Soms raak je onverwacht in gesprek met iemand. Zomaar op straat. Voor een tuinhekje, op een bankje in het park, op een muurtje op het perron van een treinstation. Het kan overal gebeuren.
“Stel je nou eens voor …” begint de dame, om lichtelijk verrast met spreken te stoppen wanneer ik haar een hand toereik en mijn naam noem. Ze neemt de hand aan en gaat verder: “Stel je voor …”
“Ja, dat heb ik zojuist gedaan,” zeg ik gespeeld beledigd. “Zo snel verander ik nou ook weer niet van naam.”
De dame – die ik overigens goed ken, waardoor ik weet dat ze wel tegen een grapje kan – is duidelijk door mij in war gebracht. Ze herpakt zich om voor de derde keer op dezelfde manier te beginnen. “Stel je nou eens voor …”
“Ik luister,” zeg ik nu, en verneem dat ze – na mij een vernietigende blik te hebben toegeworpen – verder gaat met wat we ons moeten voorstellen. Ik schrijf ‘we’ omdat er nog andere mensen bij ons staan. “… (stel je nou eens voor) … dat de mensheid er opeens niet meer is. Welk beest zou er dan de rol die wij in de wereld hebben overnemen?”
Ik kijk om me heen, benieuwd wie daar een antwoord op heeft. Het blijft stil. Ik zie schouderophalen, zuinig kijken, en een mond die open en dicht gaat zonder geluid voort te brengen. Kortom, niemand weet blijkbaar een antwoord.
“Octopussen?” oppert de spreekster dan maar zelf. “Ik heb begrepen dat ze hoog intelligent zijn.”
Niemand reageert, en ineens floep ik eruit: “Ze zullen zeker niet zo stom zijn als wij, mag ik hopen”
“Hoezo stom?” bromt de man links van mij. “Wil je beweren dat octopussen intelligenter zijn dan wij?” De anderen vallen hem bij. Het is nu ineens één tegen vier. Ik haal diep adem en zeg dan: ”Dat heb je mij niet horen zeggen. Ik zei dat octopussen zeker niet zo stom zullen zijn als wij en ik hoop van ganser harte dat ik daarin gelijk heb. Vergeet niet dat er geen tijdsbestek is genoemd! Wij mensen komen eigenlijk pas een paar honderdduizend jaar als soort voor en verkloten in no-time de hele wereld met onze geweldig vernietigende intelligentie. Dinosaurussen hebben miljoenen jaren geleefd, en hebben de aarde ongeschonden voor ons achtergelaten. Met hun mini breintjes waren ze intelligent genoeg om geen schade aan te richten. En aan die meteoor die alles op zijn kop zette konden zij niks doen. Na ons kunnen octopussen er – wie weet – weer miljoenen jaren over doen om over de aarde te heersen, zonder haar kapot te maken. Of dolfijnen …”
“Of Chimpansees,” oppert de vrouw rechts van mij. “Chimps zijn ook best slim”.
Het gesprek wordt ineens levendig. “Bonobo’s zijn nog slimmer,” hoor ik. “Walvissen”, “Een heel nieuw soort die we nog niet kennen”, “Ratten”, Varkens zijn slimmer dan honden”, “1984 …”, “Vrouwen!” “Vrouwen? Dat zijn toch ook mensen!” En door die laatste opmerking breekt er een complete kakafonie uit, iedereen praat door elkaar.
De dame grijpt in. “Ik zou het wel aandurven, een wereld zonder mannen. Tegenwoordig kan dat vast wel. We kunnen eicellen aanzetten tot deling en baby’s tot ontwikkeling laten komen zonder dat er een man aan te pas hoeft te komen. Het enige nadeel is wel dat heteroseks ophoudt te bestaan. Maar dat is de wereldvrede wel waard.”
“O,” zeggen de drie aanwezige heren tegelijk (ik ook). “Zijn wij niet langer nodig?”
“Nee,” zegt de vrouw rechts. “Lang leve lesbiennes”.


Geef een reactie