De opstand escaleerde op 1 oktober, de nationale feestdag van de Volksrepubliek China. Rook dreef over de Barkhor bij de Jokhang. Monniken van Sera liepen rond de tempel en scandeerden ‘Vrij Tibet, China weg uit Tibet’, waarna velen werden meegenomen. Kerr herinnerde zich dat politievrachtwagens arriveerden en dat agenten Tibetanen met een wreedheid sloegen die hij vergeleek met het doodknuppelen van babyzeehondjes. Veiligheidstroepen schoten vanaf daken en vanaf de straat. Een vader droeg zijn tienjarige zoon, die in het hart was geschoten, en het kind stierf enkele seconden later ondanks pogingen om het bloeden te stelpen.

