Ministerie VWS deelde vertrouwelijke tekst wet Kindermarketing met snoepindustrie en hield gezondheidsfondsen buiten de deur
Uit stukken die voedselwaakhond foodwatch in handen heeft gekregen, blijkt dat het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) vertrouwelijke teksten heeft gedeeld met de voedingsindustrie over het in de maak zijnde wettelijke verbod op kindermarketing. Eerder werd een verzoek tot inzage door gezondheidsorganisaties juist afgewezen door het ministerie.
Uit de honderden stukken die openbaar zijn gemaakt wordt de inbreng van bedrijven en lobbyorganisaties duidelijk, met afzwakking van het wetsvoorstel en flinke vertraging tot gevolg.
Kabinet Rutte IV kondigde in 2022 al een wettelijk verbod aan op kindermarketing op ongezond eten en drinken. In 2025 had het wetsvoorstel in consultatie moeten gaan, ook dit werd vertraagd. Nog voor de zomer beloofde het kabinet in een kamerbrief met een voorstel voor de wet te komen. Maar, er is nog steeds geen wetsvoorstel in consultatie gegaan.
In juli 2025 diende foodwatch een officieel verzoek in in het kader van de Wet open overheid (Woo) om inzage te krijgen in de stukken over de totstandkoming van de wet Kindermarketing. Ondanks de wettelijke verplichting, een opgelegde dwangsom en diverse juridische procedures verzaakte de overheid meermaals en tot op heden zijn nog steeds niet alle stukken aangeleverd. De wel aangeleverde stukken vormen het bewijs voor de nauwe band tussen de industrie en de overheid. Zij tonen aan hoe stevige lobby heeft geleid tot afzwakking en vertraging van het lang toegezegde wettelijke verbod op kindermarketing op ongezond eten en drinken.
Uit de stukken blijkt dat de industrie al inzage kreeg in de teksten en de ruimte kreeg om wijzigingen voor te stellen, nog voor de internetconsultatie waarin alle partijen de kans krijgen om te reageren. De gezondheidsfondsen vroegen eerder ook om inzage maar hun verzoek werd afgewezen.
“Wie de wet wil afzwakken, mag stiekem vooraf meelezen. Wie kinderen wil beschermen, moet wachten op de openbare internet consultatie. Dat gaat verder dan zomaar de procedure volgen, ze maken daar bij het ministerie een bewuste keuze in,” aldus Tahnee Didderen, campaigner bij Foodwatch Nederland.
In een e-mail van 16 januari 2025 vraagt de Hartstichting, namens de Alliantie Voeding voor de Gezonde Generatie, het ministerie om bijgepraat te worden over de timing en de reikwijdte van het wetsvoorstel. Het antwoord vier dagen later luidde: “zolang er geen openbare documenten via de internetconsultatie kunnen worden gedeeld, kunnen wij daar ook niet veel over aangeven.”
Op 20 juni 2025 verstuurde hetzelfde ministerie echter de volledige, niet-openbare wettekst naar de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) en de Vereniging voor de Bakkerij- en Zoetwarenindustrie (VBZ), met de mededeling: “hierbij kunnen jullie in ieder geval meelezen met wat er nu ligt. We horen het graag als jullie opmerking of aandachtspunten hebben.”
Zes dagen later noteerde het ministerie intern zelfs dat het van de brancheorganisatie “graag een schriftelijke reactie [wil] zien met het liefst concrete tekstvoorstellen.” In september volgde een bilateraal overleg met beide brancheverenigingen, expliciet ingepland vóórdat de wet de publieke consultatie in zou gaan.
Hoe de industrie verboden wist weg te spelen
In de eerste opzet van de wet was nog sprake van een algemene norm en negen te verbieden marketingtechnieken. In juni 2025 waren er daar nog maar drie van over. Het beoogde verbod op speelgoed bij ongezonde producten, beperkingen op de vorm van het product, fantasiefiguren en het voorgenomen verbod op het woord “kind” op verpakkingen zijn allemaal geschrapt.
Uit eigen stukken van het ministerie is per maatregel terug te lezen waarom. Over het verbod op snoep in dierenvorm: “Hier was veel weerstand op bij de mkb-ondernemers.” Over de uitzondering voor Sinterklaas- en paasproducten: “Vanuit de industrie hebben met name de bakkerijen en chocoladeproducenten grote moeite met de impact.”
De eigen beleidsdirectie van VWS adviseerde in september 2024 nog om alles overeind te houden, met de waarschuwing dat schrappen betekent: “dat hiermee het wetsvoorstel smaller wordt en de impact kleiner.” Dat advies is niet gevolgd.
Bezwaar
Foodwatch is in beroep gegaan tegen de manier waarop het ministerie het Woo-verzoek heeft afgehandeld. Grote delen van de stukken zijn zwartgelakt met een beroep op “intern beraad”, een uitzonderingsgrond die volgens de wetsgeschiedenis van de Woo niet bedoeld is om standpunten af te schermen, maar om individuele ambtenaren te beschermen.
Verschillende van de documenten die op die grond worden geweigerd, zijn juist wél gedeeld met partijen buiten de overheid. De startnotitie voor de MKB-toets ging naar alle deelnemers aan dat overleg, dat grotendeels uit ondernemers bestond. Het wetsvoorstel zelf ging naar de brancheorganisaties. Van intern beraad is dan geen sprake meer.
Ook het zwartlakken zelf is inconsistent. Vergelijkbare passages worden in het ene document geweigerd en in het andere vrijgegeven. In één geval is de onderwerpregel van een e-mail onleesbaar gemaakt, terwijl diezelfde regel gewoon in de door het ministerie zelf gepubliceerde inventarislijst staat.
Omdat het zo lang duurde voordat foodwatch de stukken ontving, diende de stichting op 6 maart 2026 een tweede Woo-verzoek in voor de stukken uit de zes maanden daarna. Op dat verzoek heeft het ministerie inmiddels een besluit genomen, maar de stukken zelf moet foodwatch nog ontvangen. Ook de dwangsom wegens niet tijdig beslissen, die de rechter bij het eerste verzoek toekende, is nog altijd niet betaald.
Rechterlijke uitspraak genegeerd
Foodwatch vroeg de informatie op 28 juli 2025 op. Toen het ministerie maandenlang niet reageerde, stapte de stichting naar de rechter. De rechtbank Amsterdam droeg het ministerie op 4 mei 2026 op binnen twee weken een besluit te nemen. Dat besluit kwam pas op 10 juni 2026, ruim vijf weken te laat, en werd bovendien niet aan de gemachtigde van foodwatch verstuurd, zoals wettelijk verplicht is. Bovendien werden de stukken niet toegestuurd. De verschuldigde dwangsom is nog altijd niet toegekend.
VWS heeft nu een ambtelijke hoorzitting over het bezwaar ingepland, die vindt plaats op 20 oktober 2026.


Geef een reactie