
Het boeddhisme heeft mijn leven veranderd. En deels zelfs gered.
Ik was 13 toen mijn vader overleed. Hij koos er op zijn 50e voor om uit het leven te stappen. Dat was een enorme schok voor mij en mijn familie. Mijn verdriet was zo groot, maar ik had geen idee hoe ik dat moest uiten. Daar omheen gebeurde veel, dus er was nooit rust thuis. Altijd stress. Ik raakte mezelf volledig kwijt. Ik wist niet meer wat ik voelde, wat ik van het leven moest verwachten, of ik überhaupt nog ergens thuishoorde. Alles voelde enorm zinloos. Ik kan mezelf soms nog steeds overweldigd voelen door het leven, maar nooit meer zoals toen.
Op mijn 18e ontdekte ik het boeddhisme. Ik begon te lezen en ineens kreeg ik iets in handen waar ik kracht uit kon halen. Het gaf me vrijheid, richting en wijsheid. Ik groeide langzaam uit tot een vrouw met zelfvertrouwen. Iemand die hardop kan zeggen dat ze van zichzelf houdt en zichzelf respecteert.
Voor mij is het boeddhisme geen geloof. Het is wijsheid. Levenskunst. Een manier om bewust te leven, je keuzes te begrijpen en te streven naar emotionele volwassenheid. En ja, soms is dat echt streven hoor. Mijn ego gaat er nog regelmatig met me vandoor. Iemand zegt iets, ik word geraakt, het hele circus gaat aan… en dan kan ik later weer hard om mezelf lachen. Het kunnen loslaten; dat geeft vrijheid!
Het boeddhisme heeft me ook nieuwsgierig gemaakt. Naar het leven, naar mensen, naar groei. Daarom zit ik enerzijds in de commerciële IT-wereld en anderzijds midden in NLP, trainingen en persoonlijke ontwikkeling. Het lijkt misschien een rare combinatie, maar er is één grote overeenkomst: mijn fascinatie voor mensen en hoe we werken van binnenuit.
Sinds kort heb ik een tatoeage op mijn arm met vier tekens: de Vier Onmetelijkheden van het hart. Ik moest wel twee keer nadenken, zo’n zichtbare tatoeage. Het voelt nog steeds alsof mijn moeder me gaat onterven, haha. Maar het is bijzonder. Ik kijk er elke dag naar. Het herinnert me eraan wat ik wíl voelen en waar ik naar leef.
De Vier Onmetelijkheden:
Liefdevolle vriendelijkheid (Mettā) – De wens dat jij en anderen gelukkig mogen zijn.
Compassie (Karunā) – Het vermogen om pijn bij anderen te zien en met zachtheid te reageren.
Medevreugde (Muditā) – Blijdschap voelen als het een ander goed gaat.
Gelijkmoedigheid (Upekkhā) – Rust en helderheid, ook als het leven beweegt.
In deze wereld zie ik steeds meer mensen die ‘lost’ zijn. Er is een hoop onrust in deze wereld. Onzekerheid, onvrede. Ik voel nog steeds veel compassie voor mensen die hun plek niet goed kunnen vinden, of zichzelf niet.
Binnenkort ga ik training geven: van onzeker naar zelfvertrouwen. Dit vinden in jezelf, op je eigen manier. Om vervolgens te leren hoe je communiceert met de buitenwereld. En daar gaat zeker boeddhisme een plek in krijgen.
Was getekend Nicolette van Olst. Wilt u ook uw ervaringen met het boeddhisme delen, mail ze dan naar redactieboeddhistischdagblad@upcmail.nl

