Randy Newmans refrein werkt zo goed omdat het hardop zegt wat bij ons meestal stiller gebeurt: ‘Als ik me niet gezien voel, ga ik jou niet zien.’ In 1972, tijdens de Vietnamoorlog, en nu — in 2026 — in de oorlogen van deze tijd. Maar het begint niet bij regeringen of legers. Het begint bij de wieg. Aan de tafel. In dat kleine ogenblik waarop we merken dat we wegkijken of verharden — en toch kunnen terugkeren. Naar het levende. Naar het geheel. Naar elkaar.
Tweespraak Rob van Boven en Luuk Mur
Rob van Boven (1951) is psycholoog en psychotherapeut met belangstelling voor het boeddhisme. Luuk Mur ( 1952) is psycholoog en lid van de Dzogchen Community Nederland. Beide mannen gaan over boeddhistisch gerelateerde zaken in gesprek in Tweespraak.
De toren van Babel: afdalen uit het gelijk
We hebben genoeg torens gebouwd. De vraag is niet hoe hoog we kunnen komen. De vraag is: kunnen we elkaar—en onszelf—weer bereiken?
Van ontwaken naar verdeeldheid
Na Adam en Eva begint het echte werk pas.
Het paradijsverhaal eindigt in veel hoofden bij de poort: ze moesten eruit, klaar. Maar je kunt het ook lezen als het begin van volwassenwording. Wat gebeurt er met een mens zodra hij zichzelf als “ik” ervaart—met vrijheid, kwetsbaarheid en verantwoordelijkheid?
Van onschuld naar verantwoordelijkheid
Er zijn verhalen die je op school leert als een soort moraal: dit was goed, dat was fout, en daarom ging het mis. Het verhaal van Adam en Eva is misschien wel het bekendste voorbeeld. Maar soms wordt een verhaal pas écht vruchtbaar wanneer je het niet gebruikt om te oordelen, maar om te onderzoeken: wat zegt dit eigenlijk over ons mens-zijn?
Niet: “Waarom dit gedrag?” Maar: “Waarom deze pijn?” — ook in de jeugdbescherming
In de jeugdbescherming kijken we vaak nog andersom. We zien gedrag. Veel gedrag.
Ouders die ontploffen in gesprekken, of juist dichtklappen. Die mailen alsof hun leven ervan afhangt — omdat het soms ook zo voelt. Die wantrouwend worden, alles vastleggen, geen millimeter meer toegeven.
Als je innerlijke brandalarm afgaat
Soms is het leven heel eenvoudig: je zit rustig te eten, je telefoon pingt, en ineens staat je hele systeem ‘aan’. Schouders omhoog, ademhaling versneld, gedachten klaar om in actie te komen. Alsof er een onzichtbare knop wordt omgezet: nu opletten.
Wat niet te automatiseren is.
Er hangt iets in de lucht.
Geen acute ramp, geen duidelijke vijand, maar een diffuus gevoel dat we de richting kwijt zijn. Veel mensen herkennen het: onrust zonder duidelijke oorzaak, vermoeidheid die dieper zit dan slaaptekort, een leegte die blijft. Alsof het innerlijk kompas hapert.
Nederland als athocratie
De ouder zit aan tafel. De jeugdbeschermer ook.
Tussen hen in ligt een plan met datumstempel en paraafvakjes. Het lag er al voordat iemand vroeg: “Hoe gaat het met u?”
Het gesprek begint vriendelijk. Er is koffie. Begrip. Een glimlach die net iets te vaak terugkomt, alsof hij ook in het protocol staat. De ouder vertelt over de kinderen. Over angst. Over nachten zonder slaap. De jeugdbeschermer knikt en zegt: “Ik hoor wat u zegt.”
Is Muis ook mee?
We zitten aan een keukentafel. De telefoon ligt klaar, scherm naar boven – wachtend op een mail, een besluit, een bericht. De vrouw tegenover me is moeder van een kleuter. In het dossier is zij vooral: casus, risico.
Oorlog in je hoofd: mag een kind nog een eigen mening hebben?
Oorlog lijkt iets van ver weg: tanks, raketten, frontlinies. Maar de zaadjes ervan liggen dichter bij huis: in hoe we denken, hoe we kinderen opvoeden en hoe we met verschil omgaan.
Boeddha en Christus in één boot
’s Avonds, met de telefoon in de hand, herhaalt zich een bekend ritueel: scrollen door nieuwsfeeds, filmpjes en foto’s. Gebombardeerde steden, vluchtende gezinnen, mannen met wapens. De taal wordt scherper, de gezichten gespannener. Het lichaam spant zich aan, alsof het zelf in een loopgraaf staat.
De tijger in ons lijf – Peter Levine en de wijsheid van het lichaam
In Waking the Tiger beschrijft Peter Levine geen innerlijke tijger die moet worden bedwongen, maar een lichamelijke kracht die opnieuw in beweging mag komen. In therapieruimtes blijkt dat proces vrijwel nooit spectaculair te beginnen. Het zijn vaak minieme veranderingen: iemand die merkbaar dieper uitademt, een spier die ontspant, een moment waarop de aandacht weer bij het hier en nu is. Levine ziet daarin een patroon. Heling begint wanneer het lichaam toestemming krijgt om een beweging te hervatten die ooit abrupt werd onderbroken.












