Een paar keer per dag vliegt er een gele traumahelikopter over de wijk waarin ik woon. Heel in de verte ligt de bestemming van de piloot: het Erasmus Medisch Centrum. Een platform zo groot dat je er nog geen partijtje tafeltennis op kunt slaan. Er is een deur naar het ziekenhuis waar zorgzame handen de patiënt van de helikopterbemanning overnemen.
Die gele wentelwiek ontroert. Alle techniek, de bemanning aan boord, de wachtende artsen en verpleegkundigen in het ziekenhuis, om één kostbaar mensenleven te redden. In een wereld waarin mensenlevens niet meer lijken te tellen.
Ik ken een rooms-katholieke pastoor (met dubbel o) die in Rotterdam veertien jaar verpleegkundige op een ambulance was. Vaak was hij als eerste ter plaatse bij een ongeluk en moest beslissingen nemen waar een leven vanaf kon hangen. Zijn huidige ambt lijkt een verlengstuk van zijn werk op de ambulance. Hij heeft te maken met stervenden en overledenen. En de nabestaanden.
De pastoor heeft een hobby: hij is klokkenmaker. Klokken die allang stil staan krijgt hij weer aan de praat, natuurlijk niet als zijn Baas het uurwerk stopt. De pastoor is ook boeddhist, een paar keer per jaar is hij in Sri Lanka waar hij humanitaire hulp verleent aan de allerarmsten. Je merkt dat hij theravada boeddhist is als hij een dienst leidt in zijn kerk in Nederland. Een kort knikje, in plaats van een diepe buiging. Aan dat soort zaken moet ik denken als de helikopter overvliegt.
Moge iedereen een lang, gezond en gelukkig leven hebben, niemand uitgezonderd.
Vrede en alle goeds, zeggen de Franciscanen.
Laten we een eind maken aan oorlog en geweld, stop de wapenhandel.
Moedig voorwaarts!
BIJSLUITER: het lezen van deze columns kan leiden tot groot geestelijk ongemak, woedeaanvallen, depressies, onbeheerst gedrag, angstaanvallen, maagzuur, zweten, ongeloof, twijfel aan eenieder, straatvrees, lange tenen en het geloof in het eigen gelijk. Bij de lezers. Scheldpartijen en een onbedwingbare drang om te reageren zijn waargenomen. Sommigen willen mij corrigeren. Of bedanken. Of prijzen. De drang om in verzet te komen is waargenomen, het abonnement op te zeggen. Sommigen besluiten de krant niet meer te lezen, of te boycotten. Er kwaad over te spreken. Te janken of te vloeken. De straat op te gaan om te demonstreren maar niet weten waartegen. Het boeddhisme de rug toe te keren. Of aan de drugs te gaan. En zo gaat het maar door.


Geef een reactie