In onze moderne wereld worden we voortdurend uitgenodigd om te focussen. Veel prikkels die onze aandacht opeisen. Lezen, beeldschermen. Allemaal uitnodigingen om onze blik te vernauwen en ons te focussen op dat wat onze aandacht trekt. Ook ons lichaam toont deze focus. Schouders iets opgetrokken, bovenrug iets gekromd, hoofd gebogen. Als we in gedachten verzonken zijn, of lopend een gesprek voeren zien we hetzelfde: de blik naar beneden gericht en het hele lichaam dat als het ware deze blik volgt. Kijk maar eens om je heen hoe dat eruitziet bij anderen. Zo ziet het er ook uit bij je zelf. Afgesloten. En zo kun je het ook bij jezelf waarnemen: ik en de rest van de wereld. Mijn innerlijk en de buitenwereld.
Jan Klungers
Boeddhistische doeners en denkers – de serie (3)
Jan Klungers: ‘Het mediteren liet me op onbarmhartige wijze zien waarop mijn drive gegrond was: woede. Grote, maar ongerichte woede. Ik leerde dat onder ogen zien. Het ermee uit te houden. Zonder meditatie had ik dat nooit geleerd. Het was de hel. Maar uiteindelijk kwam het wel tot rust. Daarmee verzachtte ook mijn strenge houding tegenover mezelf.’


