Ieder mens heeft een persoonlijke identiteit, een sociale identiteit en een collectieve identiteit. Drie identiteiten die je niet zomaar door elkaar moet husselen of met elkaar moet verwarren. Je collectieve identiteit houdt in – en geeft je het gevoel – dat je tot een bepaalde groep behoort, of je dat nu wilt of niet. Zo behoor je tot een bepaalde familie (stamboom, familienaam, gelijkenissen etc.), een bepaalde klasse (ondernemersfamilie, boerenstand, adel), een bepaalde bevolkingsgroep (Friezen, Marokkanen, Molukkers) en je hebt een bepaalde nationaliteit (je bent Nederlander, Duitser, Amerikaans staatsburger of wat anders).
etniciteit
‘Dat neemt geen criticus van ons dus af’
Het burgerschap was tijdens de opbouw van onze democratische rechtsstaat een bevrijdende en stuwende kracht. Het bracht grondrechten en vrijheden, maar hier tegenover staan plichten en verantwoordelijkheden naar alle andere burgers en de staat en omgekeerd.


