De innerlijke tegenspraak van algemene regels.
‘Je moet je nooit verzetten tegen wat er is, Hans.’
‘En als er verzet is?’
‘Dan… eh… hè?’
‘Of je je nu verzet tegen je verzet of tegen iets anders, het blijft verzet.’
‘Dan zeg ik, je moet je nooit verzetten tegen wat er is, dus ook niet tegen je verzet.’
‘En als er verzet is tegen je verzet?’
‘Dan… eh… hè?’
‘Of je je nu verzet tegen je verzet tegen je verzet of tegen iets anders, het blijft verzet.’


