Deel 4 van 4 over de mystiek van alledag.

 

O, dat is, dat is…
geen woord meer… de bloeiende
Yoshinobergen!

(Teishitsu in Haiku, Een jonge maan, J. van Tooren, 1983, p117)

 

Vera: Wat zijn nou precies jouw mystieke ervaringen? Of wat maakt jouw ervaringen precies mystiek?

Hans: Ik heb geen mystieke ervaringen.
Ik heb ook geen gewone ervaringen.
Al mijn ervaringen zijn gewoon wonderlijk.
Al mijn ervaringen zijn wonderlijk gewoon.
Ze zijn doordrenkt van niet-weten, dat is alles.

 

Hoe wonderlijk!
Hoe wonderlijk!
Hoe wonderlijk
gewoon!

’t Gewone wordt
een wonder en
het wonder weer
gewoon!

’t Gewone wordt
een wonder en
het wonder weer
gewoon!

’t Gewone wordt
een wonder en
het wonder weer
gewoon!

Hoe wonderlijk!
Hoe wonderlijk!
Hoe wonderlijk
gewoon!

 

Hoe wonderlijk, hoe wonderlijk, hoe wonderlijk gewoon

 

Het is dus niet zo dat ik ooit, jaren of decennia geleden, een diepe ervaring heb gehad waar ik nog steeds op teer.
Het is niet zo dat ik af en toe diepe ervaringen heb op een meditatiekussen of in een kerkbank of in de natuur die mij obsederen en van waaruit ik probeer te leven.
Het is niet zo dat ik uren per dag ‘in eenheid verblijf’, zoals een fanatieke meditator uit Vlaanderen mij ooit verzekerde – en er dan gvd toch steeds weer uitval.
Ik val nergens in of uit, niet dat ik weet.
Jij?

Vera: En God dan?

Hans: God is mij een raadsel.
Jij bent mij een raadsel.
Ik ben mij een raadsel.
Het zelf is mij een raadsel.
Alles is mij een raadsel.

Zijn God, jij, ikzelf, het zelf en alles hetzelfde raadsel of verschillende raadsels?
Is alles raadselachtig of ben ik het die alles raadselachtig maakt?
Is er wel een raadsel?
Is er wel een alles?
Is er wel een mij?
Is er wel een jij?
Is er wel een zelf?
Is er wel een God?

Voor mij is het één groot mysterie.

Vera: Kan iemand die zich afvraagt of er wel een God is wel een mysticus zijn?

Hans: Ik heb geen rechtstreekse ervaringen van God zelf.
Ik ben dus beslist geen mysticus.
In ieder geval behoor ik niet tot de mystici die al weten wat het onbegrijpelijke is dat ze ervaren en die al weten hoe ze het moeten benoemen, benaderen en bejegenen.

Tijdens mijn doorlopende ervaringen van de onbekendheid van het bekende heeft het onbekende nooit ofte nimmer zijn of haar identiteit prijsgegeven.
Ik ken het niet, zelfs niet als het onbekende of het onbepaalde of het ondoorgrondelijke of het geheimzinnige of het mysterie of het verborgene of het mystieke of het wezenloze of het identiteitsloze, laat staan als god of duivel of geest of zelf of principe of iets of niets of kwaliteit of natuur of aspect of illusie of idee of wat dan ook.
Ik ken het niet en ik weet niet of er wat te kennen valt, ook niet dat er niets te kennen valt.

Mij is niets geopenbaard, of dat moest de openbaring zijn.
Mystieker kan niet, in de oorspronkelijke zin van het woord.
Ik ben dus beslist een mysticus.

Vera: Mag ik aannemen dat die diep doorleefde ervaring van het ongewone van het gewone de grondslag is van jouw bestaansmystiek, zoals de diep doorleefde ervaring van het numineuze de grondslag is van de godsmystiek?

Hans: Aannemen is voor aannemers.
Daar komen alleen maar gebouwen van.
Niet-weten heeft geen grondslag.
Niet-weten is een kaakslag.
Een bijlslag, een zweepslag, een aanslag, een inslag, een nekslag, een donderslag bij wijze van hemel.

Doodslag, kaalslag, hagelslag, wat het ook is, in ieder geval geen filosofie of anti-filosofie, geen leer en geen anti-leer.
Wat valt er dan te funderen?
Niet-weten betekent alleen maar dat je het allemaal niet meer weet en allemaal niet meer hoeft te weten.
Bij wijze van spreken natuurlijk, zoals alles wat ik zeg, want letterlijk genomen is het lulliaanse kul.
Dit ook.

Vera: Maar bestaansmystieke ervaringen zijn toch een bevestiging van niet-weten, zoals godsmystieke ervaringen een bevestiging zijn van het bestaan van God of Atman of het Zelf?

Hans: Wat valt er in Nescio’s naam te bevestigen aan niet weten?
Ik wil best toegeven dat mijn chronische bevreemding congruent is met niet-weten.
Maar mijn bevreemding heeft het een halve eeuw uitgezongen zonder niet-weten, en niet-weten beroept zich nooit ofte nimmer op mijn bevreemding of op wat dan ook.

Vera: Is er dan geen enkel verband?

Hans: Laat ik het zo zeggen: mijn bevreemding, die niets bewijst of bevestigt, heeft uiteindelijk, zeer tegen mijn zin, beslag gekregen in een radicaal niet-weten, dat niets beweert of ontkent.
Duizendmaal liever had ik mijn verbijstering verbrijzeld op een van de monolithische waarheden, waarden, werkelijkheden, wijsheden waarin de geest grossiert.
Joost weet hoe hard ik ernaar heb gezocht.

Een rots in de branding wou ik vinden.
Een rots in de branding wou ik scheppen.
Een rots in de branding wou ik worden.
Een drenkeling is wat ik werd.
Een drenkeling zonder vlot of gebod.
Drijvend in de zee van niet-weten –

Een île flottant
De zee een hand

 

De zee een hand

 

Ben ik daar nou al die tijd zo bang voor geweest?

Vera: Nog één vraagje. Geloof jij in mirakels zoals de wonderen van Jezus en de zes bovennatuurlijke krachten van boeddha’s? Op het water lopen, broodvermenigvuldiging, levitatie, telepathie?

Hans: Nou en of.
Jezus op het water is misschien maar een verhaal, misschien een historisch feit.
Als feit zou het een wonder zijn, maar als verhaal net zo goed.
En wat te denken van jezelf in het water, water in jezelf, water, jezelf, mensen, mieren, meren, rivieren, oceanen, wolken, regen, sneeuw, hagel?

Vijfduizend mensen voeden met vijf broden is misschien maar een verhaal, misschien een feit.
Als feit zou het een wonder zijn, maar als verhaal net zo goed.
En wat te denken van vijfduizend mensen, vijf broden, deeg, het kneden van het deeg, knedende handen, meel, maalstenen, dorsvlegels, sikkels, ijzer, erts, bomen, hout, graan, grond, zon?

Levitatie is misschien maar een verhaal, misschien een feit.
Als feit zou het een wonder zijn, maar als verhaal net zo goed.
En wat te denken van vlinders, vogels, ballonnen, vliegtuigen, parachutisten, astronauten, de aardbol die in de ruimte zweeft, de maan die om de aarde draait, de zwaartekracht, de ruimte, de melkweg?

Telepathie is misschien maar een verhaal, misschien een feit.
Als feit zou het een wonder zijn, maar als verhaal net zo goed.
En wat te denken van empathie, sympathie, antipathie, apathie, homeopathie, neuropathie en encefalopathie?
Wat te denken van telegrafie, telefonie, televisie, telescopie, telemetrie, telematica, teleseks, teleshoppen, telebankieren?

Voor de mysticus van alledag is alles miraculeus, of het nou een mirakel wordt genoemd of niet.
Is alles miraculeus dan is alles middelmatig.
Als je mystieke roos de hele kosmos behelst, zijn de wonderen van Jezus en de bovennatuurlijke krachten van boeddha’s een bagatel.
Als je mystieke roos de hele kosmos behelst, is een paperclip al een wonder.

 

De mystiek van de paperclip

 

o, dat is, dat zijn…
o dat is, dat zijn, dat is…
o, dat zijn, dat is…

(Hans van Dam in Een xenomaan)

 

Deze tekst maakt deel uit van het vierluik De mystiek van alledag.

 

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageren is niet meer mogelijk

Menu