De laatste tijd werd bij ons veel over cultuur gesproken, en dan m.n. als legitimatie voor het afwijzen van het verlenen van ondersteuning, onderdak en bescherming van groepen mensen in nood of anders zijnde. Maar ook bij groepen mensen die zich hun eigen identiteit laten bepalen door hun seksuele voorkeur en/of primordiale afkomst, wordt er belang gehecht aan culturele identiteit. Bij nationalistisch georiënteerde groepen wordt veel geëist voor behoud van ‘eigen cultuur’ en ‘eigen levenswijze’, het wordt gehanteerd als noemer voor identiteit. Maar wat is cultuur eigenlijk en is de wijze waar het door de genoemde groepen wordt gebruikt wel terecht? En nog belangrijker voor ons als boeddhisten en mediterenden, hoe zien wij ‘cultuur’ en hoe plaatsen wij het binnen de beoefening?
Sociologisch of antropologisch gezien is cultuur: ‘dat wat de mens schept, en verwijst naar menselijke activiteit en de symbolen die deze activiteit betekenis geven’. Het is het tegenovergestelde van ‘natuur’, dat gezien wordt als datgene wat er is, welke zonder menselijk toedoen was ontstaan[1]. Een stap verder is, wanneer de normeringen en waarden van de menselijke activiteiten (de immateriële schepping en nalatenschap) uit het verleden meegenomen worden tot een cultureel erfgoed.
Dit laatste brengt het begrip cultuur dichter bij ons begrip van ‘beschaving’. Deze laatste wordt vaak gedefinieerd als “geheel aan vanzelfsprekende afspraken die tot doel hebben om de menselijke samenleving goed, maar ook voor iedereen prettig te laten verlopen[2].” Wij maken wel de notitie dat deze afspraken niet eerder bestonden in de natuur, maar die er zijn bijgekomen als menselijke immateriële schepping m.b.t. de menselijke materiele producten. Initieel waarschijnlijk, met het doel om de goede gebruikswijze van deze materiele scheppingen onderling binnen de gemeenschap vast te leggen.
Dat cultuur en beschaving, die beiden naar een samenhangend product van menselijke activiteit verwijzen, door elkaar wordt gebruikt is niet vreemd. Maar de Boeddha dhamma legt duidelijk de nadruk meer op ‘beschaving’ dan ‘cultuur’. Beschaving heeft een belangrijk connotatieverschil met cultuur en dat is een normatieve connotatie waarbij bepaalde vormen van menselijke gedrag en creaties worden verworpen of geprezen. Anderzijds, zien we dat bij cultuur de nadruk meer ligt op de samenhang van gemeenschappelijke capaciteit en de gewoonten. Inderdaad, bij het begrip beschaving ligt de nadruk meer op normen en waarden van levenskwaliteit. Vipassana ziet dan ook cultuur in termen van beschaving, van het leren om beschaafd te worden door middel van heilzame leefregels (sila); gefocust toeleggen op een juiste levenswijze (samadhi); en het streven naar onbekrompen, ruimdenkende geest (pañña).
Een mooi voorbeeld hiervan is de uitleg van wijlen Sayadaw U Pandita, de Myanmarese Vipassana grootmeester, in “Spiritual Cultivation” over Ware Cultuur. Daarin benadrukt hij dat ware cultuur niet is dat wat verbonden is met volkeren, streek of nationaliteiten maar het vermogen tot ‘zelfbeheersing’. Hieruit blijkt dat de vipassana blik meer ligt in de richting van de normatieve connotatie van beschaving dan als een identiteitsnoemer. Hieronder doe ik in het geheel Sayadaw U Pandita’s schrijven, die de essentie van dit betoog weergeeft:
De ware cultuur is de ware essentie van de mens[3].
“Er bestaan verschillende soorten cultuur in verschillende landen en bij verschillende nationaliteiten. Men moet een duidelijk onderscheid maken tussen ware cultuur en valse cultuur. Ik heb uitgelegd dat ware cultuur zelfbeheersing inhoudt, dat wil zeggen zich onthouden van het schaden van anderen of het veroorzaken van mentaal of fysiek lijden. Ik wil hier graag meer over vertellen, zowel vanuit theoretisch als praktisch oogpunt.
Het tegenovergestelde van cultuur is onbeleefdheid. Waar cultuur is, is geen onbeleefdheid. Waar onbeleefdheid is, is geen cultuur. Onbeleefdheid verwijst naar een laakbaar lichaamshandeling, spraak en denkwijze. Als iemands lichamelijke of verbale handelingen of denkwijze laakbaar zijn, wordt die persoon als onbeleefd beschouwd. Zo’n onbeleefd persoon zal zich overgeven aan geweld en het schaden van anderen. Hij verbrandt zichzelf en anderen met zijn innerlijke vlammen van hebzucht, haat, woede, waanideeën, enzovoort. Met zulk slecht gedrag gaat hij in tegen de ware cultuur. Ware cultuur betekent dus moreel onberispelijk, puur, rein, zachtaardig, beschaafd, vredig en beminnelijk zijn in lichaam, spraak en geest.
In de meest extreme zin betekent onbeleefdheid extreme vormen van egoïsme (raga), haat (dosa) en waanideeën (moha). Er zijn drie vormen van mentale onzuiverheden. De eerste is de grensoverschrijdende vorm die zich manifesteert in lichaam en spraak. De tweede is mentaal actief. De derde is sluimerend. Elk van deze vormen wordt beschouwd als onbeleefd, onaangenaam, walgelijk en afschuwelijk. Het is erg belangrijk om morele schaamte (hiri) en morele angst (otapa) voor deze vormen te hebben, zodat ze steeds zwakker worden; en dan zullen iemands lichaam, spraak en geest zuiverder, beschaafder en beminnelijker worden. Op deze manier kan men onbeleefdheid vervangen door cultuur.
Er zijn drie manieren om onbeleefdheid te verwijderen. De eerste is door daden van vrijgevigheid (dana); dat wil zeggen, anderen geven, schenken, delen of voorzien van wat ze nodig hebben zonder persoonlijk gewin of roem te verwachten. De tweede is het afzien van wangedrag of morele onreinheid (sila). En de derde is de beoefening van mentale ontwikkeling (bhavana) die mentale onzuiverheden kan verminderen of verwijderen. Van deze drie manieren onderwees Boeddha eerst de gemakkelijkste, namelijk dana.”[4]
Slot
De uitleg van Sayadaw U Pandita laat duidelijk blijken dat datgene die boeddhisten als ware cultuur beschouwen niet anders is dan beschaving en de ontwikkeling van beschaafdheid. Maar hoe moet je dan cultuur in de betekenis van identiteit beschouwen vanuit dhamma perspectief? Gelukkig is daar een eenduidig antwoord te vinden vanuit de Theravada dhamma. Identiteit is immers de uitingsvorm van vastgrijpen (upadana) en het willen-zijn (bhava) van de samsara cyclus.
In de dhamma valt cultuur onder de noemer van valse cultuur als het niet resulteert in heilzame kwaliteiten van vrijgevigheid; moraliteit; afstand nemen; wijsheid; doortastendheid; geduld; eerlijkheid; vastberadenheid; zorgzame-vriendelijkheid en gelijkmoedigheid van de mens. Als het niet in staat is om bij de mens zorgzaamheid, openheid, vriendelijkheid, mededogen, ego-loosheid, en sympathieke vreugde te vestigen, dan is het valse cultuur.
Waarom vals? Omdat het de illusie in standhoudt van een blijvend gegeven, iets wat altijd geweest was en zal er voor altijd zo zijn. Het geeft een voorwendsel om vast te houden aan een identiteit, aan een illusionaire “Ik mijzelf” dat een scheiding werpt tussen “mijzelf” en de rest. Het geeft een reden om zich egoïstisch op te stellen en eigen directe belang prioriteit te geven boven eigen bevrijding van verkeerde zienswijze. Vanuit de Vipassana dhamma is de wijze waarop groepen mensen het begrip cultuur hanteren dus onterecht, omdat het niet leidt naar onderlinge beschaafdheid maar juist polarisatie. Door de illusie van bestendigheid vervalt men in lijden (dukkha), voor zichzelf en anderen. Identiteit hoe belangrijk het ook is in de conventionele realiteit (sammutti sacca) om te kunnen verbinden en te functioneren, is in de blik van de Dhamma niet anders dan bhava (het zijn/het worden): de hoofdmoot van de samsara cyclus (lijdzaam bestaan).
Wanneer een vipassana yogi niet bereid is cultuur te relativeren dan is pad en vrucht bewustzijn moeilijk te realiseren, omdat het ego steeds weer opnieuw wordt gemaakt. Zo vervalt het begrip nationale cultuur en culturele identiteit, vroeg of laat, als een voorwendsel voor verblinde individuen om boosaardige menselijke eigenschappen te kunnen uiten en er naar te handelen. Ja, als legitimatie voor het opzettelijk veroorzaken van pijn, verlies en leed bij andere voelende wezens. Ware cultuur moet kunnen stijgen boven groepen, nationaliteiten, rassen en seksuele identiteiten. Het is de verwezenlijking van mentale beschaving.
[1] Nl.Wikipedia.org : ‘Cultuur’
[2] AMO Institute of Science: Juridische Woordenboek.nl
[3] Vertaling door google translate uit het Engels.
[4] Sayadaw U Pandita, Translated by Sayalay Ma Carudassini, Edited byU HlaMyint: “Spiritual Cultivation”, Myanmar, Califronia USA, 2008.

