. En komen we eigenlijk wel dichtbij met al die weggedachte gedachten? Dichter bij wat? Is het onze missie, ons lot, om de rest van ons leven onze gedachten weg te denken? Zijn wij op aarde om onze gedachten te leren doorzien, deze ook?

Wat als we in plaats daarvan ook het wegdenken wegdenken? Wat blijft er dan nog over? Wat valt er dan nog weg? Is er dan nog een weg? Is er dan nog iets waar je dichterbij kunt komen? Is er dan nog iets dat dichterbij kan komen? Is een eventuele toenadering van deze twee vermeende grootheden dan nog te verkiezen boven een verwijdering of de status quo?

Wanneer we zelfs het wegdenken wegdenken, loopt het denken in zichzelf dood. Dan brandt het door. Dan valt er een stilte, hoe kort ook. Een oppervlakkige stilte waarin je het even niet meer weet, of een diepe stilte waarin je zelfs niet meer weet of je het niet meer weet.

Geen doodse stilte, kan ik je vertellen, een levende. Geen letterlijke stilte, een figuurlijke – de stilte van niet-weten. Een cumulatieve stilte die mettertijd steeds sterker doorklinkt in de gedachten die er onvermijdelijk op volgen, erdoor opgepikt, verlengd en versterkt wordt, erin resoneert, rondzingt als in een gong of een klankschaal. Een virtuele stilte waar geen eind aan komt, al is de herrie nog zo groot. Een ontspannen(de) stilte, een zachte stilte, een zalige stilte, laten we haar agnose noemen.

Alles wegdenken, zelfs het wegdenken – daarover gaat niet-weten. Daarover gaan dwaalteksten. Daarover gaan koans. Daarover gaat de Poortloze Poort voor nitwits. Daarover gaat zen: het zwarte gat in het weten waaruit niets kan ontsnappen. Het oog in de orkaan.

O ja, is dát waar koans, de Poortloze Poort en zen over gaan? Of is dit gewoon de volgende beperkte en beperkende gedachte, de volgende generalisatie, de volgende oplossing, het volgende antwoord, de volgende karikatuur, de volgende gevangenis, de volgende doodlopende weg – de volgende heilige graal?

Willen we hier werkelijk in een paar simpele zinnen voor iedereen voor eens en voor altijd vastleggen waar zen over gaat? Nee toch. We weten allemaal waar dat toe leidt. Zeg ‘graal’ en de queeste begint.

De graal doorzien, dat is de queeste. Of is dat opnieuw een graal?

De queeste beëindigen, dat is de graal. Of is dat de volgende queeste?

Wat als we deze gedachten ook nog dooddenken?

9. Zen op z’n slechtst: onderdanigheid en ritualisme

De Wumenguan is een hoogtepunt van de zenliteratuur en een omslagpunt in de zengeschiedenis. Daarmee zeg ik niets nieuws. Volgens Suzuki en Blyth was de Poortloze Poort tegelijk de neerslag van en de nekslag voor het oorspronkelijk zo creatieve Chinese chanboeddhisme.*

* Zie Daisetz T. Suzuki op pagina IX van het voorwoord van ‘Zen and Zen Classics Volume Four: Mumonkan’ (R.H. Blyth, Hokuseido Press 1966), en R.H. Blyth zelf in zijn naschrift op pagina 326.

Daarna zou het chanboeddhisme in rap tempo degenereren tot, ik parafraseer, een steriele zenpraktijk van terugblikken en nadoen, van standaard koancollecties en voorgebakken antwoordboeken, van rituelen, formules en stokpaardjes, van voorouderverering, hielenlikkerij, zitternij en dikdoenerij die nu al een millennium standhoudt. En die inmiddels met alles erop en eraan naar het westen is geëxporteerd.

Terwijl chan vooral over leegte gaat, lijkt het in zen vooral om de vorm te draaien. Niet alleen in het klooster, ook in de stads- en plattelandssangha’s van oost en west. Zo is de zendo strak ingericht, liggen de kussentjes precies even ver uit elkaar en precies haaks op de wanden. De kleding staat vast, het kapsel staat vast, de leefregels staan vast, de begroetingsrituelen staan vast, wie wat wanneer mag en moet zeggen staat vast, wanneer je slaapt, waar je slaapt, hoe je slaapt.

Het menu wordt voor je bepaald en de gerechten worden genuttigd op de bestemde plaats op de geëigende wijze in de juiste volgorde in het juiste tempo en met volledige aandacht. De meditatiehouding is voorgeschreven, de meditatiemethode, het meditatieobject, de meditatieduur. Om kort te gaan, de meester heerst over de leerling, die hij strenge regels oplegt. De leerling heerst over zijn lichaam en geest, die hij aan een ijzeren discipline onderwerpt.

Waar dat obsessieve en dwangmatige vandaan komt weet ik niet. Van de landen die ik in mijn leven heb bezocht is er niet één zo gepreoccupeerd met vorm en leegte als Japan. Denk aan de ingewikkelde etiquette, de keurige wachtrijen, de voorbeeldige beambten. Denk aan de tempels, aan de zentuinen, aan nogaku, bonsai, ikebana, origami, kalligrafie, sushi, furoshiki (inpakkunst), de theeceremonie, de KonMarimethode (de kunst van het opruimen).

Prachtig om te zien als je van orde en netheid houdt, mij doet het onwillekeurig aan krijgstucht en fascisme denken, kadaverdiscipline. Ik herhaal, zen op zijn slechtst is een beklemmende middeleeuwse gehoorzaamheidscultus. Een verstikkende traditie die mensen monddood maakt in plaats van mondig, geestdood in plaats van geestig, gevoelsdood in plaats van gevoelig, wederdood in plaats van wedergeboren, schijndood in plaats van springlevend. Spiritualiteit gereduceerd tot ritualisme – dat is de verkeerde zen van het zwijgend malen.

10. Zen op z’n best: een innerlijke revolutie

Inderdaad, zen bekritiseren gaat me goed af, maar waarom zouden we ons druk maken over de traditie als het in onszelf is, en alleen in onszelf, waar zen ofwel een dode letter blijft ofwel oplaait tot een vuurzee die al onze denkbeelden verteert, oud en nieuw, ook over zen, ook deze?

De Wumenguan gaat over de ‘kennis zonder leraar’, de ‘wijsheid zonder wijsheid’, de ‘wijsheid voorbij alle wijsheid’ zoals het in de Hartsoetra heet. Efemere eufemismen van zalvende zenpriesters; je zult eens toegeven dat je met lege handen staat. Zelf spreek ik liever van weetnietzen – de binnenbrand die je hart ontdooit en verzacht en je geest uitruimt en verlicht zonder er iets voor in de plaats te stellen. Want de poortloze poort laat niets door, voertuigen noch denkbeelden, niet één.

Het grote voertuig (mahayana) is te groot. Het kleine voertuig (hinayana) is te klein. Het vlot van de dharma steekt te diep. Stokpaardjes struikelen over hun eigen benen. Gevleugelde woorden smelten als was. Zelfbeelden, mensbeelden, godsbeelden, boeddhabeelden, heiligenbeelden, tijdsbeelden, wereldbeelden, ideaalbeelden, vrijheidsbeelden – alles gaat eraan.

Niets kun je meenemen naar gene zijde, ook niet het idee van gene zijde, ook niet het idee van weetnietzen, ook niet het idee van een poortloze poort, niet dat van de vinger, niet dat van de maan. De poort is het oog van de orkaan. Geen oog dat alles ziet, dat bestaat niet, of ik ben er blind voor. Wel het oog dat alles doorziet, subiet, ook het oog dat alles doorziet. Een denkbeeldige stilte in een denkbeeldige denkbeeldenstorm. Het gat van agnose.

Boven de poort naar de Hel van Dante staat geschreven: ‘Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreden.’ Wie door de poortloze poort gaat laat alle hoop varen, en alle wanhoop, voor zover die tenminste met zijn denkbeelden te maken heeft. Van binnentreden is echter geen sprake. Je gaat de hel uit, niet in. De hel van je gedachten. De helse gedachten waarin je heilig gelooft. Ook de hemel ga je niet in maar uit. De hemel van je gedachten. De hemelse gedachten waarin je heilig gelooft.

Een woord een woord, hetzelfde oord. Samsara en nirwana, nachtmerries en dagdromen – laat varen alle gedachten, gij die hier uittreden, ook deze. Of zullen we het vertreden noemen, van de geest die een spelletje speelt met zichzelf, zijn eigen gedachten najagend als een derwisj zijn hand, een hond zijn staart, een molen zijn wieken, alle gedachten vermalend?

Naakt word je geboren, naakt word je herboren. Opnieuw met je billen bloot, ditmaal voorgoed – de wijze draagt geen kleren. Pardon, niet voorgoed, in niet-weten bestaat geen voorgoed. Nú weet je het niet, hoe het straks is, of er een straks is, moet nog blijken.

Vrijheid is geen bezit. Stop haar in een kooi en je bent gekooid. Verhef haar tot een idee en je hebt een idee-fixe. Wie toch een vrijheidsbeeld opricht om te verafgoden, gaat meteen naar de gevangenis. Als heilloze drie-eenheid: bouwer, bajesklant en bewaarder ineen. Een gevangenis van eigen makelij, met als enige uitgang, hoe kan het ook anders, de poortloze poort. Nee, er is nog steeds geen toverwoord en niemand heeft de sleutel. Dan zit je, zo heet dat in bajestaal, of sta je daar als een zoutpilaar, dromend dat de poort vanzelf open gaat. Haha, kun je lang wachten, levens lang, wat een Lot. Lot een wat, kijk liever om, draai alles terug tot je van voren niet meer weet waar van achteren zit.

Zen op z’n best is geen wachtkamer. Geen donkere nacht van de ziel. Geen uiterlijke revolutie die de wereld afstemt op jouw ideeën. Zen op z’n best is een innerlijke revolutie die alles op zijn kop zet en al je ideeën verwoest, zonder uitzondering.

Zen op z’n best en zen op z’n slechtst, gevangenschap en vrijheid, uiterlijke revolutie en innerlijke revolutie, waarheid en leugen, juist en onjuist, goed en slecht, geluk en ongeluk, vreugde en verdriet, hemel en aarde, leven en dood, weg en doel, samsara en nirwana, vorm en leegte, veelheid en eenheid, lichaam en geest, jij en ik, subject en object, hoog en laag, hier en daar – geen enkel idee blijft overeind, dit idee ook niet.

Binnensteboven, onderstebuiten, laat je dwaze geest maar muiten. Geen woord meer en geen woordloos woord, de orde is voorgoed verstoord, naar wijsheid kun je fluiten. Ga op je mond zitten, geef je kont de vrije teugel, zitzak, beweging maakt stil.

Ik ben benieuwd of de achtenveertig oude koans van De Poortloze Poort en de vierhonderdtachtig nieuwe koans waartoe ze mij inspireerden, jou ook in vuur en vlam zetten. Met af en toe een vonkje of een lachje zou ik ook al blij zijn.

11. Mislukking is de Weg – ik wens je alle pech

Wumen eindigt de Wumenguan met een tiental waarschuwingen aan het adres van de zenleerling, waarvan er drie of vier de vorm van een dilemma hebben. Mij lijkt het beter om met de waarschuwingen te beginnen en ze allemáál in de vorm van een tegenspraak te gieten. Paradoxen zijn per slot van rekening spirituele superfoods, krachtvoer voor een holle geest, opmaat voor een weetnietfeest zonder weerga.

Hieronder elf di- en trilemma’s losjes gebaseerd op de vingerwijzingen van Wumen. Laten we ze koans noemen. Samen vormen ze een resumé van de Poortloze Poort en een test waarvoor je zakt door hem af te leggen. Les één van het zenmeesterschap: wie wijst verspeelt zijn vinger. Les twee: De meesters zullen de leerlingen zijn.

1. De voorschriften negeren is de kat op het spek binden, de voorschriften volgen is jezelf vastbinden zonder touw. Wat nu?

2. Rondrennen is voor strebers, doodzitten voor zombies. Wat nu?

3. Je eigen ideeën najagen leidt tot egocentrisme, de geschriften bestuderen leidt tot traditionalisme. Wat nu?

4. Wie de geest negeert wordt erdoor overgenomen, wie de wereld negeert gaat eraan ten gronde. Wat nu?

5. Onoplettendheid is onkunde, oplettendheid een kunstje. Wat nu?

6. Jezelf iets wijs laten maken is dwaas, jezelf niets wijs laten maken ondoenlijk. Wat nu?

7. Oordelen over goed en kwaad is pendelen tussen hemel en hel, niet-oordelen is branden in het vagevuur. Wat nu?

8. Iedere visie op de Boeddha en de dharma beperkt het zicht, zonder visie ben je stekeblind. Wat nu?

9. De Boeddha en de dharma buiten jezelf zoeken is water in de woestijn vragen, de Boeddha en de dharma in jezelf zoeken is water naar de zee dragen. Wat nu?

10. Verlichting nastreven door gedachten te ontwikkelen is duivelswerk, je gedachten bij de wortel afhakken monnikenwerk, je gedachten laten woekeren gekkenwerk. Wat nu?

11. Vooruitgang boeken op het spirituele pad is een illusie, terugkeren naar de bron een droom, blijven waar je bent een nachtmerrie. Wat nu?

Dit waren elf koans voor zenbeoefenaars. Elf is het zottengetal, dwaasheid is de Weg. Vandaar wellicht dat Wumen zijn Eigen Weg afsloot voor alle verkeer met de aloude aansporing aan de zenbeoefenaar om vooral goed zijn best te doen: ‘Geef je laatste krachten om nog in dit leven de volkomen verlichting te bereiken!’ Als tegenwicht voor deze dubbele ontsporing twee extra koans:

12. Wie niet zijn best doet zal verdrinken in de oceaan van leven en dood, wie goed zijn best doet zal de boot missen. Wat nu?

13. Zolang je twijfelt aan de volkomen verlichting zul je voortmodderen op de ingeslagen weg, zolang je erin gelooft zul je een modderfiguur slaan. Wat nu?

Dit waren ze dan, elf plus twee is dertien dilemma’s voor zenboeddhisten. Dertien is het ongeluksgetal, mislukking is de Weg. Wie tot en door het gaatje gaat kent het geluk niet meer van het ongeluk. Tot het zover is, wens ik je alle pech.

Index | koan 1

Omslag van de Agnosereeks, een serie boeken over niet-weten.Deze tekst maakt deel uit van de serie De Poortloze Poort voor nitwits, deel 2 van de Agnosereeks. Woord: Hans van Dam. Beeld: Lucienne van Dam. Alle teksten van deze serie in het Boeddhistisch Dagblad. Alle series van Hans in het Boeddhistisch Dagblad. De Poortloze Poort voor nitwits op NietWeten.nl.

Categorie: Hans van Dam, Pakhuis van Verlangen Tags: De Poortloze Poort voor nitwits, Hans van Dam, niet-weten, Wumenguan, zen

Lees ook:

  1. De Poortloze Poort (Wumenguan) op zondag
  2. Wat is de Poortloze Poort en wie is Wumen Huikai?
  3. De koan als dwaaltekst – de weg terug
  4. Zen is een vrij woord – Idioticon van de Poortloze Poort

Elke dag het BD in je mailbox?

Elke dag sturen we je een overzicht van de nieuwste berichten op het Boeddhistisch Dagblad. Gratis.

Wanneer wil je het overzicht ontvangen?

Primaire Sidebar

Door:

Hans van Dam

Hans van Dam is de auteur van de Agnosereeks, een serie van 13 boeken over niet-weten. Lees ze gratis op NietWeten.nl of in het BD. Paperbacks. Contact. 
Alle artikelen »

Agenda

  • Agenda
  • Geef je activiteit door

Ochtend- of avondeditie

Ochtend- of avondeditie ontvangen

Abonneer je

Elke dag gratis een overzicht van de berichten op het Boeddhistisch Dagblad in je mailbox.
Inschrijven »

Agenda

  • 23 maart 2026
    200-uurs Hatha Yoga Docentenopleiding in Nederland
  • 28 maart 2026
    Plum Village Monastic Tour 2026
  • 3 april 2026
    Transforming Our Demons
  • 4 april 2026
    Heart Dhamma 2-day non-residential retreat
  • 11 april 2026
    Workshop Kum Nye - Het open veld betreden
  • 11 april 2026
    Workshop Skillful Means - Van stress naar voldoening -
  • 11 april 2026
    Themamiddag: Zorg en zorgen voor elkaar
  • 15 april 2026
    ACTIVITEITEN Stichting Bodhisattva
  • bekijk de agenda
  • De werkplaats

    De werkplaats.

    Boeddhistische kunstenaars

    Artikelen en beschrijvingen van en over het werk van boeddhistische kunstenaars. Lezers/kunstenaars kunnen zich ook aanmelden met hun eigen werk.
    lees meer »

    Pakhuis van Verlangen

    In het Boeddhistisch pakhuis van verlangen blijven sommige teksten nog een tijdje op de leestafel liggen.

    De Poortloze Poort voor nitwits: inleiding

    Hans van Dam - 5 april 2026

    Inleiding tot de serie 'De Poortloze Poort voor nitwits' van Hans van Dam, tweede, herziene editie.

    BUN-voorzitter Michael Ritman: ‘de waarheid van de dharma kan niet aangetast worden door wangedrag van een leraar’

    Nicole Mulders - 14 november 2025

    Eind november 2025 neemt Michael Ritman afscheid als voorzitter van de Boeddhistische Unie Nederland (BUN). In maart 2020 interviewde Nicole Mulders hem voor het Boeddhistisch Dagblad. De boeddhistische wereld verkeerde geruime tijd voor dat interview in zwaar weer door seksueel- en machtsmisbruik door boeddhistische leraren. Het aantal leden van de BUN is van 37 naar ruim 50 gegroeid, onder meer door de aansluiting van Aziatische boeddhistische tempels waar Ritman het contact mee aanging.

    Van wie is jouw lijf? De mythe van het eigen lichaam

    Hans van Dam - 24 september 2025

    Hoe je van je lichaam afkomt zonder het te doden; incarnatie in het licht van afhankelijk bestaan (pratitya samutpada).

    Ardan, van zenleraar tot brugwachter – ‘Je opent de brug en je sluit ‘m weer. Bijna zen.’

    Ardan - 9 augustus 2025

    'Ik wil mezelf niet opzadelen met titels. En bovendien zei me de titel 'zenleraar' niet zoveel. Was ik nu anders geworden? Kon ik nu beter mensen begeleiden dan daarvoor? Het klopte voor mij niet. Datgene wat mij het meest gebracht had, namelijk die vrije vrouw/man zonder titel liep nu met een titel rond. En dat beviel me niks.'

    ‘Het leven zelf is zazen’

    Wim Schrever - 28 april 2025

    De grote tragedie hier in het Westen is dat we onze eigen spirituele traditie zo snel hebben opgegeven en met het badwater -de religie- ook het kind -de spiritualiteit- hebben weggegooid. Terwijl een mens fundamenteel nood heeft aan spiritualiteit, aan zingeving.

    Meer onder 'pakhuis van verlangen'

    Footer

    Boeddhistisch Dagblad

    over ons

    Recente berichten

    • Bodai – ademhaling
    • De Poortloze Poort voor nitwits: inleiding
    • Sodis – de virtuele denkster 574
    • Tweede Kamer – extra middelen voor UNRWA
    • Het BD en leegte en doorgaan, altijd maar weer doorgaan

    Reageren

    We vinden het geweldig om reacties op berichten te krijgen en op die manier in contact te komen met lezers, maar wat staan we wel en niet toe op de site?

    Over het BD

    Het Boeddhistisch Dagblad is een onafhankelijk journalistiek webmagazine over boeddhistische thema’s en inzichten.
    Lees ons colofon.

    Zie ook

    • Contact
    • Over ons
    • Columns
    • Reageren op de krantensite

    Het Boeddhistisch Dagblad is een onafhankelijk journalistiek webmagazine over boeddhistische thema’s en inzichten. Lees ons colofon.