De Singalovada-Sutta DN 31 (1) is opmerkelijk, omdat de Boeddha hier het woord richt tot een leek en niet tot een groep monniken, zoals meestal het geval is. Hij predikt een moraal voor leken, waarbij hij als uitgangspunt de verering van de windstreken neemt.
helper
Undercover Boeddhist
Wat vooraf ging: na het nemen van bodhisattva-geloftes wilde hij er voor de anderen zijn, zeker voor mensen waarvan anderen liever wegblijven.


