Een westerse mythe is dat we terug kunnen keren naar een puur, naïef, oorspronkelijk kindbewustzijn. ‘Het kind in ons’ is een metafoor voor hoe we naar het reële kind kijken. Dat is vaak romantisch, in lichtblauwe en roze tinten.

Ik genoot eerst als vader en nu als grootvader ontzettend van mijn kinderen en kleinkinderen. Ik ben een speelvogel gebleven en heb altijd een hekel gehad aan de saaie, al te ernstige aspecten van het ‘volwassen zijn.’ Maar soms zijn kinderen ook kleine diertjes die je moet temmen en helpen om mens te worden. Uiteraard hebben kinderen een natuurlijke wijsheid, maar evengoed moeten we hen als volwassene voldoende regels, grenzen en kennis aanbieden om hun plaats te vinden in een complexe samenleving.

Een ander aspect van de kindmythe is dat we gewoonweg niet terug kunnen keren naar een kindbewustzijn. Onze moeizaam verworven ervaring en kennis staan in de weg. Het zou bovendien een vorm van regressie zijn en een ontkenning van onze verantwoordelijkheid als volwassene. De filosoof Ken Wilber beschrijft dit misverstand nauwkeurig. [1] In onze ontwikkeling van kind naar volwassene ziet hij drie grote stadia. In het prepersoonlijke stadium van het kind overheersen instincten, spel en lichaam. Het kindbewustzijn is mythisch, het maakt geen onderscheid tussen feiten en beleving. Als het zich aan een tafel stoot, is die tafel ‘stout’ en stond ze opzettelijk in de weg. In het persoonlijke stadium van de volwassene overheersen ego, rationeel bewustzijn, kennis en cultuur. Onze aandacht wordt opgeslorpt door uiterlijke vormen, door hoe we erin slagen om in ons levensonderhoud te voorzien, relaties aan te gaan en onze plaats in de samenleving te vinden. In het transpersoonlijke stadium komen onze intuïtieve kennis, ons spiritueel bewustzijn, onze wijsheid en ons mededogen tot bloei. We richten ons op de essentie van het bestaan en laten vormen los.

Vaak worden mystieke ervaringen die -vaak onbewust- in het prepersoonlijke en toevallig in het persoonlijke stadium kunnen voorkomen, verward met de ervaring in het transpersoonlijke stadium. In dit laatste bewustzijnsgebied zijn we zeer alert en zoeken we bewust naar eenheid door bevrijding van ons ego. Maar in alle stadia kunnen we ons laten overrompelen, en kunnen we echt inzicht in de realiteit verwarren met de extase van een verhoogd zintuiglijk gewaarzijn.

Wat we zowel in het persoonlijke als in transpersoonlijke stadium kunnen, is onze ervaring en kennis even ‘tussen haakjes te zetten’ en onze situatie neutraal proberen te beschouwen. We worden meer onbevooroordeeld en spontaan door ons los te maken van onze conditioneringen. In de praktijk betekent dit de volgehouden wilsinspanning en het nauwgezet zelfonderzoek dat meditatie is. Daardoor laten we ons noch meeslepen door emoties en gedachten, noch door ‘buitengewone’ ervaringen. Wanneer we het transpersoonlijke stadium binnengaan zien we dat alle ervaringen bij de realiteit horen, zowel opwinding en verwarring als rustige, vreedzame eenheidservaringen. Wanneer we langer in het transpersoonlijke stadium blijven, verliezen we de behoefte aan opwinding en stappen we uit de verwarring. Tot enkel de rustige, vreedzame eenheidservaringen overblijven.

[1]   Ken Wilber, Oog in oog, Lemniscaat, 1985

Categorieën: Columns, Pakhuis van Verlangen
Tags: , , , , ,

Lees ook:

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageren is niet meer mogelijk