Het klooster van de Diepe Vrede lag net buiten de stad tegen een berghelling aan. Om half vier liep Bodai de poort binnen. In de tuin voor de tempel was een monnik aan het vegen. Bodai vroeg: ‘Is de lama thuis?’ ‘Kom maar mee’, zei de monnik. Samen liepen ze naar de zijkant van de tempel waar een houten plank aan een touw hing. Onder aan de plank hing een houten hamer. ‘Sla maar drie keer op de plank en dan zal de lama wel komen’, zei de monnik.

