De Boeddha stelt herhaaldelijk dat inzicht in de interne en externe bases (āyatana) gunstig is voor het ontwikkelen van inzicht. De sensorische elementen en de sensorische objecten vormen de basis van alle ervaring. En het onderscheidend inzicht erin ruimt al aardig wat ego op. Neem bijvoorbeeld deze sutta:
‘Aalmoes monniken (bhikkhus), ik zal jullie onderwijzen in de diversiteit van de elementen,
luister met aandacht, ik zal spreken’
Ja! meester.
De Boeddha zei toen:
‘Het oog element, zicht element, en oog bewustzijn element. Het oor element, geluid element, en het oor bewustzijn element. Het neus element, geur element, en het neus bewustzijn element. Het tong element, smaak element, en het tong bewustzijn. Het lichaam element, aanraking element, en het lichaamsbewustzijn element. Het geest element, idee element, en het geest bewustzijn element.
Dit wordt de diversiteit van de elementen genoemd.’
Latere generaties monniken onderzochten elk aspect verder en kwamen tot verrassende uitkomsten. Buddhaghosa heeft bijvoorbeeld in zijn ca. 1.500 jaar geleden geschreven Visudhimagga (XIV,38) de volgende definitie van het oor:
De karakteristiek van het oor is gevoeligheid voor de primaire elementen die geschikt is voor de impact van geluid; of zijn karakteristiek is gevoeligheid voor de primaire elementen die voortkomt uit een verlangen te horen. Zijn functie is om (een object) op te pakken tussen de geluiden. Het manifesteert zich als de standplaats van hoor-bewustzijn. Zijn nabije oorzaak is de primaire elementen die hun oorsprong hebben in kamma dat ontspringt aan het verlangen om te horen.
Ook over de specifieke sensitieve materie binnen biedt de Atthasalini deze beschrijving.
‘…In het interieur van het samengestelde orgaan van het oor, op een plek als een vinger-ring en omzoomd door zachte geelbruine haren, verzorgd door de elementen waarvan verschillende genoemd zijn, onderhouden volgens de natuurlijke ordes van temperatuur, voeding en geest, ondersteund door leven, vergezeld van kleur etc. Het vervult naar behoren de aard van basis en deur van de auditieve cognitie etc.’
Met enige moeite zouden we hierin een beschrijving van de trilhaartjes[1] kunnen herkennen. Al deze kennis is geschikt voor contemplatie. De zintuigen staan in brand zegt de Boeddha tegen de vuur asceten en tegen de asceet Kamachotta.
…En door wat zijn deze een branden ? Door het vuur van de lust, zeg ik u, door het vuur van den haat, door het vuur van den dwaze vooroordelen; door geboorte ouderdom lende droefheid en wanhoop branden zij. ‘De tong is een branden, smaken zijn een branden, het smaak-bewustzijn is een branden….[2]‘
In het volgende deel steken we ons licht op over geuren, de ’translucente’ materie voor geuren in de neus en het reukbewustzijn.


Geef een reactie