In de Dhananjani-Sutta (MN 97)((Alle teksten van de suttas: de Breet & Janssen Asoka)) komen twee thema’s aan bod. Eerst vermaant Sariputta [een vooraanstaande leerling van de Boeddha] de brahmaan Dhananjani omdat deze probeert zijn nalatigheid bij het beoefenen van de Leer goed te praten door te wijzen op zijn vele verplichtingen. Daarna, als hij op sterven ligt, begeleidt Sariputta hem naar een wedergeboorte in de Brahma-hemel, waarna de Boeddha hem berispt omdat hij nagelaten heeft de brahmaan de weg naar nibbana te wijzen.
André Baets
‘Welke zijn de vijf vormen van geestelijke verharding?’
Wat in deze sutta opvalt is het veelvuldig voorkomen van de woorden inspanning, ijver, volhardende inspanning en de vier juiste inspanningen.
‘De gelijkenis van de giftige slangen’
In gedachten houdend dat suttas oorspronkelijk uit het hoofd geleerd en gereciteerd werden, is deze tekst een typisch voorbeeld van hoe de Dhamma, de Leer, beknopt en aan de hand van een aantal opeenvolgende vergelijkingen (upaya, ‘handige middelen’) gemakkelijker kon onthouden worden.
‘Alle wezens zullen sterven, want het leven eindigt in de dood’
“Mijn oma, Heer, is gestorven. Ze was versleten, op jaren, ze had de eerbiedwaardige leeftijd van honderd en twintig jaar bereikt.”
Aandacht voor de (eigen) dood
Je beseft dat je de dingen niet tot morgen of volgende week of volgend jaar kunt uitstellen, want morgen kan voor jou misschien nooit komen.
“Welke zijn de vijf boeien van de geest die hij niet geslaakt heeft?”
“Als je slordig kan zijn, ben je dat niet; als je de gelegenheid hebt om je over te geven aan zintuiglijke prikkels, doe je dat niet; als je valt sta je terug op, opnieuw en opnieuw en opnieuw”.
André – ‘Hou jonge kinderen weg bij de computer’
Misschien gaan we wel naar een maatschappij waarin inderdaad niets meer moet onthouden worden omdat alle informatie steeds en overal beschikbaar is. De apparaatjes zullen kleiner en kleiner worden en kunnen misschien wel bij de geboorte in de hersenen worden ingeplant. Zo zal leren en onthouden volledig overbodig worden. Alle kennis zal onbeperkt aanwezig zijn.
Buddhavacana: “Waar is dat feestje!?”
In de documentaire “In het spoor van de os” van de BOS uit 2005 wordt de kunstenares Marja Timmer tijdens haar training in het zenklooster Noorder Poort in het Drentse Wapserveen gevolgd. Wat opvalt is dat ze gedurende die periode niet mag schilderen. Wat zegt de Boeddha over kunst?
‘Weinig mensen komen naar een Dhamma-voordracht om te horen hoe ze zich kunnen bevrijden van het aangename’
De Boeddha onderricht zijn zoon, Rahula (deel 3).
Vesak: Geboorte, ontwaken en dood van de Boeddha
Op de volle maan van de maand vesakha (in onze kalender gewoonlijk vallend in april/mei) herdenkt de boeddhistische wereld de geboorte, ontwaken en dood van de Boeddha. In de mahayana traditie gaat dit feest van Vesak dikwijls gepaard met het baden van de Boeddha.
Een samsarische boot heeft een verschillende kruissnelheid
“Laat daarom steeds de mens bewust alle geneugten vermijden; ze opgevend kruise hij de vloed, het schip voortdurend hozend. Zo bereikt hij de andere oever.” Het Kamma-sutta is het eerste sutta van de Atthaka Vagga uit de Sutta-Nipata; dat op zijn beurt, samen met onder andere het Dhammapada deel uitmaakt van de Khuddaka-Nikaya (de verzameling van korte teksten).
‘Gezondheid is het hoogste goed, nirvana het hoogste geluk’
Het achtvoudige pad – de veilige weg die naar het doodloze toe leidt.
De Boeddha, een sensitief, introvert denktype
Als Suddhodana, de raja van Kapilavatthu, had gehoopt dat zijn zoon, Siddhattha, zou opgroeien als een vastberaden, de wereld toegewende man van de daad met politieke ambities, dan werd hij teleurgesteld.
Evam me sutam: De pleisterplaatsen (1)
‘Zuivering van moreel gedrag’ wordt verkregen als we ons onthouden van onjuist spreken en van onjuist gedrag; als we ons houden aan de principes van juist levensonderhoud, als we materiële goederen wijs gebruiken en als we onze zintuigen bewaken.
Heeft een hond de Boeddhanatuur?
In de Japanse (Rinzai) zen traditie wordt er gebruik gemaakt van ‘koan’.
‘En waar is het, monniken, dat Mara en zijn gevolg niet kunnen komen?’
In dit sutta gebruikt de Boeddha de gelijkenis van de hertenvanger om ons te onderrichten over de manier waarop wij kunnen ontsnappen aan de invloed van Mara, de Boze en dit door ‘onzichtbaar’ te worden voor hem. Door het daarmee gepaard gaande inzicht worden de mentale vergiften uiteindelijk vernietigd en de verlossing bereikt.
Buddhavacana: Dhananjani-Sutta
Na het overlijden van de Boeddha werd de Dhamma op twee manieren beleefd. Een groep monniken en nonnen leefden rondtrekkend, in afzondering of in kloosters en hoorden zich vooral bezig te houden met studie, meditatie en contemplatie. De leken gingen op feestdagen naar de tempels om naar de voordrachten van de monniken te luisteren en probeerden zo goed mogelijk de vijf oefenregels na te leven.
‘Je ervaart dat alles komt en gaat, dat je nergens een plekje hebt waar je absoluut zeker van bent dat het niet verandert’
Vandaag de Cula-Rahulovada-Sutta MN 147 (1): De Boeddha onderricht zijn zoon, Rahula (deel 3)
“Wat, Rahula is het element aarde? (2)
De Boeddha onderricht zijn zoon Rahula (2)
“Daarom, Rahula, moet je zo oefenen: “ik zal geen onwaarheid spreken, zelfs niet voor de grap.”
De Ambalatthika-Rahulovada-Sutta MN 61 (1). De Boeddha onderricht zijn zoon, Rahula, deel 1.
Als de Boeddha een mens was- waarom wordt er dan in de suttas over goden en godheden gesproken?
Als de Boeddha een mens was en geen uit een of andere hemel neergedaalde god en het boeddhisme dus geen godsdienst is, waarom wordt er dan in de suttas regelmatig over goden en godheden gesproken?
De kerstballen van de Boeddha
De vraag naar de relatie tussen boeddhisme en het kerstfeest heeft natuurlijk niet alleen een pragmatische aspect. De gedachte die er achter zit is dat het kerstfeest een soort christelijke ritueel is, terwijl het boeddhisme een andere religie is. Je zou als het ware een soort verraad plegen door kerstmis te vieren. Het is eigenlijk een soort vreemd gaan.
Geloof niet alles wat je denkt
Brahma in de Pali-Canon (1)
‘En wat, monniken, is heilzame inspanning?’
Je kan een bepaalde neiging vertonen, je tot iets negatief of onheilzaam aangetrokken voelen; maar het is aan jou de keuze om daar aan toe te geven of niet.