Twintig categorische vragen.
non-dualiteit
Meester Tja 121 – Een heldere geest is een lachspiegel
Hoe ernstig ben jij?
Meester Tja 96 – Heb je niets dan heb je het rijk
Heeft het rijk Tja, dan kan niemand de grenzen vinden waar de hengsten strijden.
Meester Tja 86 – Brullen om verlichting en onwetendheid
Wie onverwacht in het Grote Tja verzeild raakt, is er ontdaan van. Alles staat op zijn kop.
Meester Tja 83 – Waarom de wijze zich nergens aan houdt
De wijze kent de hemel niet van de aarde, de goden niet van de mensen.
Meester Tja 73 – Geen poort zonder muur
Spreekt Tja over zichzelf, dan spreekt ze in alle toonaarden. Noemt ze zich licht dan noemt ze zich duister.
Noemt ze zich goed dan noemt ze zich kwaad.
Meester Tja 68 – Wie Tja heeft is overal en nergens
Waar hij ook heen gaat, hij was er al. Waar hij ook is, hij is er niet.
Meester Tja 53 – Ik verloor mijn hemel en mijn hel
maar ik ben nimmer zonder Tja
Meester Tja 52 – Zo word je ’s werelds schilder
Doorzie het witte en het zwarte, dan word je ’s werelds schilder. De tienduizend tinten zul je welkom heten als je eigen palet.
Meester Tja 51 – Niet-gaan behoeft geen voertuig
Wie niet-doet hoeft nergens heen en heeft geen voertuig nodig.
Meester Tja 42 – Verlicht noch verduisterd
Vraagt u mij wie ik ben, dan zeg ik meester noch gezel, wijs noch dwaas, verlicht noch verduisterd.
Meester Tja 39 – Waarom de wijze niet van ophouden weet
Ook wie Tja heeft is mateloos. Hij weet niet van ophouden omdat hij nergens aan begint. Hij weet niet van beginnen, omdat hij overal klaar mee is.

