Het is een boek dat ik uit de geribbelde kartonnen envelop haal. Een boek en niet de bestelde dvd’s over de Zweedse detective Wallander. Een boek. Een recensie-exemplaar van de uitgever Lannoo. Even ben ik verstoord, ik had me zo verheugd op een avondje detective gapen.
Zonder het boek in te kijken leg ik het op tafel. Zo liggend sla ik het open. Beide zijden van het omslag liggen vrijwel horizontaal tegenover elkaar, op die tafel. Niks geen terugveren, geen weerbarstigheid van nieuw papier, het ligt er zoals het is, anders kan ik het niet verwoorden. De beide zijden van het omslag zijn in evenwicht. Het fascineert me. Zover ik me kan herinneren- en ik heb ontzettend veel boeken gelezen, zag ik dat nooit eerder bij een niet-gelezen boek. Vrijwel altijd had de omslag de neiging om zichzelf weer dicht te vouwen. Blijf van me af.
Ik buig me over het boek heen, zie dan dat de helften van het omslag van zwaar karton zijn. Niet dat dat wat uitmaakt voor mijn waarneming, ik blijf verbaasd. Maar het verklaart het een en ander. Zou de vormgever het zo bedoeld hebben, dat het boek zo zonder worsteling zich open geklapt op een tafel laat leggen? Ik stuur een mail naar het grafisch bureau Keppie & Keppie, dat zich bezig hield met de vormgeving. Hebben jullie het zo bedoeld, vraag ik. Keppie & Keppie reageren niet. Ik vraag het aan Lannoo in Nederland en België, ze haasten zich mij te antwoorden, maar ik krijg geen informatie die duidt.
Ik ben verbaasd over mijn gedrevenheid om te laten verklaren. Ik zoek in de colofon naar het font, het lettertype waarmee de tekst gezet is. Het wordt niet vermeld. Hecht de vormgever er niet aan om dat vrij te geven, of is dat inmiddels algemeen gebruik geworden? Ik zeg tegen mezelf dat ik niet moet overdrijven in mijn ontleding, het is maar een boek. Waarom wil ik dan de boekendetective uithangen? Waarom wil ik weten?
De dagen na de ontvangst van het boek sleep ik het met me mee. Ik lees er –nog- niet in, wil de betovering van het nieuwe niet verbreken. Soms ligt het op een tafel, nu op het bureau. Vanuit mijn ooghoeken kijk ik er naar, of leg het pontificaal voor me. Dan weer draai ik het boek om en kijk naar de oranje achterkant. Of sla het open en verzuip in de groene binnenkant van het kaft. Groen, de kleur die ik een paar maanden geleden in mijn leven heb toegelaten na tientallen jaren het rood omarmd te hebben. Die omschakeling verwart mij. Rood, oranje, groen. Laatst tekende iemand voor mij een regenboog, zonder kleuren. Zonder een pot goud aan het eind. Zo eenvoudig.
Moge iedereen een lang, gezond en gelukkig leven hebben, niemand uitgezonderd.
Vrede en alle goeds, zeggen de Franciscanen.
Laten we een eind maken aan oorlog en geweld, stop de wapenhandel.
Moedig voorwaarts!
BIJSLUITER: het lezen van deze columns kan leiden tot groot geestelijk ongemak, woedeaanvallen, depressies, onbeheerst gedrag, angstaanvallen, maagzuur, zweten, ongeloof, twijfel aan eenieder, straatvrees, lange tenen en het geloof in het eigen gelijk. Bij de lezers. Scheldpartijen en een onbedwingbare drang om te reageren zijn waargenomen. Sommigen willen mij corrigeren. Of bedanken. Of prijzen. De drang om in verzet te komen is waargenomen, het abonnement op te zeggen. Sommigen besluiten de krant niet meer te lezen, of te boycotten. Er kwaad over te spreken. Te janken of te vloeken. De straat op te gaan om te demonstreren maar niet weten waartegen. Het boeddhisme de rug toe te keren. Of aan de drugs te gaan. En zo gaat het maar door.
