Nadat de tempelklok had geluid, trokken de monniken zo snel mogelijk hun rituele gewaden aan en verzamelden zich in de meditatiehal. Tot hun verbazing was de meester nog niet aanwezig, terwijl deze gewoonlijk als een van de eersten de hal betrad. Tien minuten nadat de laatste monnik was verschenen, arriveerde eindelijk de meester. In plaats van rituele gewaden of een alledaagse pij droeg hij zijn adamskostuum. De hoofdmonnik improviseerde: ‘Als alles een uitdrukking is van het ene, waarom dan nog rituele gewaden aantrekken zodra de tempelklok luidt?’ De monniken keken hem verbaasd aan, maar toen de hoofdmonnik zich begon uit te kleden, volgden ze blozend zijn voorbeeld. Ongemerkt sloop de meester weg.

Niet veel later luidde de tempelklok opnieuw en maakte de meester voor de tweede keer zijn opwachting, ditmaal in vol ornaat onder de spiernaakte, bibberende monniken.

 

Deze tekst maakt deel uit van Poort 16 van Niet om door te komen! De Poortloze Poort.

 

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Categorieën: Hans van Dam Tags: niet-weten, Poort 16 en zen 

Reageren is niet meer mogelijk

Menu