Ik mediteerde deze week in mijn auto die geparkeerd stond op de Parkkade langs de Maas in Rotterdam. Voordat ik ging ‘zitten’ keek ik naar langsvarende schepen, watertaxi’s, boten van de Havendienst en rivierpolitie, zag in de verte het schiereiland Katendrecht liggen en dacht: het is goed zo. Een mooie rivier in een prachtige stad. Tussen gewone Rotterdammers, wat wil een mens nog meer.
Toen ik de ogen weer opende bekeek ik het enorme schip dat aan de kade gemeerd lag met andere ogen. Ik zag de enorme boeg, dacht aan mijn tijd dat ik een jaartje parttime wachtsman was bij de SVZ -ik kon nog niet leven van de inkomsten van mijn pas opgerichte persbureau RPR, al het geld ging terug in de kas- aan boord van zeeschepen met zeevarenden met tientallen nationaliteiten waar wachtslieden aan boord de veiligheid moesten bewaren. Een boeiende wereld: ontmoeten. Ik was gast en werd geaccepteerd.
En toen zag ik het. In het enorme gat in de boeg van het schip waarin het eveneens enorme anker rustte was een matroos aan het werk. Hij stond op het horizontale deel van het anker- zeg maar de plaat die het gat weer afsluit en was aan het verven. Het contrast was enorm, een mens van vlees en bloed, te midden van een enorme hoeveelheid staal. Nauwelijks zichtbaar maar toch aanwezig.
Het schip en de man vertrouwen elkaar. Aan die kade en straks ook op zee, op de oceaan. Al heb je dan niets aan een anker, hoe mooi het ook geschilderd is. Dan komt het in geval van nood op kennis, ervaring en geluk aan.
Net als in een mensenleven, zo is mijn ervaring.
Moge iedereen een lang, gezond en gelukkig leven hebben, niemand uitgezonderd.
Vrede en alle goeds, zeggen de Franciscanen.
Laten we een eind maken aan oorlog en geweld, stop de wapenhandel.
Moedig voorwaarts!
BIJSLUITER: het lezen van deze columns kan leiden tot groot geestelijk ongemak, woedeaanvallen, depressies, onbeheerst gedrag, angstaanvallen, maagzuur, zweten, ongeloof, twijfel aan eenieder, straatvrees, lange tenen en het geloof in het eigen gelijk. Bij de lezers. Scheldpartijen en een onbedwingbare drang om te reageren zijn waargenomen. Sommigen willen mij corrigeren. Of bedanken. Of prijzen. De drang om in verzet te komen is waargenomen, het abonnement op te zeggen. Sommigen besluiten de krant niet meer te lezen, of te boycotten. Er kwaad over te spreken. Te janken of te vloeken. De straat op te gaan om te demonstreren maar niet weten waartegen. Het boeddhisme de rug toe te keren. Of aan de drugs te gaan. En zo gaat het maar door.

Geef een reactie