Het is een vraag die ik mij vaak gesteld heb. Er zijn momenten geweest waar ik dacht, zelfs hoopte, dat mindfulness een traditie op zich zou worden. Voor alle duidelijkheid, ik gebruik het woord mindfulness hier niet als vertaling van sati, maar als de naam van een globale beweging.
Edel Maex
Een toevluchtritueel
Toen we eind jaren ’80, samen met Ton Lathouwers, zijn leraar Ashin Jinarakkhita in Indonesië bezochten, kregen we de opdracht mee om het boeddhisme een vorm te geven die hier bij ons in het Westen past. Ook al vatte ik daar toen de draagwijdte niet van, het is voor mij altijd een leidraad gebleven.
Een keuze-ethiek
Vanuit mijn contact met zen, ben ik gaan beseffen hoezeer onze ethiek een moeten-ethiek is. Ethiek gaat over wat moet en wat niet mag. Het lijkt te vanzelfsprekend voor woorden. Het vindt zijn oorsprong in het monotheïsme, het is de wet van God. Merkwaardig genoeg hebben de atheïsten God uit het plaatje verwijderd, maar het moeten behouden.
Het geweten uitschakelen: een praktische handleiding
Het wordt hoe langer hoe duidelijker: ons geweten is een hinderpaal. Zelfs een minister zei het op televisie: ‘We laten ons niet langer leiden door een moreel kompas maar door de realiteit’. Het ‘moreel kompas’ is een nieuwe term voor het wat ouderwetse ‘geweten’. Vroeger zouden we gezegd hebben dat iemand het hart op de juiste plek had, maar dat is ondertussen al helemaal achterhaald.
A yellow submarine
In een drukke winkelstraat, tijdens de koopjes, loopt een dronken man midden op de rijweg, en zingt uit volle borst: ’We all live in a yellow submarine’. Auto’s toeteren, mensen beginnen tegen hem te schreeuwen. Iemand roept of hij ooit van verkeersregels heeft gehoord. Het maakt duidelijk geen indruk op hem. Dan loopt iemand naar de man toe, geeft hem een arm en terwijl ze samen uit volle borst ‘We all live in a yellow submarine’ zingen, lopen ze arm in arm naar het voetpad.
Twee waarheden? Alweer
In het boeddhisme gaat het niet over wat mag en niet mag, maar stelt zich de vraag: hoe veroorzaken we lijden en welzijn? En het eenvoudige antwoord is dat we lijden veroorzaken vanuit de illusie dat we gelukkig gaan worden door onze behoeften te bevredigen. Dat is al heel ons leven tegengesproken. Behoeftebevrediging, hoe belangrijk ook voor onze overleving, is altijd tijdelijk en maakt ons nooit definitief gelukkig. Er is altijd meteen de volgende behoefte. Het is eindeloos.
Boeken – de berg afdalen
Al te vaak worden meditatie en maatschappelijke betrokkenheid gezien als tegenpolen. Edel Maex laat juist zien dat ze elkaar verdiepen en versterken. Zijn boek is tegelijk een warm pleidooi voor contemplatieve verstilling én een kritiek op een spiritualiteit die zich verheven waant boven het dagelijkse leven. Authentieke zenbeoefening toont zich niet in meditatieve bravoure, maar in kleine gebaren, onverwachte ontmoetingen en stille keuzes.
De conventionele werkelijkheid
Recent wierp iemand een interessante vraag op: Is vergankelijkheid absolute werkelijkheid of relatieve werkelijkheid? De vraag is interessant niet omwille van het antwoord, maar vanwege de impliciete assumpties. In het westerse boeddhisme leeft op vele plaatsen het idee dat de absolute werkelijkheid de enige echte werkelijkheid is, en dat de relatieve werkelijkheid illusie is. Dus, is zo’n essentieel boeddhistisch begrip als vergankelijkheid dan illusie?
Edel – Sila
De ceremonie van toevlucht nemen bestaat in haar eenvoudigste vorm uit twee delen. Het eerste is de Tisarana: het toevlucht nemen tot de Boeddha, de Dharma en de Sangha. Daarop volgt de transmissie van de sila.
Toevlucht
‘Buddham saranam gacchami’, ik neem mijn toevlucht tot de Boeddha. Zo klinkt het in zowat alle boeddhistische tradities in de wereld, in verschillende talen en met verschillende interpretaties. In het theravada verwijst de Boeddha in deze formule naar de historische figuur. In het mahayana staat het vaak voor onze ontwaakte natuur. Er wordt niet alleen tot de Boeddha toevlucht genomen maar ook tot de Dharma en de Sangha, de leer en de gemeenschap. Samen zijn het de drie juwelen (triratna).
Letterlijk
Enkele dagen geleden kreeg ik het bericht dat Broeder Jeroen overleden was. Jeroen Witkam was de eerste zenleraar bij wie ik, eind jaren ’80, een sesshin deed, in het trappistenklooster in Zundert, waar hij abt was. Het was de atheïstische filosoof Leo Apostel, ook een zenbeoefenaar, die mij de weg daar naartoe gewezen had.
Geen Manjushri op Wutaishan
Ook zen zelf is daarmee helemaal in de fout gegaan. De nuchterheid van Linji werd in de Song omgevormd tot heroïek. Zen werd een soort ervaringsfetisjisme. Van verschillende zenleraren hoorde ik dat het ‘onmiddellijke pad’ betekent dat als je maar genoeg mediteert, je onverwacht een diepe verlichtingservaring kunt hebben. Helaas is dat maar voor enkelingen weggelegd. Ik heb altijd moeite gehad met dat idee. Uiteindelijk ben ik er helemaal van teruggekomen.


